Vechten om identiteit van doden Irak

De Amerikaanse autoriteiten en lokale artsen zijn het totaal oneens wie de doden zijn bij Amerikaanse aanvallen op Iraakse rebellenbolwerken.

Amerikaanse vliegtuigen voeren haast dagelijks aanvallen uit op doelen in de Iraakse sunnitische stad Falluja. Daarbij zijn de afgelopen maand meer dan 100 rebellen gedood, zo zei de Amerikaanse brigadegeneraal Erv Lessel, adjunct-directeur operaties in Irak, gisteren op een persbriefing in Bagdad samen met brigadegeneraal John Defreitas, adjunct-directeur militaire inlichtingen. Het netwerk van de Jordaanse terrorist Abu Musab al-Zarqawi heeft daardoor zware schade opgelopen, zei hij. Veel officiële Amerikaanse woordvoerders zeggen dat Zarqawi verantwoordelijk is voor een belangrijk deel van het geweld in Irak. (Hoewel generaal John Abizaid, commandant van de Amerikaanse strijdkrachten in het Midden-Oosten, dit weekeinde juist zei dat aanhangers van het regime van Saddam Hussein ,,het belangrijkste probleem'' vormen.)

In de Amerikaanse legercommuniqués over Falluja wordt steeds onderstreept dat het om ,,precisiebombardementen'' gaat op plaatsen waar zich strijders hebben verzameld. Dat zijn dan ook de doden die vallen, aldus de Amerikanen. En niet voornamelijk burgers, zoals artsen in Falluja dag in dag uit volhouden.

Lessel en Defreitas sloten niet uit dat er burgerslachtoffers vallen, maar zeiden de berichten uit Falluja te wantrouwen. ,,Je moet goed bekijken hoever je de bron voor de berichten over burgerslachtoffers vertrouwt'', zei Lessel. ,,Veel komen uit Falluja, waar we bewijzen hebben van de aanwezigheid van buitenlandse strijders in het ziekenhuis.'' Ook beschuldigden de twee Amerikaanse generaals extremisten ervan burgers als menselijke schilden te gebruiken. Televisiebeelden (van het persbureau Reuters) waarop een kind uit het puin wordt gehaald, werden door hen gebrandmerkt als ,,propaganda dat het Zarqawi-netwerk verspreidt''.

Extremisten of vrouwen en kinderen? Het is onmogelijk om de precieze feiten te achterhalen. In Falluja en andere sunnitische bolwerken die door de Amerikanen worden gebombardeerd, komen nauwelijks onafhankelijke waarnemers meer. Evenmin overigens de Amerikanen zelf, die voor de selectie van hun doelen én voor de vaststelling van de resultaten van aanvallen afhankelijk zijn van hun plaatselijke agenten.

Maar er zijn aanwijzingen dat er in elk geval meer burgerslachtoffers vallen dan de Amerikanen willen toegeven. De Amerikaanse Knight Ridder-bladen meldden zaterdag juist dat het Iraakse ministerie van Volksgezondheid begin april burgerslachtoffers is gaan tellen en dat daaruit blijkt dat Amerikaanse en Iraakse troepen veel meer slachtoffers maken onder de burgerbevolking dan de rebellen met hun aanslagen doen.

Het ministerie telde vanaf 5 april tot 19 september in Irak, met uitzondering van de drie noordelijke Koerdische provincies, 3.487 Iraakse doden, van wie 328 vrouwen en kinderen. Volgens de Iraakse autoriteiten was tweederde deel van de doden het werk van de Amerikaanse en Iraakse troepen; het resterend deel was de verantwoordelijkheid van de rebellen. Het ministerie, aldus Knight Ridder, is ervan overtuigd dat bijna alle doden burgers zijn, niet rebellen. Het ministerie krijgt zijn cijfers van zijn provinciale directeurs-generaal die hun informatie weer krijgen van de lokale ziekenhuizen. Knight Ridder citeerde een ziekenhuiswoordvoerder in de opstandige Bagdadse shi'itische sloppenwijk Sadr City die zei dat rebellen niet vaak naar het ziekenhuis komen. ,,Hun families zijn bang dat ze worden gestraft.''

De cijfers geven aan dat in en rond de sunnitische rebellenbolwerken Ramadi en Falluja 59 kinderen (onder 12 jaar oud) zijn gedood. Dat zijn er drie meer dan in Bagdad, waar vijf keer zoveel mensen wonen.