VPV's pokerwinst smaakt wrang

Bank VPV leverde in 2000 een huzarenstukje met een miljardenovername. Maar de bluf van toen is nu bewijsmateriaal in een voorkennisstrafzaak.

Acht advocaten en één officier. Dat was deze week de beginopstelling voor de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank van Amsterdam waar de voorkenniszaak rond vermogensbeheerder Veer Palthe Voûte (VPV) van start ging. Justitie verdenkt verschillende bankiers, sommige familieleden en zakenrelaties van handel met voorkennis in een aantal beleggingsmaatschappijen voorafgaand aan een miljardenovername.

VPV werkte in 1999 maandenlang aan de overname van diverse houdstermaatschappijen met een gezamenlijke waarde van circa 13 miljard euro. Grootste struikelblok was een dreigende fiscale naheffing waarover onderhandeld werd met het ministerie van Financiën. Tegelijkertijd werd er privé door betrokkenen in sommige fondsen gehandeld. Hamvraag in de zaak is: waren de gesprekken op Financiën koersgevoelig, en zo ja: in welk stadium werden die onderhandelingen koersgevoelig?

Het openbaar ministerie (OM) vindt de gesprekken in september 1999 al zo vergevorderd dat zij koersgevoelig waren, maar de verdachten zien dat moment pas begin december, toen de zaak ook wereldkundig is gemaakt.

De commerciële voortvarendheid waarmee de relatief kleine Goudse vermogensbeheerder andere grote geïnteresseerde banken destijds aftroefde, keerde deze week als een boemerang terug in het strafproces. In de vele optimistische memo's tussen betrokkenen ziet het OM aanwijzingen hoe serieus de gesprekken al waren in september en oktober van 1999 – en dus hoe koersgevoelig. Veel correspondentie vond plaats tussen toenmalig VPV-directeur Jan Reinier Voûte en fiscaal adviseur Jack Renes van KPMG. Met zijn tweeën liepen zij in de herfst van 1999 de deur plat aan het Haagse Korte Voorhout. Voûte en Renes onderhielden ook contact met sommige overnamedoelwitten, de beleggingsfondsen. Al in juli meldt Renes aan een houdstermaatschappij dat, na nog één te nemen hobbel, Financiën ,,zeer waarschijnlijk'' het groene licht zal geven.

Maar Renes verklaarde woensdag als getuige voor de rechtbank dat veel van zulke uitspraken bij het onderhandelingsspel horen. ,,Je moet zaken opkloppen en wisselgeld in je achterzak houden'', aldus de fiscalist. Ook getuige Allard Voûte, een broer van een van de verdachten en destijds betrokken als juridisch adviseur, benadrukte als getuige dat vele brieven met een korreltje zout moeten worden genomen. Optimisme hoort er volgens de advocaat bij. ,,Het past in een tactiek om je voet tussen de deur te krijgen.''

De advocaat Voûte benaderde in september 1999 de SER-Fusiecommissie en beursorganisatie AEX, tegenwoordig Euronext, in verband met de transactie. Bij de beursorganisatie gingen de alarmbellen rinkelen omdat de Commissaris voor de Notering tegelijkertijd bovengemiddelde handel in sommige betrokken beleggingsfondsen zag. ,,Ik werd daar professioneel nerveus van'', verklaarde hij deze week.

Maar het zou nog drie maanden duren voordat de beurs de handel in de fondsen zou schorsen. De beurs lichtte toezichthouder STE in en de STE nam contact op met Financiën. AFM-voorzitter Arthur Docters van Leeuwen kwam dinsdag als getuige uitleggen waarom hij niet eerder ingreep: het was niet mogelijk. Volgens hem was het aan de beleggingsfondsen om de onderhandelingen bekend te maken, maar die wisten volgens Docters van Leeuwen van niets. En het ministerie van Financiën werd beperkt door een geheimhoudingsplicht. Daarom sprak de toezichthouder met Financiën af dat het ministerie het zou laten weten als er een ,,aanmerkelijke kans'' was op een deal in Den Haag. In de actie van advocaat Allard Voûte om de beurs en de SER in te lichten vermoedde Docters een lepe truc. ,,Ik had de indruk dat het een poging was om de gesprekken met Financiën te bespoedigen. Ik begreep het gedrag van de betrokken advocaat ook niet. Ik wilde niet dat de toezichthouder instrumenteel was bij de onderhandelingen,'' zei hij.

Bart van Walderveen, een van de toenmalige ambtenaren van Financiën die met VPV onderhandelde, deed deze week misschien wel de interessantste uitspraak. Noch de toezichthouder, noch de beurs waarschuwde VPV voor de voorkennisrisico's, maar de fiscale ambtenaar deed dat naar eigen zeggen wel. ,,Het kan toch niet zo zijn dat het ministerie van Financiën aan de ene kant regels over voorwetenschap aanscherpt en dat wij er in zo'n situatie niets mee doen.'' Volgens Van Walderveen heeft hij tijdens de onderhandelingen met Renes en VPV-directeur Jan Reinier Voûte het risico van voorkennis ,,meerdere malen ter sprake gebracht'' En de reactie? ,,Zij namen daar kennis van.''

Ook na drie zittingsdagen kwam hoofdverdachte Jan Reinier Voûte nog niet aan het woord, dus vroeg hij dat donderdag maar zelf. Vijf jaar na zijn omstreden effectentransacties heeft hij nog nooit zijn verhaal aan een rechter mogen vertellen, zei hij. De toezichthouders namen destijds niet de moeite om hem te bellen. Kan dat zomaar? Voûte zal nog een paar maanden moeten wachten voordat hij echt aan het woord komt. In december wordt de zitting hervat.