Zijrivieren Amazone herbergen veel soorten elektrische vis

De biodiversiteit van riviervis is het grootst op plaatsen waar zijrivieren in de hoofdrivier stromen. Dat concluderen biologen na een omvangrijke en jarenlange studie van de vissoorten in de Amazone-rivier en zijn 13 belangrijkste zijrivieren. Zij constateren dat de biodiversiteitsverdeling een `knopen'-patroon vertoont, en wijzen daarmee het oude model van de hand waarin juist stroomafwaarts in de hoofdrivier de biodiversiteit steeds verder zou toenemen (Science, 24 sept).

De Braziliaanse biologe Cristina Cox Fernandes en haar Amerikaanse collega John Lundberg visten sinds 1992 met sleepnetten in de Amazone en zijn zijrivieren, om zo een overzicht te krijgen van de verspreiding de elektrische vissen (mesaalachtigen, Gymnotiformes) in het Amazonegebied. Deze vissen leven op de bodem van de vaak diepe rivieren en zijn dus relatief onbekend. Mesalen gebruiken hun vermogen om elektriciteit op te wekken met name voor de oriëntatie in het troebele, donkere rivierwater en niet zoals de verwante sidderalen voor het verlammen van een prooi.

De onderzoekers moesten onder moeilijke omstandigheden werken. In snelstromende rivieren sleepten zij een fijnmazig net op een diepte van tien tot vijftig meter over een onzichtbare bodem met onverwachte obstakels, zoals dode bomen en uitstekende rotspunten. Meer dan eens scheurde het net en ging de vangst verloren.

In totaal identificeerden de onderzoekers 43 soorten onder de ruim 16.000 gevangen elektrische vissen: 29 staartvinmesalen (Apteronotidae), 8 glasmesalen (Sternopygidae), 5 langsnuitmesalen (Rhamphichthyidae) en 1 kortsnuitmesaal (Hypopomidae). Tijdens hun bemonsteringen van de pikdonkere dieptes van de rivieren vingen de biologen 13 niet eerder beschreven soorten in hun netten. Ook ontdekten zij dat een mesaal die eerder als aparte soort was beschreven in feite een uit de kluiten gewassen mannetje was van een andere bekende soort.

Omdat de biologen in dit onderzoek hebben gekeken naar het voorkomen van alle soorten in één diergroep, achten zij het verantwoord op grond hiervan algemene theoretische conclusies te trekken. De biodiversiteit van riviervissen piekt ter hoogte van de plek waar zijrivieren zich bij de hoofdrivier voegen. De grootste soortdichtheid vonden de onderzoekers aan het eind van de zijrivieren, vlak voordat zij in de hoofdrivier stroomden. De hoofdstroom wint ook aan soorten nadat er een zijrivier is bijgekomen, maar dat effect gaat langzaam weer verloren. Over de hele lengte van de Amazone bekeken verdwijnen stroomafwaarts geleidelijk aan 18 (41%) van de soorten terwijl er slechts 5 nieuwe bijkomen (11%). Daarmee is het aloude idee van de zich stroomafwaarts ophopende biodiversiteit naar de prullenbak verwezen.