Oliereus Shell zit in een lastig parket

Shell stevent op een impasse af. Het Nederlands-Britse olie- en gasconcern verhoogt de kapitaaluitgaven naar 15 miljard dollar per jaar om meer olie te kunnen vinden. Dat is ongeveer 30 procent méér dan de grotere concurrent Exxon uittrekt.

Maar ondanks de extra vuurkracht wordt de oliemaatschappij de komende jaren met dalende productiecijfers geconfronteerd en zal de productie pas in 2009 weer het huidige niveau bereiken.

Om de hogere investeringen te kunnen rechtvaardigen heeft Shell een paar trucs uit de mouw moeten toveren. Het concern intensiveert de komende drie jaar de verkoop van bedrijfsonderdelen, opdat er voor 10 tot 12 miljard dollar aan belangen kan worden afgestoten.

Belangrijker nog is het gegeven dat het zijn langetermijnvoorspelling over de hoogte van de olieprijs heeft opgewaardeerd naar 25 dollar per vat. De grote branchegenoten van Shell blijven daarentegen vasthouden aan 20 dollar per vat, al moet daar wel bij worden gezegd dat dat een heel voorzichtige inschatting is.

Op grond van de nieuwe voorspelling zou Shell net genoeg kasstroom kunnen genereren om zijn kapitaaluitgaven te bekostigen en enige ruimte open te laten voor dividenduitkeringen en aandeleninkopen.

Zijn de verwachtingen van Shell te optimisisch? Een blik op de prijzen op de termijnmarkt duidt erop dat Shell het wel eens bij het rechte eind kon hebben. De markt verwacht dat de prijs voor een vat Brent-olie op de middellange termijn boven de 30 dollar zal blijven. Bovendien hanteert Shell de conservatievere schatting van 20 dollar nog steeds voor individuele projecten. Een hogere inschatting van de prijs terwille van een doelmatiger beheer van de kasstroom betekent dus niet automatisch dat Shell alle behoedzaamheid laat varen.

Maar het punt is dat het voor Shell, meer dan voor zijn concurrenten, noodzakelijk is dat de olieprijs hoog blijft. Iedere betekenisvolle prijsdaling zal ten koste gaan van de kapitaaluitgaven en/of de dividenduitkeringen, en dat is slecht nieuws voor de aandeelhouders.

Ondanks de hogere inschatting van de prijs breidt Shell zijn aandeleninkoopprogramma niet uit, terwijl al zijn concurrenten dat wel doen. Dat betekent dat het kasrendement achterblijft bij het gemiddelde, aldus berekeningen van zakenbank CSFB.

Zelfs als Shell geluk heeft en de olieprijs boven de 30 dollar per vat blijft, lijkt het onmogelijk om de zaken weer snel op orde te krijgen. Door de hoge olieprijs zijn de overnamemogelijkheden schaars. De korting van 15 procent van Shell ten opzichte van BP, op basis van de geschatte verhouding tussen koers en kasstroom, kan zich nog verder verbreden.