September

De Vuelta nadert de ontknoping. Drie weken is er in Spanje gefietst, op leven en dood. Mart en Jean waren er, maar wij hebben er weinig van gezien. Spanje is een land voor de zomer, niet voor de herfst. Consumptiepatronen, weermannen, reisorganisaties, kortom de hele tricolore industrie bepaalt tegenwoordig de sportagenda's. Daar is niet tegenop te fietsen, niet door Roberto Heras, niet door Alejandro Valverde, niet door Tyler Hamilton.

De Vuelta: daar zie je hoe gewoon geluk kan zijn. Zo gewoon dat het landschap in de gezichten van de mensen is gekropen. Van de renners en van de volgers. Pedro Delgado, ooit in dienst bij PDM, is nooit Nederlander geworden. Nu ik hem als commentator op de Spaanse televisie weer tegenkom, weet ik: het dorp blijft duren. Perico is geen dag van PDM geweest, niet eens van de UCI. Hij was en is schors van zijn omgeving. In Delgado beleven kurkbomen hun hoogste triomf.

Het mooiste aan de Vuelta is het podium. Boerenwichten proberen de overwinnaar te zoenen. Altijd tussen de oren, nooit in de nabijheid van de mond. Ze hebben de handen vol: bloemen, miniaturen van stad en streek, een sculptuur van de sponsor, een afgezakte glimlach. Ze dragen het succes zoals Afrikaanse moeders het leven dragen: het gezicht gloriëert, maar de knieën en de enkeltjes doen het niet meer. Zwaar van nostalgie en verleden, als ze daar staan te zijn.

Ik heb begrepen dat André Hazes een geweldige Oranjefan was, en ook een beetje van Ajax. Tragisch misverstand. De Vuelta, niets dan de Vuelta, was het epicentrum van zijn poldersoul. Tussen Leon en Gallicië, in het landschap van bergen en ravijnen, zou hij zijn geliefde Rachel pas echt hebben kunnen toezingen met een furie, zijn ziel waardig. Hij zou er bondgenoten in onmacht en verdriet hebben gevonden. Laten we zeggen: alle strijdbare sintels van onze geïndustrialiseerde wereld, zij het vermomd als schaapherders. Benidorm is niet plat te zingen, de Vuelta is dat wel.

Wielrennen in september, de hoofden staan niet meer naar pedalen, naar een aërodynamische zit, naar de kunstige aanreiking van een bidon. Wie wil er nog drinken in september? Ja, André Hazes, maar dat heeft hij dan ook linea recta bekocht. Edoch, de Vuelta is meer dan welke etappewedstrijd ook onrust, bijgeloof, magie en drama. Gelost worden op de Cauberg is een incident, uit de wielen worden gereden op de cols tussen Avila en Collada Villalba is een nationale ramp. Daar gaat de natie aan het spit, daar valt een regering.

De echte heroïek van de Vuelta is onzichtbaar. De Ronde van Spanje is een slepende ziekte. Een schimmel van de armen. Terwijl het parcours koninklijk is, ruiger dan de Tour de France, slopender dan de Giro. Maar de wielerfans kijken niet op of om: ach, Spanje, land van pata negra, van costa's en bloot geweld, land van bikini's. Wat zou Mancebo anders zijn dan een obertje in de Oesterbar?

De vooroordelen zijn ten diepste onrechtvaardig, hautain en bijna racistisch. Ik wil de dichters die in Spanje willen sterven de kost niet geven. Overigens, kijkend naar de documentaire over André Hazes dacht ik: de arena bleef wel leeg, maar hij was toch gelukkig op zijn Spaanse balkon.

Er is meer leed. Gisteren heeft Richard Virenque zijn afscheid aangekondigd. De Franse superkampioen heeft het wel gehad, in het peloton. Waar hij toch al niet geliefd was. Alsof Michael Boogerd en Erik Dekker voor liefde zouden fietsen. Voor belangen, ja, al helemaal voor eigenbelangen.

Aan de morele meetlat van calvinistisch Nederland bevindt Virenque zich sinds 1998 in vrije val. Festina, de doping-Tour, epo, een tricheur hors catégorie. We zijn nu zes jaar verder. Virenque is recordhouder bolletjestrui: zeven stuks. Hij heeft zijn roem vergaard in de Tour, en in een enkele klassieker. Waarom niet in de Vuelta? Waar bergen mensen worden, en omgekeerd. Waar er niets meer is, alleen nog een waarom. Dát is voor mij Richard Virenque.

Virenqe wordt pr-functionaris bij Davitamon. Dan hebben we het over de gezondheidsindustrie. Over vitamines die André Hazes misschien hadden kunnen redden. Richard blaakt van gezondheid, viriliteit en optimisme. Hij kan de vermoeide generatie van de Sorbonne wel een lesje leren. Nog mooier: hij heeft een vrouw die van hem houdt. In termen van spirituele infrastructuur is Richard Virenque verder gekomen dan André Hazes. Makkelijk zat, hij had geen poldermodel om overheen te komen. Hij mocht blijven wie hij was: een landschap met tanden.