Zoek uw zakdoekboek

De herfst is begonnen, de bladeren vallen en Pieter Steinz wijdt deel 33 van zijn serie over thema's in de wereldliteratuur aan tearjerkers, zakdoekboeken, in het algemeen en The Cider House Rules van John Irving in het bijzonder.

Kippenvel en tranen, dat was volgens Koot en Bie in de jaren zeventig het hoogste dat kunst kan bewerkstelligen. En van alle kunsten is het ongetwijfeld de cinema die de mensen het snelst aan het huilen krijgt. Muziek is een goede tweede – al was het alleen maar omdat zelfs het stomste top-veertigliedje een trip down memory lane is naar de tijd dat je het voor het eerst hoorde. Pas daarna komt de literatuur. De meeste mensen kunnen de boeken waarom ze gehuild hebben nog grotendeels opnoemen, iets waar bij Hollywood weepies en sentimentele popsongs geen beginnen aan is. De meeste mensen zullen trouwens huilen bij heel verschillende boeken, hoewel ik me nauwelijks kan voorstellen dat iemand het droog houdt bij Andersens `Meisje met de zwavelstokjes'.

Huilen is iets heel eigens, en huilen om romans, toneel of poëzie al helemaal. De traandichtheid van een leeservaring kan afhangen van leeftijd, persoonlijkheid en wat we voor het gemak maar `de thuissituatie' zullen noemen. Zodat de twintig boeken in de tijdbalk hieronder op sommige lezers een willekeurige indruk kunnen maken. Waar is Uncle Tom's Cabin, zal men zeggen, waar Anna Karenina; waar Eline Vere, waar De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren? En wat doen die gedateerde Jonge Werther en die aartssentimentele Bridges of Madison County op het lijstje? Waarop mijn antwoord is dat dít de boeken zijn die ik niet zonder brok in de keel heb dichtgeslagen, óf boeken die ik nog niet heb durven lezen omdat ik van anderen heb gehoord dat je er emotioneel door wordt uitgewoond.

Het ereplaatsje op de lijst van weepies is weggelegd voor John Irvings The Cider House Rules (`De regels van het ciderhuis'). Het had ook Dumas' Graaf van Monte-Cristo kunnen zijn, of Hardy's Tess of the D'Urbervilles, romans die me decennia na lezing nog steeds bijstaan als Heel Erg Droevig. En misschien zou het Het sleutelkruid van Paul Biegel moeten zijn, omdat de verhalen rondom koning Mansolein me bij iedere (voor)lezing weer ontroeren. Maar de keus voor The Cider House Rules is ook een eerbetoon aan de schrijver die me met twee van zijn andere romans (The World according to Garp en A Prayer for Owen Meany) prikkende ogen heeft bezorgd, ook toen ik de zogenaamde jaren des onderscheids al lang had bereikt.

John Irving, die zijn bewondering voor de negentiende-eeuwse roman nooit onder stoelen of banken heeft gestoken, werkt in The Cider House Rules naar klassiek recept. Zijn hoofdpersoon Homer Wells is, net als vele helden van zijn grote voorbeeld Charles Dickens, een weesjongen die zijn plaats in de wereld moet vinden. Wat des te moeilijker is omdat Homer niet wegkomt van het weeshuis (annex kraam- en abortuskliniek) in Maine waar hij geboren is. Op de een of andere manier slaagt hij er niet in geadopteerd te worden; hij is `The Boy Who Belonged to St.Cloud's', zoals de titel van het eerste hoofdstuk luidt. Anders dan de meeste wezen uit de wereldliteratuur beleeft Homer geen afschuwelijke jeugd en wordt hij niet uitgebuit, mishandeld en bedrogen; hij staat onder de bescherming van de goede dokter Wilbur Larch, die zijn leven in dienst heeft gesteld van de hulp aan ongewenst zwangere vrouwen. De grootste tragedie uit Homers volwassen leven na St.Cloud's is zijn liefde voor de vrouw van zijn beste vriend. Als die op niets uitloopt, keert hij terug naar St.Cloud's; hij verzoent zich met de roeping die Dr.Larch voor hem heeft uitgestippeld en zet het werk van zijn surrogaat-vader na diens dood voort.

Sentimenteel? Jazeker. Irving weet welke gevoelige snaren hij moet raken, en het semi-happy ending is een effectieve methode – net als een vlotte stijl en het beschrijven van het droeve lot van o zo sympathieke bijfiguren. Voeg daarbij dat Irving als weinig andere schrijvers in staat is (of in ieder geval was) om naast de traan ook de lach op te wekken, en er rest maar één conclusie: Dickens zou trots op hem zijn geweest.

Reacties: steinz@nrc.nl

John Irving: `The Cider House Rules' (uitg. Black Swan).

Volgende week in `Lees mee met NRC': dieren in de fictie. Besproken boek: `De gouden ezel'

(`Metamorphoses') van Apuleius.

'WEEPIES': FICTIE OM BIJ TE HUILEN

NRC H 250904 / JvB