Week hard werken voor een Ferrari-petje

De Formule 1 doet China aan. Om een goed verloop te garanderen is dag en nacht gewerkt. Het enthousiasme is groot. ,,Wat de Chinezen hier hebben neergezet, is echt geweldig.''

,,Als je helemaal uit het buitenland naar Shanghai bent gekomen om de Formule 1-races te zien, dan heb je heus wel genoeg geld om me 250 euro te betalen'', zo schat de vrouw die kort voor aanvang van de zondagse races nog een kaartje in de aanbieding heeft.

Ze lijkt daarmee de uiterst commerciële sfeer die rond de Formule 1-racesport hangt goed te hebben aangevoeld. Voor een honkbalpetje met het Ferrari-logo ben je net zo veel kwijt als de bouwvakkers die het circuit hebben gebouwd ongeveer in een week verdienen, maar dat is allemaal nog niets vergeleken bij het geld dat de sponsoren van de raceteams uiteindelijk in China hopen te verdienen.

De zeven autofabrikanten die de verschillende teams sponsoren, zijn allemaal al actief op de Chinese markt. Ze hopen via de aandacht voor de races hun omzet in China te kunnen verhogen, en ze presenteren zich daarom ook graag op de afdeling van de Tongji-universiteit in Shanghai waar de ingenieurs worden opgeleid die China's auto's van de toekomst moeten gaan ontwerpen.

Het circuit zelf is zeer futuristisch. Het heeft de vorm van het Chinese karakter Shang, dat niet alleen `opkomst' betekent, maar ook het eerste teken is van het woord Shanghai. Het is net als de onlangs gebouwde circuits in Bahrein en Maleisië van de hand van de Duitse ontwerper Hermann Tilke, maar het is nog luxer, nog duurder en nog geavanceerder geworden.

Niets doet er aan China denken, of het moet de Chinese vlag en het kleine Chinese toegangspoortje naar de paddock zijn. Het sensationeelst zijn de twee verbindingen tussen de tribunes aan beide kanten van het rechte stuk van het parcours. Vanuit de enorme ovalen verbindingen, waarvan er een is voorbehouden aan de pers en een aan de vips, kijk je prachtig neer op de startplaats van de races.

,,Dat is wel wat anders dan bij de meeste andere circuits'', zegt Ronald van Dam, die als hoofdredacteur van het blad Formule 1 al op heel wat circuits heeft rondgelopen. ,,Daar wordt de pers vaak weggestopt in kleine ruimtes, maar dit is echt alsof je de nieuwe wereld binnenstapt, zo luxe. Je kunt er lang of kort over praten, maar wat de Chinezen hier hebben neergezet, is echt een geweldige prestatie'', zo verwoordt Van Dam de mening van de meeste sportverslaggevers.

De gemeente Shanghai heeft dan ook kosten noch moeite gespaard om iets neer te zetten dat de wereld moet laten zien dat Shanghai de stad van de toekomst is, die in niets onderdoet voor andere wereldsteden. Het circuit is in minder dan twee jaar tijd gebouwd. Die prestatie bleek niet alleen mogelijk doordat de stad er rijk en ontwikkeld genoeg voor is, maar ook doordat China beschikt over een vrijwel oneindige reservoir aan boerenbouwvakkers, die bereid zijn om voor heel weinig geld dag en nacht door te werken zonder dat er een vakbond is die dat verbiedt.

Dat het Shanghai zou lukken, was ongeveer een jaar geleden nog niet goed voor te stellen. Het bouwterrein was toen nog een enorme modderpoel, waar de arbeiders in de stortregen op gammele constructies met primitieve hulpmiddelen aan het werken waren. Om er te komen moest je twee uur rijden over smalle binnenwegen die voortdurend verstopt zaten met vrachtverkeer. Dat is heel anders dan nu, nu een speciale snelweg de bezoekers tot aan de poorten van het circuit brengt. Met het openbaar vervoer is het circuit niet bereikbaar, maar om de enorme toevloed aan bezoekers te verwerken werden wel veel speciale shuttlebussen ingezet.

Hoeveel Shanghai precies uitgaf voor de bouw van het circuit zelf en voor de wegen ernaartoe is niet bekendgemaakt. In de pers worden bedragen genoemd die variëren van zo'n 250 miljoen euro tot ruim het dubbele daarvan. Zowel de gemeente Shanghai als Bernie Ecclestone, het grote commerciële brein achter de races, houdt daarover de mond stijf dicht. ,,Ik heb geen idee, ik vraag dat soort dingen nooit'', zegt Ecclestone met een stalen gezicht als ik hem toevallig op het terrein tegen het lijf loop.

Om het circuit te funderen waren zo'n 40.000 heipalen nodig. Het is namelijk gebouwd op zeer drassige grond, en zelfs al die heipalen waren niet genoeg om te voorkomen dat het geheel langzaam in het moeras zou wegzakken. Onder de tribunes ligt daarom ook nog een dikke laag samengeperst piepschuim. Het verhaal doet de ronde dat de voorraad piepschuim van heel China werd opgebruikt voor het circuit.

Het enthousiame voor de races in Shanghai lijkt groot. Het draait in de Formule 1 precies om de dingen waar veel Chinezen van zijn gaan houden: snelheid, veel geld en het nieuwste van het nieuwste op technisch gebied. En dat alles liefst gepaard gaand met een flinke dosis herrie.

Vooral mensen die nu al zelf een auto besturen zijn enthousiast. ,,Ik had heel graag naar de races gewild, maar ik kon geen kaartjes meer krijgen'', vertelt een taxichauffeur. ,,Nu ga ik met een paar vrienden thuis naar de rechtstreekse uitzending kijken. Dan sluit ik de boxen van de geluidsinstallatie op de televisie aan, en dan zet ik het geluid keihard aan. Ik ben dol op het gierende geluid dat de auto's maken'', aldus de man, die zelf in een Volkswagen Santana rijdt.

Zijn wagen is gebouwd in een fabriek die vlak bij het circuit ligt, en dat is niet toevallig. Het circuit maakt deel uit van een groter masterplan van de overheid van Shanghai, die dit deel van de stadsprovincie Shanghai tot centrum van de auto-industrie van heel China wil maken.

Veel mensen op het circuit vertellen dat ze vooral zijn gekomen omdat het de eerste keer is dat de races in China worden gehouden, en lang niet iedereen heeft zijn kaartje zelf gekocht. Veel mensen zijn mee met een bedrijfsuitstapje, en het is dan ook de vraag of het publiek de volgende keer, als het nieuwtje eraf is of ze hun kaartje zelf moeten betalen, nog een keer naar de races komen.

De Braziliaanse Ferrari-coureur Rubens Barrichello had gisteren de primeur om Chinese Grand Prix op zijn naam te schrijven. Zijn teamgenoot Michael Schumacher schreef de snelste ronde op zijn naam, maar eindigde door een botsing en pech op een twaalfde plaats. De wereldkampioen reageerde laconiek. ,,Ik reed alleen nog voor het plezier. Niets meer te winnen, te verliezen of te bewijzen.''

Voorlopig kunnen de organisatoren tevreden zijn. De buitenlandse pers en de coureurs bleken diep onder de indruk van het circuit en de faciliteiten, het Chinese publiek kwam in groten getale opdagen en verliet enthousiast het circuit, en het losgeraakte wiel dat plotseling helemaal alleen over het circuit rolde, leidde gelukkig voor de organisatie niet tot een ernstig ongeval.