Roem

Roem is een merkwaardig heerschap. Als je hem eenmaal hebt kun je veel kanten op. En evenveel kanten niet. Zomaar slenteren in de stad, in een restaurant een klein hapje eten, naar een film, allemaal uitgesloten, tenzij een paar beschermers meelopen. En dan is het ook gedaan met de lol. Slenteren met bescherming kun je geen slenteren meer noemen, alleen al uit schuldgevoel slenter je niet, maar verzin je een doel. Doelloosheid is wat je opgeeft als je beroemd bent.

Ik was dit weekend in de nabijheid van roem. Echte roem, gigantische roem, als het minder was dan gigantisch zou ik u er niet mee opzadelen. Ik heb in mijn leven wel wat beroemdheden ontmoet. De Dalai Lama bijvoorbeeld, helemaal in zijn paleis in Dharmsala, een stadje aan de Indiase kant van de Himalaya. Er zijn mensen die een moord kunnen begaan om de Dalai Lama te ontmoeten, hoewel ik denk dat de Dalai Lama dat niet zo leuk zou vinden. Maar hij is streng bewaakt, zijn paleis is een vesting en eigenlijk zelfs Tibetaans grondgebied. Je moet dan ook door de paspoortcontrole, als je al na maanden gezeur toestemming krijgt hem te spreken. Maar dan verschijnt hij met zijn kinderlijke glimlach en merk je dat het allemaal drukte is om niets.

Met V.S. Naipaul heb ik gedineerd. Met zo'n man naast je krijg je geen hap door je keel, maar het is een belevenis, vooral als hij op anderen afgeeft. De man kan zo mooi en gezaghebbend schelden dat je god op je blote knieën dankt dat jij niet het slachtoffer bent. Tijdens het diner was er een optreden van traditionele dansers uit centraal-India en Naipaul zei: als dit hier de traditie is, is hun achterlijkheid heel begrijpelijk.

Rushdie heb ik eens een hand mogen geven. Het was nogal een onderneming om dat te kunnen, de man was net ter dood veroordeeld door Khomeiny: in de ochtend kreeg ik een telefoontje van een vriend die zei dat ik naar theater de Balie moest komen en geen vragen moest stellen. Een select gezelschap werd van daaruit in een geblindeerde bus vervoerd naar een zeer geheime plek van de Koninklijke Marine, alwaar Rushdie ons toesprak, terwijl ik mij afvroeg hoe hij daar was gekomen: per onderzeeër?

Ik heb een keer aan dezelfde tafel gegeten als Bill Clinton, dat vertelde de ober tenminste, maar nabijheid kun je dat niet noemen en het was de ober volgens mij vooral te doen om de hoogte van de fooi. Nee, ik was dit weekeinde echt in de nabijheid van roem. Een man die beroemder is dan Bill Clinton, de Dalai Lama, Naipaul en Rushdie bij elkaar. Een man die in de Encyclopaedia Britannica staat en wiens wassenbeeld in Madame Tussaud werd onthuld nadat hij door de BBC op grond van een wereldwijde enquête in 2000 werd aangewezen als de bekendste entertainer op aarde, bekender dan Charlie Chaplin. Volgens nog recenter onderzoek is hij bekend bij een derde van de wereldbevolking. En hier zien we de kwestie die ik wil bespreken: hoeveel mensen in Nederland, of in Europa wat mij betreft, kunnen nu al raden om wie het gaat? Laat het mij weten via ramdas@nrc.nl, en Hindoestanen zijn uitdrukkelijk uitgesloten van deze mini-enquête.

Het opvallende aan deze man is dat hij alles tegen zich heeft om een grote beroemdheid te zijn. Hij is zo lang dat het bijna intimiderend is en zijn stem is te diep hij heeft zo'n grafstem dat je je niet meteen op je gemak voelt. Zijn afkomst heeft hij ook al niet mee: zijn vader was weliswaar een verdienstelijk dichter, maar hij behoort tot het volk waartoe ook ik behoor, Indiërs uit centraal-India die de armsten en meest achterlijken zijn van gans India, een volk zonder enige andere staat van dienst dan dat ze hun geboortegrond verlieten om over de aarde te zwerven en ten slotte terecht te komen op plekken waar je ook geen eer aan kunt behalen: Suriname, Nederland. Zo'n volk zonder traditie, behalve in de door V.S. Naipaul verfoeide zin, een volk zonder helden, zonder mythen en zonder noemenswaardige pech. Beseft men wel wat het is als je helemaal nergens op terug kunt vallen? Joden, negers, dat zijn voorbeeldige slachtoffers, zoals blanken en tegenwoordig ook moslims voorbeeldige daders zijn. Maar de Hindoes uit centraal-India? Zelfs hun leed is niet om naar huis over te schrijven.

En dan komt toch een enkel zaadje en eitje bij elkaar wat leidt tot deze man, in wiens nabijheid ik dit weekeinde was. Hij kreeg een keer een ernstig ongeluk en een op de zes mensen op aarde bad voor hem. Hoe het is om in de nabijheid van zo'n man te zijn?

Het is niet zo dat iets van zijn roem op jou afstraalt, dat is net zo onzinnig als wanneer je je belangrijk voelt als je voor de Taj Mahal staat, hoewel ik hier een keer dieper over moet nadenken. Bill Clinton zei, toen hij de Taj Mahal voor het eerst zag, dat er op aarde twee soorten mensen zijn: degenen die de Taj Mahal wel hebben gezien en degenen die hem niet hebben gezien.

Maar zo voelt het niet als je ineens naast deze man staat en als je hem zelfs vragen mag stellen, ook al zijn er geen vragen meer die hem niet al eerder zijn gesteld en geeft hij antwoorden die hij al duizenden keer heeft gegeven. Er is iets met roem wat een eigen leven gaat lijden, de persoon wordt onherroepelijk een personage, er is geen zaadje en eitje nodig geweest om Hem te maken, Hij werd door God geschapen, of in dit geval, door de mensheid. Blijft dan de vraag waarom ik vermoed dat veel lezers van dit stuk niet weten over wie ik het heb. Zij die het niet weten, of zijn naam niet foutloos kunnen spellen, vallen buiten de mensheid. Dat is het aardige aan roem: als je die herkent krijg je het gevoel dat je behoort bij de mensheid. Dat is een fijn gevoel.

ramdas@nrc.nl

    • Anil Ramdas