Verstoorde verhoudingen

De week van de Algemene Politieke Beschouwingen in Den Haag is vandaag begonnen met stakingsacties tegen het zuinige kabinetsbeleid. Het was andermaal op een maandag dat velen gehoor gaven aan de oproep van de vakbonden om het werk tijdelijk neer te leggen. In Amsterdam en omstreken reed het openbaar vervoer niet, een actie die niet alleen ongemak voor de reizigers opleverde maar die ook een publicitaire blunder van de bonden was. Als de vakbondsleiding iets had begrepen van het volksgevoel, had men in ieder geval vanavond metrotreinen naar de Arena laten rijden voor André Hazes' dodenwake. Actiebereidheid koppelen aan serviceverlening is een creatieve vorm van ledenwerving die de vakbonden, met hun leegloop en vergrijzing, heel goed kunnen gebruiken. Nu is het publiek de dupe en staat de bond te kijk.

De stakingsacties vormen een afspiegeling van een tijd waarin de confrontatie hoogtij viert. Soms is een botsing van meningen nodig om koerswijzigingen af te dwingen. Maar het huidige meningsverschil tussen vakorganisaties en kabinet is uit de hand gelopen. De jaren van relatieve arbeidsrust, van `polderakkoorden' die zelfs tot in het verre buitenland werden geroemd – en terecht – hebben plaatsgemaakt voor danig verstoorde verhoudingen. Geen van de betrokkenen is tot nu toe in staat geweest de ban te doorbreken en te pleiten voor terugkeer naar de onderhandelingstafel. Voor het eerst sinds tijden ontbreekt een basis van vertrouwen tussen staat, bonden en werkgevers. De vakbonden zullen zich wellicht op de borst roffelen voor het succes van hun acties; het kabinet zal zichzelf misschien prijzen dat het niets heeft toegegeven – maar de verliezer is 's lands economie.

Arbeidsonrust als gevolg van een diepgaande vertrouwenscrisis leidt doorgaans tot afbraak van de groei. Het is de deelnemers aan het sociaal-economisch overleg te verwijten dat ze het zover hebben laten komen. De oorzaak van de huidige malaise ligt niet alleen in de ideologie. Ook het onvermogen van beide kampen om een heldere tactiek en strategie uit te zetten en tóch met elkaar te blijven praten – zoals dat in het verleden het geval was – speelt een belangrijke rol. Nu is de geest uit de fles, zoals de oud-politicus Robin Linschoten (VVD) zaterdag in een interview in de Volkskrant constateerde. Dat komt volgens de voormalige staatssecretaris van Sociale Zaken door gebrek aan leiderschap in de politiek en bij de bonden. Maar voor een nieuw `Akkoord van Wassenaar' is niet zozeer leiderschap nodig, als wel de simpele overtuiging dat in Nederland het harmoniemodel het beste werkt.

Veel van de ingrepen van het kabinet in de sociale zekerheid snijden hout. De WAO, de WW en ook het (pre)pensioen zijn niet heilig. Ook een rijk land als Nederland heeft financiële en demografische beperkingen en het is goed het beleid daarop af te stemmen. Veel actievoerders vorige week op de Coolsingel en vandaag op de Dam zouden zich dat eens moeten realiseren. Wat is er eigenlijk op tegen om als 55-jarige brandweerman nog een paar jaar door te werken? Zij en veel andere ambtenaren hebben het meeste te verliezen – vandaar hun verbetenheid. Maar een beetje inschikken is toch echt nodig. Het kabinet op zijn beurt heeft de dure plicht om de stabiliteit in het land te bewaken. Een verstoorde relatie met de sociale partners is in niemands voordeel.