Irak overschaduwt Labourcongres

Het Britse publiek zegt het vertrouwen in Tony Blair op. Wat de alternatieven zijn, binnen en buiten de partij, is tijdens het Labourcongres de vraag.

Of ze na zeven jaar nog steeds in `Tony' geloofden. Dat wilde BBC-journalist Michael Cockerell dit weekeinde graag weten van kunstenaars en mediakopstukken, met wie de charismatische kandidaat-premier zich omringde in de aanloop naar zijn overwinning van 1997.

,,Hij was een man met een missie'', zei Antonia Fraser, schrijfster, New Labour-fan van het eerste uur en vrouw van Harold Pinter. ,,The force was with him, net Star Wars.'' En cabaratier Rory Bremner zei dat Blairs aantreden na achttien jaar oppositie hem ,,een geweldig gevoel van hoop'' had gegeven. Maar zeven jaar en vooral die ene oorlog later lijkt de magie uitgewerkt. ,,Het is een beetje alsog je iemand vraagt of hij nog in God gelooft'', zegt Bremner, die hilarische maar steeds bijtender persiflages op Blair heeft laten zien. ,,Je zou het graag willen, maar er zijn momenten dat het ontzettend, ontzettend moeilijk is.''

Cockerells documentaire was goed getimed. Want de vraag of Tony Blair wellicht dit keer écht zijn uiterste verkoopdatum heeft bereikt, overheerst ook het jaarlijkse Labourcongres dat gisteravond in Brighton van start ging en dat vermoedelijk het laatste is vóór de verkiezingen, verwacht op 5 mei 2005. ,,Hoewel ik nooit weg ben geweest, is het tijd om te laten zien dat ik terug ben'', probeerde Blair zich eerder deze maand te verzoenen met de vakbonden, nog steeds de voornaamste geldschieters van Labour. Zo wilde hij een streep zetten onder het `verloren jaar van Irak' om zich te concentreren op werkgelegenheid en pensioenen, modernisering van de zorg, en law and order.

Daarover zou ook dit Labourcongres moeten gaan. Gisteren nog zei hij tegen de BBC dat hij stond ,,te trappelen'' om te beginnen aan zijn lijst van radicale hervormingen. Maar dat lijkt wishful thinking. Door de chaos in Irak en de gijzelingscrisis rond de 62-jarige ingenieur Ken Bigley blijft de oorlog het overheersende thema. Twee officiële rapporten mogen de regering hebben vrijgepleit van liegen in de aanloop naar `Irak', maar op de grassroots van de partij heeft het geen indruk gemaakt. De gewone leden blijven vinden dat de oorlog onrechtmatig was en dat Blair het land er onder valse voorwendselen in heeft betrokken.

Blair erkent weliswaar dat de inlichtingendiensten fouten hebben gemaakt, maar zei gisteren opnieuw dat hij geen excuses zal maken voor zijn eigen rol, omdat de wereld beter af is zonder Saddam. Lokale partijafdelingen, gesteund door wraakzuchtige backbenchers, zetten gisteren dan ook een Irak-motie op de rol, waarvoor ze denken een meerderheid te hebben. De precieze inhoud van de motie is nog onzeker, maar zal zo goed als zeker de eis bevatten om Britse soldaten zo snel mogelijk terug te trekken. Niet dat Blair zich daarvan als premier iets hoeft aan te trekken, maar het ondermijnt zijn positie als partijleider wel verder. Dat hij het land nog een keer aan een soortgelijke oorlog kan laten meedoen, is sowieso een illusie.

Blairs tweede reden om een aspirientje te nemen heet Gordon Brown, zijn rivaal en als minister van Financiën zijn buurman op 11 Downing Street. Hun jarenlange strijd over Blairs opvolging – `10/11' in politiek steno, naar analogie van '9/11' – leek even geluwd, maar is de afgelopen weken hoog opgelaaid, nadat Blair duidelijk maakte dat er bij nader inzien toch geen deal is over zijn vertrek. Bovendien ontnam Blair Brown de leiding van de komende verkiezingscampagne en benoemde zijn eigen paladijn Alan Milburn, die als minister van Gezondheid voortdurend in de clinch lag met Brown. Hoe slecht de verhoudingen tussen Blair en Brown zijn, blijkt uit een recente stroom van memoires en andere publicaties. Maar Brown gaf dit weekeinde zelf de kortste diagnose tegenover de The Sunday Telegraph. ,,Ik doe mijn werk, hij moet het zijne doen. Zo simpel is het'', aldus Brown.

Brown, held van de partijflank die al vóór het Irak-avontuur was uitgekeken op Blair, zou tijdens zijn toespraak tot het congres vanmiddag vermoedelijk duidelijk maken geen genoegen te nemen met een bijrol in de komende campagne. Die moet volgens hem worden gevoerd door te wijzen op de economische prestaties van zeven jaar Labour, die de investeringen in de publieke sector mogelijk hebben gemaakt. En niet door het doen van ,,onverantwoorde verkiezingsbeloften'', een kolossaal salvo voor de boeg van Blair en Milburn, die juist geen campagne willen voeren door ,,achterom te kijken'', maar met radicale hervormingen, onder meer door het marktmechanisme verder in te voeren op scholen en in ziekenhuizen. Pas als Blair de strijd om de ziel van de partij heeft gewonnen, kan hij de strijd om de kiezer werkelijk aangaan.

Hoe die kiezer er nu over denkt, is onzeker. Vier peilingen gaven dit weekeinde een gemengd beeld: minder zetels voor Labour door het opgezegde vertrouwen in de persoon van Blair, maar ook relatief slechte cijfers voor de Tories, die nog steeds geen effectieve oppositie zijn. Forse winst lijkt weggelegd voor de Liberal Democrats, de anti-oorlogspartij van Charles Kennedy, die ook opkomt voor studenten met de belofte het door Labour verhoogde collegegeld af te schaffen, en voor bejaarden met de belofte van gratis thuiszorg. Vooral over de grey power moet Blair zich zorgen maken: een `grijze stem' weegt vier keer zo zwaar als die van Britten onder de 25: er zijn twee keer méér bejaarden en de kans dat ze stemmen is twee keer zo hoog.

Niet in alle kieskringen zijn de LibDems even gevaarlijk; op veel plekken zijn de Tories, niet Labour, hun grootste tegenstander. Maar als Labourstemmers thuis blijven of overlopen naar de LibDems, kunnen marginale kiesdistricten naar de Tories gaan. In het ongunstigste geval leidt dat tot een hung parliament, een Lagerhuis waar geen van de partijen een meerderheid heeft. Voor de premier die landslides gewend is, is dat een gruwelijk vooruitzicht. Een voorproefje krijgt hij donderdag: dan houdt Hartlepool, een Labour-bastion, een tussentijdse verkiezing, omdat de MP van dat district, Peter Mandelson, Europees Commissaris is geworden.

    • Hans Steketee