Opvoeden zonder overheidssteun

Gisteren kwam in Den Haag het eerste Gezinsparlement bijeen. Ouders, kinderen, politici en wetenschappers debatteerden over de vraag wie er voor moet zorgen dat kinderen goed en gelukkig kunnen opgroeien.

Is het opvoeden van een kind alleen de verantwoordelijkheid van de ouders of heeft de overheid daarin ook een taak? En zo ja, waar bestaat die dan uit? Die vragen stonden gisteren centraal tijdens het eerste Gezinsparlement, een debat tussen politici, deskundigen en gezinsleden (ouders en kinderen) in Den Haag, georganiseerd door de Nederlandse Gezinsraad.

Steeds meer vrouwen met kinderen blijven werken en de overheid moedigt dat aan, maar kinderopvang is nog steeds geen basisvoorziening. Hoogleraar Kinderopvang Louis Tavecchio vindt dat onverteerbaar. De maatschappij is gebaat bij werkende moeders, dus zou iedereen moeten meebetalen aan de kinderopvang, net als bij gezondheidszorg en onderwijs, zei hij. En de overheid zou de kwaliteit van de kinderopvang moeten bewaken. Maar in de nieuwe wet op de kinderopvang, die volgend jaar ingaat, laat de overheid die kwaliteitsbewaking grotendeels over aan de markt. Ouders zullen een matige crèche wel mijden, is het idee erachter. Een onverantwoord experiment met zo'n grote, kwetsbare groep kinderen, stelde Tavecchio.

Ouders hebben onvoldoende macht om de kwaliteit van de kinderopvang te bewaken, stelde een vader. ,,Je haalt je kind dat gewend is aan de leidsters en de andere kinderen niet snel van de crèche omdat je de kwaliteit onder de maat vindt. Dat is het allerlaatste redmiddel.'' De vader stelde voor om een onafhankelijk adviesorgaan in te stellen dat op verzoek van ouders een advies kan geven over de kwaliteit.

Tweede-Kamerlid Evelien Tonkens (GroenLinks) viel de vader bij. Zij vindt dat de nieuwe wet leidt tot een ,,hopeloze situatie''. Maar in een adviesorgaan ziet ze weinig. ,,Stel, dat orgaan zegt: de kwaliteit is onder de maat. Gaat u dan minder betalen? Dan wordt het alleen maar nóg slechter.'' De overheid, zei Tonkens, moet de kwaliteit bewaken. Maar Kamerlid Kathleen Ferrier (CDA) was verbaasd over het weinige vertrouwen in ouders. ,,Als ouders de kwaliteit onder de maat vinden, dan ís die onder de maat.''

Ook als de kinderen op de basisschool zitten, laat de overheid het erbij zitten, vonden de ouders. We hebben heel veel plichten, maar nauwelijks rechten, zei een moeder op de bijeenkomst. Ze vertelde over een eigen ervaring. ,,Wij overwogen naar Australië te emigreren, maar we wilden er eerst drie maanden doorbrengen om het land te leren kennen. Naast de zomervakantie moesten de kinderen dan zes weken van school verzuimen. Wij zouden ze zelf onderwijs geven. De school vond het goed, de leerplichtambtenaar niet.'' Haar dochter Amber: ,,Ik vond dat heel stom van die leerplichtambtenaar.''

Een andere moeder beklaagt zich over de vele vakanties. ,,Je kinderen thuishouden mag absoluut niet, maar de school mag ze wel naar huis sturen wanneer ze dat uitkomt. Ooit wel eens gehoord van de januari-vakantie? Mijn dochter kreeg dat, vlak na de kerstvakantie. Plus een mei-vakantie vlak na de krokusvakantie. En dan nog al die vrije uren en dagen. Je kunt als ouders bijna niet werken.''

Na schooltijd ligt er voor de overheid nog een taak, bleek uit het debat. ,,We krijgen steeds minder buitenkinderen en steeds meer binnenkinderen'', zei Lia Karsten, universitair hoofddocent geografie en planologie aan de Universiteit van Amsterdam. Waren kinderen tot in de jaren zeventig overwegend buiten, nu is dat door het drukke verkeer en de volgebouwde steden niet meer mogelijk. Steeds meer kinderen spelen minder dan een keer per week buiten. Zij vertelde over gemeenten die de laatste sportvelden volbouwen. ,,Dan weet ik wel welke kinderen niet meer sporten.'' Dat zijn niet de kinderen die door de ouders op de achterbank van de auto naar clubjes worden gereden. Maar ook voor deze groep geldt volgens Karsten dat het ontbreken van speelgelegenheid op straat niet goed is en leidt tot dikke kinderen met volle agenda's. In de strijd tegen overgewicht helpt elke middag buitenspelen veel meer dan een uurtje sport in de week.

Een vader vond dat bedrijven een deel van hun budget beschikbaar zouden moeten stellen voor speelvoorzieningen voor kinderen. Een meisje vond het een ,,beetje raar''. Bedrijven zouden beter geld kunnen storten in een potje. ,,De gemeenten zouden dan moeten zorgen voor die speelplekken, in overleg met de kinderen natuurlijk.''

    • Sheila Kamerman