Antillianen moeten ook zelf aan de slag

Zaterdag debatteerde leden van de Antilliaanse gemeenschap over de problemen die Antilliaanse jongeren veroorzaken. ,,We hebben lange tijd ontkend dat Antilliaanse probleemjongeren voor grote overlast zorgen.''

Eenheid maakt macht. Menig spreker op de feestelijke bijeenkomst afgelopen zaterdag in Amersfoort van Antilliaanse voormannen en -vrouwen, benadrukt het belang ervan. Als de 130.000 Antillianen in Nederland hun krachten niet bundelen, dan komt er niets terecht van het plan van aanpak van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) voor Antilliaanse risicojongeren. Een deel van de oplossing, zoals een betere opvang van deze jongeren bij aankomst in Nederland, zal toch ook uit de gemeenschap zelf moeten komen, is de algemene gedachte.

Verdonk stelt de komende vier jaar twintig miljoen euro beschikbaar voor het oplossen van de Antillianenproblematiek, zo maakte zij afgelopen vrijdag na de ministerraad bekend. Verdonk wil dat de achttien gemeenten waar de meeste Antillianen wonen - zoals Rotterdam en Amsterdam - intensief met elkaar gaan samenwerken. Het vroegtijdig verlaten van school, de jeugdwerkloosheid en de criminaliteit onder Antilliaanse jongeren en de overlast die ze veroorzaken moet omlaag, zo vindt Verdonk. Ook wil ze de taalachterstanden onder hen aanpakken, gezinsondersteuning bieden - met name voor tienergezinnen - en mentoren in de Antilliaanse gemeenschap werven om risicojongeren naar school en werk te begeleiden.

,,Maar het is zeker zo belangrijk'', zo betoogde James Schrils zaterdag, ,,dat er ook worden gekeken naar de situatie op Curaçao zelf. Hoe die verbeterd kan worden, zodat Antilliaanse jongeren een andere toekomst voor zichzelf zien dan louter een carrière in de criminaliteit in Nederland.''

Schrils wordt gezien als één van beste geïnformeerde experts inzake de Antilliaanse vraagstukken in Nederland. Hij is het brein achter menig gemeentelijk plan met betrekking tot Antillianen in de afgelopen vijftien jaar.

Tot vorig jaar was `goeroe James', zoals hij liefkozend wordt genoemd, directeur van Forsa in Zuid-Holland, een koepelorganisatie ter ondersteuning van de Antilliaanse problematiek. Maar nu die organisatie is wegbezuinigd, is Schrils enigszins uit beeld geraakt. Ten onrechte, zei voormalig Kamerlid voor D66 ('94-'99), Hubert Fermina.

De minister riep eerder dit jaar de gemeenschap ook al voor overleg bijeen. In kleiner verband, met tien afgevaardigden, de zogeheten kleine groep, praat ze nu verder.

Ruben Severina, voorzitter van MAAPP, een landelijke organisatie ter versterking van de politieke en maatschappelijke participatie van Antillianen en Arubanen, is één van hen. Hij vindt het winst dat Verdonk de problematiek van de Antillianen in Nederland nu politiek op de kaart heeft gezet. Maar de gemeenschap moet volgens hem ook de hand in eigen boezem steken. ,,We zijn geen civic community, een gemeenschap met burger initiatieven. We hebben'', zegt hij, ,,lange tijd ontkend dat Antilliaanse probleemjongeren voor grote overlast zorgen.''

,,Allemaal waar'', beaamt Richard Knel, een ander lid van de kleine groep, ,, maar stilletjes aan is de grens wel bereikt van wat Antillianen nog hoeven te pikken.'' Hij is vooral boos op een meerderheid van de Tweede Kamer die een scherper toelatings- of verwijderingsbeleid eist om de migratie van Antilliaanse risicojongeren aan banden te leggen. De ministerraad stemde vrijdag in met een onderzoek naar de juridische haalbaarheid daarvan.

Knel pleit voor acties van Antillianen als dat voorstel werkelijkheid wordt. ,.Men doet net of Antillianen tweederangsburgers zijn. Dat moet eens ophouden.''