Van Oorschot (2)

Hoe is het mogelijk dat Van Oorschot, als voorzitter van het College van Bestuur een universiteit, serieus denkt dat wetenschap en maatschappij gebaat zijn bij meer geloof en religie. (W&O, 12 sept.) Een roep om geloof en religie te betrekken in de wetenschap is vergelijkbaar met een oproep aan alle artsen om geneeskunde te bedrijven vanuit de homeopathische beginselen. Religie en wetenschap staan per definitie op gespannen voet met elkaar. Gaat het in wetenschap om onbevangen onderzoek, bij geloof en religie wordt altijd geredeneerd vanuit een vooringenomen standpunt. Galilei werd bijna gedood omdat zijn ontdekkingen niet pasten binnen het religieuze kader van die tijd. Denken vanuit een religieus standpunt kan niet ruimer zijn dan het onderliggend dogma toelaat en geschiedt dus met oogkleppen. Daarom is in feite een universiteit op religieuze basis al een contradictio in terminis. Dat valt minder op als bèta-studies buitengesloten worden, zoals van Oorschot dan ook wil. Maar ook buiten de bèta-studies is religie geen goede basis om wetenschap te bedrijven. Iemand die heilig in kabouters en elfjes gelooft kan nooit onbevangen een studie aan sprookjes wijden. Andersom kan een atheïst uitstekend theologisch onderzoek doen. Meer religie in de samenleving is evenzo verwerpelijk. De geschiedenis leert wat religie met samenlevingen doet: polariseren en abject gedrag legitimeren. Religie maakt immers lange tenen. Zo zullen religieuze mensen zich al gekwetst kunnen voelen door mijn bovengenoemde vergelijking tussen enerzijds geloven in een God en engelen en anderzijds geloven in kabouters en elfjes. Religie maakt tenen zo lang dat ze niet te ontwijken zijn. De vele conflicten die daaruit resulteren staan dagelijks in de krant en zijn te vinden in geschiedenisboeken. Van Oorschot stelt dat het ontkennen van geloof als drijvende kracht improductief is. Het is andersom: geloof is in de wetenschap juist contraproductief en in de maatschappij zelfs destructief.

    • A.P. van der Kolk Bussum