Iets

Er is `iets' ontdekt bij Koné. Iets in het lichaam van de spits van Roda JC is niet helemaal in de haak. Onderzoek na onderzoek heeft hij gehad in het ziekenhuis en nog steeds is er iets.

Iets is het ergste wat je kunt hebben. Onzekerheid rond de gezondheid maakt je geest tot een dolende twijfelaar in eigen lichaam. Je staat iedere ochtend op en je denkt onmiddellijk: ik heb iets.

Zaterdag speelde Koné met iets in zijn lijf tegen zijn gedroomde club. Hij speelde aardig, al miste hij de brille van een tijdje terug. De Ivoriaan was in beeld om Zlatan Ibrahimovic op te volgen bij Ajax. Drieënhalve week geleden kreeg de speler een medische keuring in Amsterdam. Daarna zag Ajax van de koop af. Wegens `iets'.

Iets.

Iets is inmiddels `veel', zonder dat de speler of zijn club officieel uitsluitsel gaven over de aard van de kwaal. In kranten en op radio en tv werd al volop gespeculeerd. Een afwijking aan het hart. Iets aan zijn vitale spier. Een hartprobleem. Een vergrote hartkamer. Men wil antwoord.

Ik ken in mijn omgeving mensen die iets aan hun hart hebben en er desondanks vrolijk op losleven. Ze drinken alcohol, ze duwen een brommer aan, ze krijgen de draaideur van een winkelcentrum met één hand rond, ze pakken een zwaar boek van de hoogste plank.

Iets is dus niet altijd dodelijk. Maar iets in topsport vergt extra aandacht, dat snap ik ook wel. Gisteren overleed een Belgische veldrijder aan de gevolgen van een hartaderbreuk. Volgens de artsen. Het lichamelijke mankement van Koné is in ieder geval van dien aard dat het kennelijk verantwoord was de spits op te stellen tegen Ajax. Volgens de laatste berichten leeft hij gewoon nog.

Er ligt te snel, te veel op straat in de wereld van de topsport.

Tijdens mijn verblijf in Portugal, afgelopen zomer, moest ik met een stel collega's lang wachten op een vliegtuig. Na zeven cappuccino's en het spellen van de kranten liep ik maar wat rond in de vertrekhal. Een fotograaf zat met zijn laptop op schoot en liet allerlei foto's zien. Sport, landschappen, kiekjes. Wacht even, hij had nóg iets moois. En daar verscheen een röntgenfoto op het scherm. Ik zag een bottenstelsel.

,,De afgekeurde enkel van Van Basten'', zei de fotograaf.

Ik vond het sensationeel om te zien. Ik ben geen kenner, ik kon niet zien waar het kraakbeen verdwenen was. Met de sensatie is er ook de gêne: hoe komt deze intieme plaat in deze computer? Ik weet niet of onze huidige bondscoach blij is dat iedereen het binnenste van zijn enkel kan zien.

Waar is de medische geheimhouding gebleven?

Een fysiotherapeut bij Feyenoord vertelde me daags na de verkoop van Julio Cruz aan Bologna dat hij blij was voor de club dat ze de spits voor twaalf miljoen hadden verkocht. Het gestel van de speler was hopeloos. Ik zag een zak vol met rammelende Argentijnse botten en vitale delen in lichaamsvocht liggen. Op het gezicht van de therapeut stond de blik van een autoverkoper die net een afgeragde, tweedehands bak voor veel geld had verkocht.

Met het spel rond Koné zijn miljoenen gemoeid. In het schemergebied rond de transfers van voetballers lijkt alles legitiem. Maar spelen met de gezondheid van een speler lijkt me echt een grens te ver. Voorlopig zullen de medische staf van Ajax en Roda JC hun kaken op elkaar moeten houden. Het woord is aan Koné. Een verklaring over zijn gezondheid zou veel verhelderen. Verkiest hij te zwijgen? Ook goed. Dan zien we de komende jaren een speler op het veld die `iets' heeft en daarmee kan voetballen. Heerlijk, eindelijk weer eens een mysterie op de velden.

    • Wilfried de Jong