Opbrengst van windmolens mag niet worden overschat 2

Het getuigt van voortschrijdend inzicht bij onder meer deze krant dat steeds meer ruimte wordt besteed aan kritische kanttekeningen bij de plaatsing van windturbines. Het is verontrustend hoe weinig kritisch de houding van de media – inclusief deze krant – tot nu toe is geweest of nog steeds is tegenover de lobby van de overheid, de milieubeweging, de energiebedrijven en de projectontwikkelaars. Nog steeds lezen wij hoeveel duizenden huishoudens door een `windmolen' van energie kunnen worden voorzien, terwijl het alleen maar om de elektrische stroom gaat die ze thuis gebruiken. Het eten kookt er niet van, de verwarming blijft uit en de auto blijft stilstaan. Op kantoor zitten ze zonder licht.

Windenergie is ontzettend duur, het zet geen zoden aan de dijk en het verpest de laatste restjes open landschap van Nederland. Als alle plannen worden gerealiseerd, zijn er in Nederland buiten de grote steden bijna geen plekjes meer te vinden waar je geen turbines aan de horizon ziet draaien. Reusachtige torenhoge industriële turbines worden door de windparkenlobby steevast windmolens genoemd in de hoop dat iedereen daarbij denkt aan de Zaanse Schans. Gezellig, zo'n parkje bij je huis.

De vele miljarden euro's die het gebruik van dat beetje windenergie ons in de komende jaren gaat kosten – aan subsidie, aan verlies van leefruimte, aan daling van de waarde van onroerend goed en zo meer – kan veel beter besteed worden. Helaas krijgt een groot project als het volbouwen van Nederland met windturbineparken binnen de overheid een eigen momentum waarna – zie de Betuwelijn – geen weg terug meer mogelijk lijkt. Met als gevolg een parlementaire enquête over 15 jaar.