Wall Street negeert recordprijs voor olie

Ondanks de blijvend dure olie meldden de kopers zich gisteren schoorvoetend op de beursvloer in New York. De beleggers putten een beetje hoop uit meevallende cijfers over de orders voor duurzame goederen in de Verenigde Staten. Daarnaast sloegen wat koopjesjagers hun slag, aan het einde van een handelsweek waarin de mineurstemming overheerste.

De toonaangevende Dow-Jonesindex noteerde een kleine plus van 8,34 punten en sloot op 10.047,24 punten. Dat komt overeen met een winst 0,1 procent.

De schermenbeurs Nasdaq wist het hoofd niet boven water te houden. Onder meer Philips drukte de stemming in de technologiehoek met een waarschuwing over de tegenvallende verkoop van halfgeleiders. De index van de Nasdaq moest 0,4 procent terug tot een slot op 1879,48 punten.

Van het oliefront kwam gisteren wederom nieuws dat de markt zorgen baarde. De prijs van een vat ruwe olie bereikte een nieuw hoogtepunt, met een slot op 48,88 dollar. Het nieuws dat de Amerikaanse regering de oliereserves aanspreekt ter compensatie van de productieschade die de orkaan Ivan heeft aangericht, kreeg de prijs niet omlaag.

Ook de enige meevaller moest ver gezocht worden. De orders voor duurzame producten daalden over de maand augustus, zo berichtte de Amerikaanse overheid. Maar de daling was minder dan analisten hadden gevreesd. Om tot die meevallende conclusie te komen, moesten wel de tegenvallers in de transportsector uit de cijfers worden gefilterd. Tegenover de orders stond minder goed nieuws over de verkoop van huizen. Die wordt getemperd door de hogere hypotheekrente.

Tot de winnaars in de Dow behoorden de banken Citigroup en JP Morgan Chase. Op de Nasdaq deed softwarebedrijf PeopleSoft goede zaken. Het aandeel steeg bijna 4 procent, na geruchten dat er in Brussel geen bezwaren leven tegen een overname door concurrent Oracle.