Dreigende sluiting van theaters

Als de huidige bezuinigingsgolf en economische terugggang doorzetten, zullen verschillende theaters moeten sluiten. Dit terwijl het aantal bezoekers met 900.000 (8 procent) is toegenomen naar 12,7 miljoen.

Dat stelt de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) in het rapport Podia 2003. De Nederlandse gemeentes schroefden hun bijdrage voor de exploitatie van de theaters en concertzalen terug van 214 miljoen in 2002 naar 204 miljoen in 2003. Door de economische teruggang zagen de zalen hun commerciële verhuur, horeca-inkomsten en sponsoring flink teruglopen, terwijl deze een kwart van de inkomsten opleveren. De VSCD vreest hierdoor voor het voortbestaan van de theaters in bijvoorbeeld Leeuwarden, Tilburg, Vught, Ede, Zevenaar en Bussum.

Tegelijkertijd registreert de VSCD een aanhoudende bouwwoede, met 28 nieuwe theaters in de afgelopen drie jaar, en tachtig podia die aan het verbouwen zijn of dat gaan doen. Met deze bouwwoede is 1,2 miljard euro gemoeid. Het aantal voorstellingen steeg met twintig procent, van 28.000 in 2002 naar 32.000 in 2003. 27 Procent van de concerten en voorstellingen was uitverkocht. De meeste bezoekers gingen naar cabaret, musical en popmuziek. Vooral bij opera's en musicals steeg het aantal bezoekers flink (20 procent).

Volgens de VSCD werd de kostenstijging van de afgelopen jaren in 2003 flink teruggebracht. Voor minder geld werd veel meer theater en muziek gebracht. In het rapport worden de resultaten vergeleken met die van Duitsland. Volgens de VSCD worden in verhouding voor hetzelfde geld in Nederland vier keer zoveel voorstellingen voor twee keer zoveel mensen gemaakt als in Duitsland. Voor ieder verkocht toegangskaartje moet de Duitse staat 60 euro bijleggen, de Nederlandse staat slecht 28 euro. Het gemiddelde toegangskaartje bleef in de afgelopen jaren ongeveer hetzelfde kosten: elf euro.