Het speeltje van een rijke Rus

De oprichters van voetbalclub Chelsea wilden 99 jaar geleden twee dingen: poen en prijzen pakken. Anno 2004 is er niet veel veranderd: met eigenaar Roman Abramovitsj druipt de megalomanie weer van de muren.

Roman Arkady Abramovitsj. Weet hij dat FC Chelsea al een eeuw met zichzelf worstelt? In 1905 kochten de Mears Brothers, de verwende zoons van een rijke bouwondernemer, Stamford Bridge op en ze bedachten Chelsea Football Club. De stichters verborgen hun ambities niet: poen en prijzen pakken. De lokroep van de `City of London' klonk en toen al lag er slechts één woord goed in de mond bij de altijd aan de Conservatieve partij gelinkte club: business!

Hoe onvoorspelbaar slingert de ironie soms door de geschiedenis: vandaag telt Chelsea één landstitel (1955), twee Europa Cups voor Bekerwinnaars (1971 en 1998) en een handvol Engelse bekers. Chelsea schommelde zelfs vaak over de rand van het financiële bankroet of van het morele faillissement. In 1983 verkochten de erven Mears de `Royal Blues' noodgedwongen aan multimiljonair Ken Bates. Hij wond er geen doekjes om: the sky is the limit! Hij moderniseerde het stadion en bouwde in 1997 Chelsea Village, een complex met hotels, restaurants, winkels, fitnesscentra, nachtclubs en kantoren. Het succes bleef achterwege en Bates stond het water aan de lippen. De deal met Abramovitsj, in de zomer van 2003, was binnen het uur beklonken. Opnieuw druipt de megalomanie van de muren: FC Chelsea zal in zijn race naar de roem in Londen, Engeland en Europa respectievelijk Arsenal, Manchester United en Real Madrid overvleugelen.

Weet Abramovitsj dat tot vier keer toe Stamford Bridge een cruciaal moment in haar bestaan, tevens een scharnierpunt in de maatschappelijke context, niet in het eigen voordeel wist te benutten? Het vissersdorp aan de Theems inspireerde verlichte denkers en kunstenaars. Maar met hen die vanuit Chelsea écht het historische verschil maakten, liep het wel verkeerd af. Zou Abramovitsj dat weten? Kent hij de tragische levensloop van de utopische humanist Thomas More (schavot), de eerste homo-erotische literator Oscar Wilde (gevangenschap) en van de geniaalste Rolling Stone Brian Jones (zelfmoord)?

Roman Arkady Abramovitsj is een jonge Rus (1966) en een van de rijkste mannen ter wereld. Hij is een kind van joodse ouders uit Oekraïne, de geboortestreek van de beroemde romanschrijver Gogol (1809-1852), die de menselijke hoogmoed en potsierlijkheid hekelde. Hoe keek de kleine Roman tegen de wereld aan? Moeder Irena stierf een dag voor zijn eerste verjaardag aan een bloedvergiftiging. Vader Arkady liep twee jaar later domweg tegen een afgebroken kraan op.

Joodser kan een lot bijna niet zijn: wanhoop en weemoed. Vanuit het lijden op zoek naar verlossing, door de eeuwen heen met de geest gewapend: ondernemend, humanistisch, zelfspottend. Abramovitsj inhaleerde het en nam dat vrijwel ondefinieerbare gevoel volledig in zich op. Hij meet zich vandaag openlijk de allure aan van een joodse wereldburger. Voetbal beschouwt hij in de eerste plaats als vertier en plezier, het liefst fijnzinnig gebracht. Zou Abramovitsj weten dat die sierlijke voetbalstijl mede is geboetseerd door het vrijzinnige jodendom tussen 1919 en 1939?

Het joodse voetbal hoorde te zijn: kunstzinnig, liberaal, individualistisch, voor de gentleman. Het droeg de handtekening van de Weense school. Matthias Sindelar, de surrealistische spits, en Hugo Meisl, de transformerende trainer. Samen schommelden ze de wieg van het `Wunderteam', het mooiste elftal van het interbellum. Dat gaf Engeland voetballes in december 1932, verloor na vijftien wedstrijden zonder nederlaag wèl met 4-3, omdat hun arabesken in de modder bleven steken. Het Wunderteam verliet juichend en onder applaus het veld, zo overweldigend was hun overwicht geweest. Het decor was Stamford Bridge, FC Chelsea kreeg de revolutionaire voetbalstijl op een schoteltje aangeboden maar profiteerde niet. De blauwe tribune kleurde ook zwart, door de irritante aanwezigheid van Oswald Mosleys gewelddadige black shirts, het Engelse equivalent van Mussolinis Movemento. Arsenal pikte de internationale draad wel op en groeide uit tot het succeselftal van de jaren dertig.

November 1945, tweede kans. Beseft Abramovitsj dat de oefenwedstrijd tegen Dynamo Moskou in de annalen van Chelsea geldt als the most exciting battle? Het duel was onderdeel van een diplomatiek vredesoffensief en werd bedisseld in de directeursbox van Stamford Bridge. Chelsea gaf als eerste club de Russen partij en trok alle media-aandacht naar zich toe. Vijfentachtigduizend Londenaren zorgden voor een toeschouwersrecord. De Russen speelden heel anders dan de Engelsen. Hun stijl baadde in de sfeer van het Oosten – `so slow that you can hear them think' – en contrasteerde met het Engelse kick and rush.

Chelsea proefde van de gretigheid van het publiek, maar begreep toch het belang van internationale contacten niet. Het volgende decennium ontwaakte het Europa-Cupgevoel. The Blues wonnen hun enige titel in 1955, bij de eerste editie van de landskampioenen. De Engelse voetbalbond weigerde inschrijving. Chelsea legde zich bij het bevel neer. Manchester United lapte het domme commando het jaar nadien aan de laars en veroverde de wereld wel.

Derde poging. Tussen 1964 en 1971 gold Stamford Bridge als de plaats waar je gezien wilde worden. Het stond bekend om zijn glamoureuze fans. Op de tribune schaarde zich de beau monde van Londen, met filmdiva's, rocksterren en sekssymbolen.

Is het verhaal van 30 september 1964 tot Abramovitsj doorgedrongen? Toen passeerde George Best de Bridge. De speler van Manchester United werd de vijfde Beatle genoemd. De achttienjarige Best koos zijn podium goed uit. In één van zijn vele biografieën memoreert hij: `Ik demonstreerde er misschien wel mijn beste wedstrijd ooit. De fans van Chelsea juichten om mijn acties en wensten mij zelfs de bal toe.' Chelsea aarzelde en poogde tevergeefs om Best aan zich te binden; United werd hét team van de tijdgeest.

Vierde beurt. In het boek The Football Factory (1996) beschrijft John King zeer realistisch de climax in het leven van de Chelsea-diehard: de uitwedstrijd tegen Tottenham Hotspur, aan de andere kant van Londen. Een fragment uit The Football Factory: `Tottenham uit is een kraker. We haten de Spurs. Het zijn joden! Wij zijn Chelseajongens, White Anglo-Saxon People. Zij zijn Silver Town Yids. Rijke joodse zwijnen. Op de weg naar White Hart Lane zingen we Spurs are on their way to Auschwitz, we schoppen herrie en er vloeit bloed. En we schreeuwen Chelsea! Chelsea! Chelsea!'

Beseft Roman Abramovitsj dat amper tien jaar geleden meer dan 95 procent van de harde Chelseakern behoorde tot radicaal-rechts?

In datzelfde jaar 1996 kantelde even de tijd. Ruud Gullit aanvaardde het trainersaanbod. Hij was de eerste zwarte trainer in de Premiership en rekende door zijn aanwezigheid sowieso af met het zielige zootje rechtse rakkers. Gullit kwam in Londen voor het `sexy football' en opende de jacht op de landstitel. Na anderhalf jaar kreeg hij de bons. De Italiaanse opvolgers Vialli en Ranieri begroeven het sexy voetbal. De Premier League wordt sindsdien beheerst door Arsenal en Manchester United.

Om dit tij te keren engageerde Abramovitsj de Portugees José Mourinho, de succesvolle, modernistische volgeling van Helenio Herreras leer van het catenacchio. Anti-voetbal is de leuze. En anti-politiek. In The Sunday Times zei Mourinho onlangs: `Mijn vader was een intimus van Salazar en Caetano (leiders van de Portugese dictatuur tussen 1928 en 1974). Indrukwekkende geesten vond hij. Ik treed hem bij. In een dictatuur drijft immers de kwaliteit boven. Democratie bevordert de middelmaat.' Einde citaat.

Wat weet Abramovitsj eigenlijk van Chelsea?

    • Raf Willems