Muzikanteske Mahlers

Het nieuwe Mahlerseizoen begon dit weekeinde in Rotterdam en Amsterdam. In het Concertgebouw dirigeerde Yakov Kreizberg het Nederlands Philharmonisch Orkest in de Tweede symfonie, in De Doelen leidde Daniel Harding het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de onvoltooid achtergelaten Tiende symfonie, speelklaar gemaakt door Deryck Cooke.

Het wordt een bijzonder Mahlerseizoen: morgen dirigeert Bernard Haitink in Amsterdam de Derde symfonie bij de Berliner Philharmoniker. Mariss Jansons leidt later de Zesde symfonie bij het Koninklijk Concertgebouworkest en Valery Gergjev komt bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest met de monumentale Achtste symfonie. Gergjev heeft niets met Mahlers symfonieën 1 en 4, dus mag Hans Leenders de Vierde symfonie dirigeren bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, met drie symfonieën dit seizoen de Mahlerkampioen.

Kreizberg in Amsterdam en Harding in Rotterdam blijken beide exponenten van een jongere dirigentengeneratie, die andere accenten in Mahler legt dan oudere en gelouterde `typische Mahlerdirigenten' van het Haitink-soort. Die concentreren zich op het sprituele, het gekwelde en het dubbele in Mahler: de gang van aarde naar hemel, van het lagere naar het hogere, van het eindige naar het oneindige, van dood naar wederopstanding (zoals in de Tweede wordt gezongen: Sterben werd' ich um zu leben) en van het tijdelijke naar het eeuwige, zoals de Tiende, die in het universum verglijdt.

In de Mahlers van Kreizberg en Harding is nauwelijks plaats voor mateloze weemoed, voor moeizame worstelingen met de laatste levensvragen, voor schokkend, schril en schrijnend leed. Deze Mahlers klinken vooral muzikantesk, zoals eerder bij Edo de Waart. Kreizberg begon in hoog tempo aan de Tweede, overdonderde daarmee soms in wat rommelige climaxen maar miste daardoor ook detaillering en dramatische effecten. Het tweede deel ging juist erg langzaam, het scherzo In ruhig fliessender Bewegung was goed maar had meer finesse verdiend. De twee vocale slotdelen met de nogal vibrerende alt Birigit Remmert, sopraan Marina Shaguch en het Nederlands Concertkoor waren bevredigend en imposant. Al ontbrak het soms aan echt vervoerende mystiek, hier werd toch de blik gericht op de diepten van het heelal. Een herhaling wordt vanavond rechtstreeks uitgezonden door Radio 4.

In Rotterdam kwam Daniel Harding met zijn plastische gebaar tot een vooral esthetische en meestal milde visie op Mahlers laatste noten, waarin de existentiële ellende goeddeels werd gladgestreken. Harding kwam in de middendelen tot treffende, speelse en burleske resultaten, zonder veel aandacht voor dialectiek en demonie.

Vooraf klonk het Hoboconcert van Martinu (1955), virtuoze muziek tussen Dvorák, Janácek, Stravinsky, Maderna en Berio in. Er werd met uitbundig plezier gespeeld door de Rotterdamse solohoboïst Alexei Ogrintsjoek, die volgend jaar een transfer krijgt naar het Concertgebouworkest, als opvolger van Werner Herbers.

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Daniel Harding. Gehoord: 24/9 De Doelen Rotterdam. Ned. Philh. Orkest o.l.v. Yakov Kreizberg. Gehoord: 25/9 Concertgebouw Rotterdam. Herh.: 27/9 Amsterdam; 28/9 MC Vredenburg Utrecht.

    • Kasper Jansen