Verbod op weekmakers

Europese ministers van Economische Zaken hebben gisteren besloten weekmakers in plastic speelgoed en kinderverzorgingsartikelen te verbieden wegens gezondheidsrisico's. Het gaat om zes zogenoemde ftalaten. Deze stoffen zitten ook in scoubidoutouwtjes, die onlangs in Nederland in opspraak kwamen. Consumenten- en milieuorganisaties ijverden voor een verbod op weekmakers, die plastic soepel maken. Ftalaten zijn niet acuut gifitig, maar kunnen een hormoonachtige werking hebben.

Sinds 1999 geldt een tijdelijk Europees verbod op zes ftalaten. De EU-ministers scherpen het verbod nu aan en maken het permanent. Er komt een verbod op de ftalaten DEHP, DBP en BBP in speelgoed, omdat deze een toxisch effect op de voortplanting kunnen hebben. De ftalaten DINP, DIDP en DNOP worden verboden in speelgoed voor kinderen van 0-3 jaar, die in de mond ,,kunnen'' worden genomen. In het huidige tijdelijke verbod is sprake van producten die ,,bestemd'' zijn om in de mond te worden genomen.

De ministers hebben met hun besluit tot een verbod gewacht op resultaten van wetenschappelijk onderzoek. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit meende na onderzoek echter dat sabbelen op de touwtjes niet gevaarlijk is door de lage snelheid waarmee de weekmakers vrijkomen.