Opbrengst van windmolens mag niet worden overschat 1

Terecht wordt in het redactioneel comentaar van 15 september opgemerkt dat windenergie op dit moment bij lange na niet concurrerend is en dat het een peperdure en gesubsidieerde vorm van energieopwekking is waarvan al jaren wordt beweerd en gehoopt dat ze ooit competitief zal worden.

Dit zal niet veranderen, omdat de opbrengst van windmolens nooit meer dan minimaal kan worden. En wel omdat de aanvoer van het aandrijvende vermogen door wind, dus met relatief zeer geringe snelheid aanstromende lucht met nauwelijks enige massa, nooit anders dan uiterst gering kan en zal zijn. De onbeheersbare wisselvalligheid van dat kleine aandrijvende vermogen tussen heel vaak nul en zelden maximaal is de reden dat het werkelijk effectief elektriciteit producerende vermogen varieert tussen meestal niet meer dan 17 procent tot uiterst zelden 30 procent van het maximale vermogen van de windmolen. Men betaalt dus veel voor iets wat weinig opbrengt. Een uitermate duur en door die onvoorspelbare wisselvalligheid ook slecht bruikbaar product dus.