Kamervoorzitter moet zelf staatsrecht volgen

Als het juist is wat NRC Handelsblad op 23 september berichtte over het `lesje staatsrecht' dat Tweede-Kamervoorzitter Weisglas aan enige Kamerleden wil geven, verdient Weisglas zelf zo'n lesje.

Afgezien van de gebruikelijke fatsoensnormen en vertrouwelijkheidsnormen die een ieder, en ook een Kamerlid, in acht moet nemen, is er geen staatsrechtelijke regel die verbiedt mee te delen wat de koning of een lid van het koninklijk huis te berde brengt.

Alleen ministers, staatssecretarissen (en hun ondergeschikten) zijn gehouden geen mededelingen te doen over hun beraad met de koning over (voorgenomen) besluiten, daar zij daarvoor verantwoordelijkheid dragen.

Het is veeleer zo dat de koning zelf bij zijn uitlatingen rekening moet houden met het feit dat de bewindslieden daarop kunnen worden aangesproken. Meent de koning over een troonrede of andere zaken `honderduit' te mogen of moeten spreken, dan mag wat de koning meedeelde rustig aan derden worden `doorverteld', tenzij er sprake was van kennelijk vertrouwelijke gesprekken. Maar dat laatste geldt altijd en voor een ieder. Met staatsrecht heeft dat niets van doen.

Het zou goed zijn als de Kamervoorzitter wat studeert op de betekenis van de ministeriële verantwoordelijkheid voor de koning. Met deze relatie tussen de koning en de ministers hebben anderen, onder wie Kamerleden, niets te maken.