Ambities vertroebelen debat over EU

De politieke partijen ruziën intern en onderling over Europa. Moet Turkije toetreden? Wat te denken van de nieuwe grondwet? Beide onderwerpen lijken nu ook elkaar te beïnvloeden.

Zowel links als rechts in Frankrijk worstelt hoe langer hoe meer met de Europese grondwet én met de vraag of Turkije in Europa thuishoort of niet. En alsof die twee kwesties afzonderlijk al niet ingewikkeld genoeg zijn, dreigen ze ook nog eens met elkaar verward te worden. Politici laten hun standpunt over het ene en het andere vraagstuk zo langzamerhand bijna standaard vergezeld gaan van de waarschuwing dat beide een afzonderlijk antwoord vereisen. Maar die boodschap wordt onduidelijker naarmate de interne verdeeldheid en de verdeeldheid tussen de partijen onderling over beide kwesties toeneemt.

Werd voorheen vooral stilzwijgen in acht genomen, de huidige spraakverwarring kwam begin deze maand op gang met de aankondiging van Laurent Fabius, oud-premier en `nummer twee' van de socialistische partij (PS), tegen de Europese grondwet te zullen stemmen. Volgens Fabius garandeert de grondwet onvoldoende het sociale karakter van `Europa'. François Hollande, leider van de PS, is voorstander van de grondwet en acht die flexibel genoeg om het sociale klimaat in Europa te laten wisselen met de politieke kleur van de zittende regeringen. Hij is bovendien bang dat zijn partij een buitenbeentje wordt van de grote Europese socialistische familie en hij wil trouw blijven aan de traditonele, pro-Europese koers van de Franse socialisten.

Algemeen wordt aangenomen dat de onenigheid over de grondwet in de eerste plaats een symptoom is van een interne machtsstrijd binnen de PS. Inzet zijn de presidentsverkiezingen in 2007, waarvoor de socialisten geen vanzelfsprekende kandidaat hebben. Hollande zelf is een bleke figuur die, omdat hij nooit minister is geweest, de noodzakelijk geachte `staatservaring' ontbeert. Gevolg daarvan is dat de zogenoemde `olifanten' van de partij, onder wie Fabius, zich als `presidentiabel' trachten te profileren.

Aanvankelijk zei Fabius tegen de grondwet te zullen stemmen, tenzij president Jacques Chirac wijzigingen zou bewerkstellingen in de Europese grondwet. Luttele dagen daarna schrapte hij het voorbehoud. Niet alleen was dat `nee, tenzij' te technisch, het was politiek ook onhandig, omdat Fabius de eenheid van de grootste oppositiepartij plotseling liet afhangen van de tegenstander. Met zijn sindsdien onverkorte `nee' verhardde zich de strijd in de PS. Pleitte partijleider Hollande zondag nog op basis van argumenten vóór de grondwet, gisteren gooide hij ineens zijn eigen positie in de strijd. Op de vraag of verwerping van de grondwet door zijn partij consequenties voor hemzelf heeft, zei hij: ,,Om eerste secretaris te blijven is het beter dat het `ja' overwint.''

Al houdt hij met die formulering een slag om de arm, zijn antwoord zet de partijleden, die zich in december uitspreken over de kwestie, onder druk. En al zei hij zondag nog dat er ,,in dit debat geen plaats [is] voor presidentiële ambities'', Hollande maakt nu ook zelf openlijk duidelijk dat de macht binnen de partij op zijn minst een factor is in dat debat.

Hollande zei zondag ook te vrezen dat de toetreding tot de Europese Unie van Turkije een `verwarrend element' wordt in het referendum over de grondwet. Dat wordt in Frankrijk in het voorjaar gehouden. De socialisten doen die eventuele toetreding tot nu toe bij voorkeur af als een kwestie die pas over een jaar of vijftien aan de orde komt. Maar de felle discussie erover in de regeringspartij UMP dwong Hollande nu tot een stellingname. Hij achtte met name verklaringen van premier Jean-Pierre Raffarin ,,misplaatst''. Deze vroeg zich vorige week in de Wall Street Journal af of Europa wenst dat ,,de rivier van de islam zich stort in de bedding van de seculiere samenleving''.

Raffarins bedenking is opmerkelijk, omdat president Chirac zich voorstander heeft verklaard van het principe van toetreding van Turkije. Het heeft er dan ook alle schijn van, dat het staatshoofd bezig is aan een terugtocht, via derden. Niet alleen blijkt de kiezer in meerderheid tegenstander van toetreding (56 procent) ook zijn partij heeft zich er bij monde van voorzitter Alain Juppé tegen gekeerd. Het kan bijna geen toeval zijn, dat minister Nicolas Sarkozy, die naar alle waarschijnlijkheid in november tot de nieuwe partijvoorzitter gekozen wordt, zich dit weekeinde eveneens en voor het eerst openlijk uitsprak tegen toetreding van Turkije.

Ook hij zei te vrezen dat de kwestie-Turkije het referendum over de Europese grondwet `vergiftigt'. Hij drong daarom `plechtig' aan ook een referendum te houden over Turkije, gezien `het belang van deze beslissing', maar ook om `verwarring' over beide vraagstukken te voorkomen. Sarkozy, zelfverklaard kandidaat voor de presidentsverkiezingen, staat bekend om zijn aanvallen op rivaal Chirac, maar hij gaf in hetzelfde gesprek te verstaan dat het staatshoofd en hij, ter gelegenheid van zijn officiële kandidaatstelling voor het partijvoorzitterschap deze maand, hun geschillen hebben bijgelegd. Die nadrukkelijke mededeling impliceert niet alleen dat het referendum er komt, maar ook dat de president, voorstander van Turkse toetreding, daar net als Sarkozy tegen is.