Terrorisme

Nu het kabinet heeft besloten de bestrijding van het terrorisme de allerhoogste prioriteit te geven, wordt het tijd eens naar de geschiedenis van dit woord te kijken. De recente geschiedenis hebben we allemaal paraat. Sinds de aanslagen van 11/9 is er meer over terrorisme en terreur geschreven dan ooit tevoren. Dat heeft ook allerlei nieuwe woorden en verbindingen opgeleverd, zoals terreuralarm, terroristentoeslag (op vliegtickets), de oorlog tegen het terrorisme en ga zo maar door, want er komt geen end aan.

Minder bekend is sinds wanneer wij terrorisme in de huidige betekenis kennen. Ik heb het dan over gewelddaden door groepen of individuen met een politiek doel. Dat verschijnsel kennen we al lang, maar sinds wanneer noemen we het terrorisme?

Hier even een kleine technische onderbreking. Het antwoord op deze vraag kun je op twee plekken vinden: in oude woordenboeken en in digitale collecties van historische teksten. Het betrouwbaarst zou een grote digitale collectie van oude dagbladen zijn. Dagbladen volgen het nieuws immers op de voet, en vroeger of later moet daarin het woord terrorisme opduiken. Vooralsnog zijn de oude leggers van slechts één krant in facsimile op internet beschikbaar. Het gaat om De Groene Amsterdammer uit de periode 1877-1940. Dat is een fantastische bron (voor allerlei onderzoek), maar het wordt hoog tijd dat ook andere dagbladen hun oude leggers op deze manier gaan ontsluiten. Relatief kost het niet veel, er zijn geen problemen met de auteursrechten, en dan gebeurt er nog iets met die oude kranten!

Terug naar terrorisme. Kijk in oude woordenboeken en je ziet dat dit woord van het begin van de 19de eeuw tot het begin van de 20ste eeuw slechts voor één zaak werd gebruikt, namelijk als historische aanduiding voor het schrikbewind (Frans: la Terreur) van de Jakobijnen tijdens de Franse Revolutie. We hebben het dan over de periode van circa juni 1793 tot juli 1794. Let wel: tót 1914 kwam terrorisme in de Grote Van Dale slechts in deze betekenis voor. In 1924 kwam er als tweede betekenis `tyrannie' bij te staan.

Ruim honderdtwintig jaar was terrorisme volgens onze (school)woordenboeken dus iets dat alleen te maken had met het bloedige optreden van Robespierre en de zijnen.

Een onderzoekje in de digitale leggers van De Groene Amsterdammer leert waarom terrorisme op den duur van betekenis veranderde. Je ziet het woord tussen 1877 en 1940 aarzelend opkomen. In 1880 voor het eerst, in een bericht over de vele aanslagen die de zogenoemde nihilisten indertijd in Rusland pleegden. Vervolgens pas weer in 1884 in een Franse context, in 1887 in een bericht over terrorisme door Ierse nationalisten en in 1892 weer over Rusland. In totaal komt het woord in die 64 jaargangen slechts 45 keer voor – een frequentie die de dagbladen tegenwoordig soms op één dag overschrijden.

Aanvankelijk wordt terrorisme vrijwel alleen gebruikt in berichten over het buitenland (vaak over Rusland), maar aan het begin van de 20ste eeuw verandert dat. Dan beginnen de socialisten en anarchisten zich ook bij ons steeds nadrukkelijker te roeren, en in de ogen van de gezeten burgerij bedienden zij zich daarbij van terrorisme. Dit blijkt ook uit andere bronnen. Zo schreef de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 28 juli 1911 over een werkstaking waarbij ,,de stakers middelen van intimidatie en terrorisme'' toepasten.

Toch blijft de Grote Van Dale terrorisme nog lang als een buitenlandse aangelegenheid zien. Wat dit betreft zijn de voorbeeldzinnen bij het trefwoord terrorist veelzeggend. In de editie van 1950 is hier sprake van `Indonesische, Joodse terroristen'; in 1970 wordt dit gewijzigd in `Indonesische, Algerijnse terroristen' en sinds 1976 staat er `Algerijnse, Palestijnse terroristen'. Van Joodse terroristen naar Palestijnse terroristen – dit maakt meteen duidelijk hoezeer onze perceptie van terrorisme afhankelijk is van tijd en plaats.

    • Ewoud Sanders