Zelfhulpgroepen reduceren de sterfte rond de geboorte

Moeders in ontwikkelingslanden kunnen het risico dat hun kind rond de geboorte overlijdt met 30% en hun eigen sterfte in het kraambed met 80% verminderen, als ze zelf oplossingen voor te verwachten problemen bedenken en uitvoeren (The Lancet, 11 sept). Dat blijkt uit een groot onderzoek in Nepal waar 30.000 jonge vrouwen in 24 dorpen aan deelnamen.

In de helft van de dorpen waren de vrouwen `controlegroep'. Daar werd de traditioneel hoge sterfte rond de geboorte alleen geadministreerd. In de twaalf andere dorpen werden vrouwen in de vruchtbare leeftijd aangemoedigd om 10 keer per jaar bij elkaar te komen en problemen rond zwangerschap, geboorte en kraamtijd in kaart te brengen en oplossingen aan te dragen. Ieder groep had een vrouwelijke begeleidster met een zekere basiskennis over geboorte-zaken en er was eenvoudige schriftelijke informatie voorhanden. Zo kwamen de moeders die bijeenkwamen op het idee om geld in te zamelen voor bevallingen in klinieken en verbeterden ze de hygiëne bij bevallingen door handen te wassen wanneer ze elkaar daarbij hielpen en een mes te ontsmetten alvorens de navelstreng door te snijden. Ook bezochten ze elkaar in de kraamperiode en spoorden ze moeders van zieke kinderen aan om medische hulp te zoeken.

Sterfte van moeders en kinderen is wereldwijd een groot probleem: een op de elf kinderen in een ontwikkelingsland sterft voor de vijfde verjaardag: 10,8 miljoen per jaar. Vier miljoen van hen overlijden in de eerste maand na geboorte. Voor moeders in ontwikkelingslanden geldt hetzelfde: daar overlijdt een op de zestien vrouwen rond de baring. Tweederde van deze kindersterfte en driekwart van de moedersterfte is met relatief simpele middelen als antibiotica, keizersnede, mazelenvaccinatie en behandeling van malaria en diarree te voorkomen. Daarom stelde de Verenigde Naties zich in 2000 tot doel de kindersterfte met tweederde en moedersterfte in 2015 met driekwart terug te dringen (www.un.org/millenniumgoals).

Het grote onderzoek in Nepal laat nu voor het eerst zien dat de moeders zelf het initiatief kunnen nemen. In dorpen waar moeders met elkaar overlegden en oplossingen zochten, stierven 26 per 1000 kinderen binnen een maand na geboorte en in de dorpen waar niet overlegd werd, overleden 37 per 1000 kinderen, het verschil werd met name veroorzaakt door minder infecties. De sterfte bij moeders nam spectaculair af van 341 per 100.000 in de niet-overleg-dorpen tot 69 per 100.000 in de overleg dorpen, omdat in deze dorpen meer moeders besloten om in een gezondheidskliniek te bevallen. Na afloop van het onderzoek ging 95 % van de zelfhulpgroepen gewoon door.

Zelfhulpgroepen zijn effectief, goedkoop en duurzaam bij het terugdringen van sterfte van moeders en kinderen rond de geboorte, concluderen de onderzoekers. Bovendien zijn dergelijke projecten makkelijk op verschillende plaatsen op te zetten. Een idee voor de Verenigde Naties, die in onder andere Afrika en Zuid-Azië, niet op schema liggen met hun doelen om kinder- en moedersterfte terug te dringen.

    • Nienke van Trommel