Marinier Erik O. mocht schieten in Irak, maar niet op iedereen

Vandaag is in Arnhem de rechtszaak begonnen tegen de marinier Erik O., die eind vorig jaar een Iraakse plunderaar doodschoot. Overtrad hij daarmee de geweldsinstructie?

Nog voordat het proces tegen marinier Erik O. is begonnen, speelt het een centrale rol: de geweldsinstructie. Daarin staat wanneer Nederlandse militairen in Irak mogen schieten en wanneer niet. Maar die instructie is geheim. De directeur juridische zaken van het ministerie van Defensie heeft in een brief geschreven dat openbaarmaking van de geweldsregels de relaties zou kunnen schaden met ,,andere deelnemende landen'' aan de stabilisatiemacht in Irak. Officier van justitie E. van Dusschoten vraagt de rechtbank daarom de zitting achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Rechtbankvoorzitter E. Smedema schuift de vraag voor zich uit.

Die geweldsinstructie was goed uitvoerbaar, zei Erik O. – tanige man, met stekeltjeshaar – vanmorgen voor de militaire kamer van de rechtbank in Arnhem, waar hij terechtstaat voor het doden van een Iraakse man op 27 december 2003. Op die dag moet sergeant-majoor Erik O. als commandant van een `snelle reactiemacht' de orde herstellen rondom een gekantelde vrachtwagen, die langs de route naar Bagdad van de weg is geraakt. Als een groep Iraakse plunderaars te dichtbij komt, lost de sergeant-majoor naar eigen zeggen twee schoten. Eén schot gaat in de lucht. De tweede kogel gaat naar de grond, op ongeveer vijftig meter voor de groep Irakezen. Het is waarschijnlijk die kogel die één van de mannen, Abdullah Moushar Aadhafa, dodelijk treft. Het slachtoffer wordt in een Iraakse auto afgevoerd naar een lokaal ziekenhuis, waar hij overlijdt.

Die avond wordt sergeant-majoor Erik O. voor het eerst gehoord door Nederlandse marechaussees. Op 30 december wordt hij door Defensie teruggehaald naar Nederland. In amper een week groeit het `schietincident' in Nederland uit tot een ware affaire.

Met de dood van de 33-jarige Moushar heeft dat weinig te maken. In de maanden die volgen, komen nog twee Irakezen door Nederlandse kogels om het leven, zonder dat dit leidt tot noemenswaardige reacties. Op 23 juni maakt het parket in Arnhem bekend dat de Nederlandse militairen die betrokken waren bij het doodschieten van deze twee Irakezen, niet worden vervolgd. De militairen hebben gehandeld volgens de dienstvoorschriften, zo meldt het openbaar ministerie in een persbericht.

Erik O. heeft dat níét gedaan, vindt het OM. Op 13 juli, meer dan een half jaar nadat het incident heeft plaatsgevonden, laat het openbaar ministerie weten dat de sergeant-majoor der mariniers zich voor de rechter moet verantwoorden. Door een schot ,,in de richting van een groep Irakezen'' af te vuren, heeft Erik O. gehandeld in strijd met de ,,dienstvoorschriften zoals die gelden voor de Nederlandse militairen in Irak''. Het dienstvoorschrift waar het OM op doelt, is de inmiddels vermaarde geweldsinstructie, die bepaalt wanneer de Nederlandse miltairen in Irak mogen schieten. Op overtreding van de geldende dienstvoorschriften (artikel 136 van het Wetboek militair strafrecht) staat een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar.

De vervolgingsbeslissing van het OM komt maanden na de schietpartij. De tenlastelegging die het OM in juli naar buiten brengt is veel minder zwaar dan wat het OM aanvankelijk denkt ten laste te kunnen leggen: dood door schuld, doodslag, of zelfs moord. Die verdenkingen zijn in januari uitgelekt, wanneer een persofficier van het parket in Arnhem vragen krijgt over de repatriëring van Erik O. De publieke opinie reageert verontwaardigd. `Onze jongens' in Irak moeten onder gevaarlijke omstandigheden opereren met één arm op de rug, zo denkt men.

Dat beeld wordt bevestigd als een vertrouwelijke brief van `super-pg' Joan de Wijkerslooth over de kwestie Erik O. uitlekt. In die brief schrijft De Wijkerslooth dat het gebruik van geweld (waartoe ook waarschuwingsschoten behoren, aldus de PG) volgens ,,de instructie niet was toegestaan''. De Wijkerslooth bedoelt daarmee dat het gebruik van geweld niet was toegestaan in de specifieke situatie waarin Erik O. zich bevond ten tijde van het schietincident. Maar omdat De Wijkerslooth óók schrijft dat de geweldsinstructie voor Nederland, als niet `bezettende macht' in Irak ,,meer beperkingen'' inhoudt dan die van de VS of Groot-Brittannië, concluderen verschillende media dat Nederlandse militairen in Irak klaarblijkelijk helemáál geen geweld mogen gebruiken.

Minister van Defensie Kamp en minister van Justitie Donner moeten verontruste parlementariërs in een spoeddebat geruststellen: de Nederlandse geweldsinstructie is alleen beperkter op een aantal kleine punten, zoals bijvoorbeeld wat betreft het detineren van gevangenen. Nederlandse soldaten kunnen van zich afbijten als dat nodig is, zegt Kamp. Dat is op 27 februari. Nog geen twee maanden later, als gevechten in Najaf zorgen voor onrust in de Nederlandse provincie Al-Muthanna, halen Nederlandse soldaten bijna dagelijks de trekker over.

Door de voortdurende geheimzinnigheid rondom de inhoud van de `geweldsinstructie' heeft de term een magische klank gekregen. Maar die geheimzinnigheid zal waarschijnlijk niet lang meer kunnen worden volgehouden. Al tijdens de eerste uren van de zitting vanmorgen komt de instructie regelmatig aan de orde. In de dagvaarding worden de belangrijkste punten door het OM zelf opgesomd. De officier leest ze niet voor, maar voor de zitting zijn kopieën van de dagvaarding uitgedeeld. Ook als de rechtszaak verder achter gesloten deuren zal plaatsvinden, kan iedereen vanaf nu weten wat een Nederlandse militair in Irak mag doen.