Rif-ratjes 2

Ik zie de verontwaardigde brieven over het verhaal van Enrico Bartens (Z, 18-9) al weer voor me: `...moeten we dan allemaal Marrokkaantjes in elkaar gaan slaan om ze duidelijk te maken dat ze zich anders moeten gedragen?' De welzijnswerkers gruwen natuurlijk als ze niet, vol begrip, tegenover een `Rif-ratje' kunnen gaan zitten om te vragen hoe ze er zelf over denken en of ze wel lekker in hun vel zitten. Die gastjes lachen zich rot. Zou ik ook doen.

Communicatief lijkt de overheid (lees: politiek) wel de zwakste broeder in onze samenleving te zijn. Veel verder dan verkiezingsposters met pasfoto's van politici erop en het uitdelen van petjes van Postbus 51 komt men doorgaans niet. En als er al wat contact tot stand komt tussen probleemgeval en hulpverlener, zit er tegenover een oma-berover een hulpverlener die in haar vrije tijd met paarden fluistert.

Dat traject heeft Enrico Bartens beter begrepen. Maar ja, dames en heren bestuurders, communicatie is dan ook een vak. Het accent ligt niet op de juiste plek. Zoals wetgeving in Nederland niet het probleem is, maar de handhaving daarvan, zijn de buurtactiviteiten niet het probleem, maar de communicatie daaromheen. Jarenlang en subsidies vol wordt gepoogd contact op te zetten tussen verschillende bevolkingsgroepen, maar met welke boodschap? Professionals als Enrico Bartens of KesselsKramer worden niet door de overheden benaderd. Die doen dat belangrijke werk liever met de amateurs op hun eigen niveau van deelraadbestuurder spelen. En dat is niet denigrerend, want communicatie is gewoon een heel, heel erg moeilijk vak. Waar heel, heel erg veel resultaat mee te halen is.

    • Rob van Bracht