Sancties treffen vooral Birmeese junta

De Birmese democratisch gezinde oppositie is verheugd over de aankondiging van de EU om economische sancties in te stellen tegen Birma (NRC Handelsblad, 18 september). Vrijwel alle Birmese oppositiegroeperingen steunen Aung San Suu Kyi, haar NLD-partij en het streven naar democratisering en respect voor de mensenrechten. Men vraagt de internationale gemeenschap al jaren om grotere politieke en economische druk uit te oefenen op de militaire junta, bijvoorbeeld door middel van economische sancties.

Het artikel suggereert twijfel over het nut van westerse sancties vanwege de dominerende economische en politieke invloed van China in Birma. Alhoewel geen Birma-deskundige de rol van China in Birma zal bagatelliseren, wordt in het genoemde artikel een karikatuur van de realiteit geschetst. Zo was Groot-Brittannië in 2003 verreweg de grootste investeerder in Birma, gevolgd door Thailand. Kleinere investeringen kwamen van diverse Aziatische landen en Canada (mijnbouw). Qua (officiële) export naar Birma zat China in het afgelopen jaar niet in de top-5, alhoewel China wel – na Singapore – het meeste importeerde uit Birma. China is zonder meer een relevante economische partner van Birma, maar zeker niet de enige.

Uit diverse bronnen blijkt dat 65 procent van de investeringen tussen 1990 en 2000 zijn gedaan door westerse bedrijven. Daarnaast bestaat er een kloof tussen toezeggingen van bedrijven om in Birma te investeren, en dit ook daadwerkelijk te doen. Aziatische bedrijven maken regelmatig investeringsplannen voor Birma bekend, maar slechts 31 procent van hun toezeggingen wordt ook nagekomen, tegenover 80 procent door westerse bedrijven.

Economische sancties zullen de junta (en niet de bevolking) vooral treffen indien ze gericht zijn tegen de door de junta gecontroleerde staatsbedrijven en het tegengaan van de winsten op de huidige roofbouw op grondstoffen (aardgas, hout en mijnbouw).

    • Peter Ras