`Ik ben een laatbloeier, ik was geen wonderkind'

Ronald Brautigam schakelde halverwege zijn carrière over van de grote Steinway naar de kleine pianoforte. Sindsdien speelt hij anders, ook op de Steinway.

Ronald Brautigam, die volgende maand vijftig wordt, viert het komende weekeinde met vier concerten in het Amsterdamse Concertgebouw zijn 25-jarig pianistenjubileum. Veel pianisten hebben op zijn leeftijd al een carrière van veertig of vijfenveertig jaar achter de rug, want zij begonnen als wonderkinderen. Maar Brautigam, die nog voor zijn zesde de eerste pianolessen kreeg, haalde eerst, keurig zoals zijn ouders wilden, zijn gymnasiumdiploma.

,,Ik ben een laatbloeier, ik was absoluut geen wonderkind'', zegt Brautigam op de ruime pianozolder van zijn huis aan het Amsterdamse Vondelpark, om de hoek bij het Concertgebouw. ,,Ik heb nu een goede algemene ontwikkeling en ik ben niet vroegtijdig opgebrand. Mijn carrière gaat nog steeds langzaam maar gestaag in opgaande lijn. Ik heb de dingen gedaan op de momenten waarop ik er aan toe was. Als je op jonge leeftijd een groot pianoconcours wint, word je opeens voor de leeuwen gegooid en ben je in één klap een rondreizend virtuoos. Dat is mij gelukkig bespaard.''

Brautigam zegt zelfs dat hij pas nu, vijfentwintig jaar na het conservatorium, na talloze concerten en grote platenprojecten met Haydn en Mozart, een beetje begint te ontdekken waar muziek over gaat. ,,Wat moet je als je vijftien bent met de late Beethoven? Je kunt die noten spelen, maar ik begrijp ze ook nu nog niet. Dat zal ik ook nooit doen, maar nu denk ik er op een andere manier over na. En het gymnasium leerde een manier van denken, een logica die je helpt te zoeken naar de waarheid in zoiets abstracts als muziek. Dat blijft één grote zoektocht. Gelukkig maar, want stel dat je zou denken: `ik begrijp het nu helemaal'. Dan viel er niets meer te ontdekken en was er alleen leegte.''

Eind augustus speelde Brautigam bij het Koninklijk Concertgebouworkest het Pianoconcert nr 24 KV 491 van Mozart. Tijdens de stevige orkestrale inleiding speelde hij al mee en zo maakte hij het pianoconcert tot een symfonie met een pianopartij die de orkestmuziek overneemt en verder ontwikkelt. Brautigam stelde zich in dienst van het geheel, zo werd in deze krant geconstateerd. Hij speelde licht, elegant en onnadrukkelijk, alsof hij zich helemaal niet met de noten bemoeide, want daarvoor had Mozart al gezorgd. Brautigam bleek met zijn instelling en zijn techniek een begenadigd pianist, zijn Mozart klonk ideaal.

Brautigam: ,,Dertien jaar geleden ben ik begonnen met spelen op de fortepiano, het nog niet zo geperfectioneerde instrument uit de tijd van Mozart en Beethoven. Dan krijg je ander idee over de muziek, en dat komt er nu op de Steinway weer uit. De fortepiano speelt veel lichter, heeft een andere aanslag en klinkt minder nadrukkelijk. KV 491 is een van mijn lievelingsconcerten, een enorm feest om te spelen, een mineurconcert met een majeur-uitstraling. Daarin moet je niet te veel zoeken. Bij een goede componist zit alles al in de noten. Je hoeft verder niets te doen, behalve dan zo goed mogelijk spelen. Bij goede muziek stoort het, als je gaat over-interpreteren.''

Brautigam begon aan de fortepiano uit onvrede met de bestaande muziekpraktijk. ,,Het soort geluid klopte niet, het was dweilen met de kraan open. Ik speelde een keer Mozart bij een dirigent uit andere discipline, het was trekken en duwen, vreselijk. Zo wilde ik niet de rest van mijn leven in dat circuit blijven. Toen zag ik in de Jacob van Lennepstraat in een etalage een raar pianootje. Na vijf minuten spelen heb ik met Paul McNulty een koopcontract gesloten voor een kopie van een Walther-pianoforte. Hij heeft later ook een grote pianoforte gebouwd en is nu bezig met een instrument voor de late sonates van Beethoven.

Tijdens het feestweekeinde speelt Brautigam zowel op een Steinway als op fortepiano. Hij speelt, deels samen met andere musici, muziek van Brahms, Schumann, Saint-Saëns en Beethoven. Op het slotconcert klinken de Pathétique, de Waldstein, de Mondschein en de Appassionata van Beethoven. Het Pianoconcert van Schumann wil Brautigam niet op de gebruikelijke hoogromantische manier spelen, maar veel meer in de classicistische traditie van Beethoven.

Brautigams repertoire spitste zich de afgelopen jaren steeds meer toe op de Weense klassieken. Na vijftien cd's met het solowerk van Haydn en tien Mozart-cd's is hij nu begonnen aan Beethoven. Op de slotavond van het Brautigamweekeinde krijgt de pianist van de Amsterdamse burgemeester Cohen de eerste van de zeventien cd's die hij nog tot 2009 voor het Zweedse label BIS opneemt.

Brautigam: ,,Ik was vroeger een enorm Rachmaninov-liefhebber en ik vind het nog steeds mooi als iemand dat vol overgave speelt. Maar om het nu zelf te doen, ik voel me dan in een verkeerd toneelstuk, misgecast. Dat is het leuke van ouder worden, dat je wat eerlijker wordt tegenover jezelf.

,,Ik ben vrij klassiek georiënteerd, ik houd van een zeker evenwicht waarvan je kunt afwijken. Dan kom je bij Beethoven. Neem de Hammerklavierfuga, ik kom er nooit achter wat hij daarmee heeft bedoeld, of de late stijkkwartetten, de Grosse Fuge, zo abstract, zo onlogisch, zo onmuzikaal bijna, dat je je hele leven blijft proberen om daar begrijpelijke muziek van te maken, wat niet lukt. Dat gevecht, die zoektocht, dat interesseert mij veel meer dan een stuk waarbij je alleen het probleem van de onspeelbare noten oplost. Dat gaat over techniek, dit zijn problemen op een veel hoger vlak.

,,Beethoven was in zijn late jaren zeker niet helemaal in orde, dat maakt hem intrigerend. Door zijn doofheid kon hij niet op de piano horen wat hij opschreef. Wat heeft er in zijn hoofd geklonken, wat voor soort piano hoorde hij dan? Dat is een groot raadsel. Zijn obsessie met fugatechnieken werd erger naarmate hij ouder werd. Misschien maakte hij ze voor zijn eigen plezier, vanwege de uitdaging om er nog een stemmetje extra tussen te construeren, niet met het idee dat mensen ernaar zouden luisteren.

,,Het is eigenlijk muziek die je moet lezen in plaats van horen. Dan kun je met een pen lijntjes tussen de noten trekken, als een architectonische tekening, een bouwplan van een vreselijk raar gebouw. Als je dat op de piano gaat nabouwen, kom je de problemen tegen. Ik houd me daarbij altijd vast aan de pianist Arthur Schnabel, die bijna zijn hele leven heeft besteed aan Beethoven. Na zijn laatste Beethovenrecital, vlak voor hij in 1951 overleed, zei hij: `Ik was er bijna'.''

Een weekend met Ronald Brautigam: 1 t/m 3/10 Kleine en Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam. Res: (020) 6718345.