Nabestaanden zonder pensioen

De meeste pensioenfondsen bezuinigen fors op het nabestaandenpensioen. Daardoor kan het voorkomen dat partners van werknemers die na hun 65ste overlijden, met lege handen achterblijven. Met name 50-minners en vrouwen lopen veel risico's. ,,Mensen hebben helaas een rotsvast vertrouwen in pensioenfondsen.''

Er was eens een echtpaar. Ze waren een tikje ouderwets, dus hij verdiende de kost en zij zorgde voor de kinderen. Ze leefden van 50.000 euro per jaar. Nadat hij met pensioen was gegaan, daalde hun inkomen tot 35.000 euro. Toen hij overleed, bleek zij tot haar verbazing geen recht te hebben op een nabestaandenpensioen. Voortaan moest ze rondkomen van een AOW-uitkering van iets meer dan 10.000 euro per jaar.

Als het echtpaar tot de grote groep anderhalfverdieners had behoord, had haar financiële positie er iets minder beroerd uitgezien; in dat geval had ze nog een eigen ouderdomspensioentje gehad. Als ze als anderhalfverdieners voor hun pensionering samen 50.000 euro hadden verdiend en na hun pensioen 35.000 euro, dan had zij na zijn overlijden een inkomen van zo'n 15.000 euro genoten. ,,Er is de afgelopen tijd enorm bezuinigd op nabestaandenpensioenen, maar de meeste mensen realiseren zich dat niet. Daar maak ik me zorgen over'', zegt Gerdi Verbeet, Tweede-Kamerlid voor de PvdA. ,,Als het om hun inkomen gaat, hebben mensen een rotsvast vertrouwen in elkaar, in pensioenfondsen en in de overheid. Ten onrechte, maar als ze daarachter komen is het meestal te laat.''

Tot een paar jaar geleden bouwden bijna alle werknemers niet alleen een ouderdomspensioen op, maar ook een nabestaandenpensioen voor hun partner. Doorgaans bedraagt het nabestaandenpensioen 70 procent van het ouderdomspensioen. Veel fondsen zijn uit bezuinigingsoverwegingen de afgelopen jaren overgestapt op een nabestaandenpensioen op risicobasis. In dat geval keert het fonds alleen nabestaandenpensioen uit als de werknemer nog actief deelneemt aan het fonds, maar niet als hij gepensioneerd is. ,,Als je partner op zijn 64ste overlijdt, krijg je wel een nabestaandenpensioen, maar als hij een jaar later overlijdt krijg je niets'', zegt Aart-Jan

Baaijens, beleidsadviseur bij het CNV. Een nabestaandenpensioen op risicobasis is eigenlijk hetzelfde als een brandverzekering. Je betaalt wel premie, maar als er geen brand uitbreekt, wordt er niets uitgekeerd. Voor de fondsen is een nabestaandenpensioen op risicobasis goedkoper, omdat ze dan minder reserves hoeven op te bouwen. Volgens Lucy Kok, hoofd zorg en zekerheid bij de Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO) heeft de helft van de pensioenfondsen op dit moment al een nabestaandenpensioen op risicobasis.

Nederlands grootste pensioenfonds, ABP, bezuinigt op een andere manier. ABP heeft de nabestaandenpensioenen gehalveerd. Zolang mensen nog werken, heeft hun partner recht op een nabestaandenpensioen van 70 procent. Maar als zij overlijden nadat ze met pensioen zijn gegaan, krijgt de partner nog maar 35 procent. ,,Eenvoudig gezegd: van iedere 100 euro die ze samen hadden, houdt de nabestaande partner er 35 over'', stelt Tweede-Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA).

De generatie die nu bijna met pensioen gaat, merkt weinig van deze bezuinigingen. Zij hebben meestal een nabestaandenpensioen op opbouwbasis en aan hun oude rechten wordt niet getornd. ,,Als je 38 jaar lang hebt deelgenomen aan een pensioenfonds met een nabestaandenpensioen op opbouwbasis en de laatste twee jaar gaat je fonds uit van nabestaandenpensioen op risicobasis, dan merk je daar niet veel van'', zegt Omtzigt. ,,Dat scheelt hoogstens een paar procent.''

,,De consequenties zijn groter naarmate je jonger bent'', zegt Kok. ,,Dertigers en veertigers moeten hier beslist over nadenken. Vijftigers misschien ook. Meestal zal het erop neerkomen dat mensen zelf iets moeten regelen. Hoe eerder je daarmee begint, hoe meer tijd je hebt om het goed te regelen.''

De Tweede-Kamerleden Omtzigt en Verbeet zijn bang dat mensen niets regelen, omdat ze geen idee hebben wat er aan de hand is. Zij willen dat pensioenfondsen jaarlijks aan alle deelnemers een duidelijk pensioenbericht sturen waarin precies staat hoe het zit met hun ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Als het nabestaandenpensioen te laag blijkt te zijn, kunnen werknemers bijvoorbeeld een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Bij sommige fondsen, bijvoorbeeld ABP, kunnen zij extra premie betalen om het partnerpensioen te verhogen. ,,Het nadeel is dat je dat maar één keer mag beslissen'', vindt Omtzigt. Hij zou het beter vinden als werknemers er vlak voor de pensioendatum voor kunnen kiezen een deel van hun ouderdomspensioen in te ruilen voor een nabestaandenpensioen.

Half oktober behandelt de Tweede Kamer een motie van CDA en PvdA, waarin fondsen wettelijk verplicht worden deze keuzemogelijkheid aan te bieden. Het omgekeerde – een opgebouwd nabestaandenpensioen ruilen tegen een hoger ouderdomspensioen – is twee jaar geleden wettelijk al geregeld. Op die manier wilde het kabinet tegemoetkomen aan alleenstaanden. Zij betalen net zoveel pensioenpremie als samenwonenden en gehuwden, zonder dat ze aanspraak kunnen maken op een nabestaandenpensioen. Maar nu steeds meer fondsen overstappen op het nabestaandenpensioen op risicobasis, valt er steeds minder te ruilen.

Overigens is het bij sommige fondsen nu al mogelijk om een stukje van het ouderdomspensioen in te leveren ten gunste van een nabestaandenpensioen. Bij PGGM kunnen de deelnemers bijvoorbeeld een nabestaandenpensioen verzekeren als ze 20 procent van hun ouderdomspensioen inleveren. ,,Dat klinkt mooier dan het is'', vindt Kok. ,,Een ouderdomspensioen dat met 20 procent omlaaggaat, is meestal niet meer zo'n goed pensioen. Bovendien bedraagt het nabestaandenpensioen 70 procent van het verlaagde ouderdomspensioen en niet van het oorspronkelijke ouderdomspensioen.''

Bij de fondsen waar deze ruilmogelijkheid al bestaat, kunnen werknemers dit regelen zonder dat hun partner er iets van merkt. ,,Als je een nabestaandenpensioen op opbouwbasis hebt en je wilt dit ruilen voor een hoger ouderdomspensioen, moet de partner zijn of haar handtekening zetten. Dat is wettelijk verplicht. Maar bij een nabestaandenpensioen op risicobasis wordt niets opgebouwd en is er dus ook geen verplichting om de partner mee te laten tekenen'', zegt Kok. De fondsen gaan er vanuit dat alleen de deelnemer rechten heeft opgebouwd en dat ze met diens partner niets te maken hebben. ,,Dat is heel raar, want je beslist wel over het gezinsinkomen'', vindt CNV-beleidsadviseur Baaijens. Verbeet is het met hem eens. ,,We moeten wettelijk vastleggen dat de handtekening van de partner in beide varianten vereist is.''

Uit onderzoek van SEO blijkt dat pensioenfondsen met een nabestaandenpensioen op risicobasis er vanuit gaan dat de deelnemer afziet van een nabestaandenpensioen als hij niet reageert op de standaardbrief van het fonds, waarin staat dat hij een stukje ouderdomspensioen in kan leveren ten gunste van een partnerpensioen. ,,De kans is dus groot dat veel partners denken dat het wel goed zit met hun nabestaandenpensioen, terwijl ze nergens recht meer op hebben'', zegt Kok. ,,De enige pensioenregeling waarbij dit anders is geregeld, is die van de notarissen. Als deelnemers daar geen keuze maken en niet reageren, wordt een deel van hun ouderdomspensioen automatisch omgezet in een nabestaandenpensioen.'' PvdA-Kamerlid Verbeet meent dat het ,,altijd zo zou moeten zijn''. Zij zou graag zien dat stellen er bij hun pensionering voor kunnen kiezen de pensioenopbouw onderling te verdelen, zoals dat nu al gebeurt bij mensen die gaan scheiden.

Vooral vrouwen zijn de dupe van een nabestaandenpensioen op risicobasis. ,,Dit soort maatregelen is gebaseerd op een gelijke verdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen'', zegt Kok. ,,Zolang vrouwen een goed inkomen hebben en zelf een volwaardig pensioen opbouwen is er niet veel aan de hand, maar daar is voorlopig geen sprake van.'' In tegenstelling tot mannen werken vrouwen heel vaak in deeltijd – gemiddeld 13 uur per week – waardoor ze maar een klein pensioentje opbouwen. Van de stellen met kinderen heeft slechts 4 procent het werk binnenshuis en buitenshuis eerlijk verdeeld. Voor het gros van de ouderparen geldt dat de man fulltime werkt en de vrouw parttime. Uit onderzoek van Baaijens blijkt dat de financiële consequenties voor deze anderhalfverdieners enorm zijn, althans voor de vrouwen. Als in zo'n relatie na de pensionering de vrouw overlijdt, beschikt de man altijd nog over ruim 80 procent van het oorspronkelijke inkomen. Maar in het omgekeerde geval moet de vrouw zien rond te komen van zo'n 45 procent van het eerdere gezinsinkomen. En de kans is groot dat de man het eerst overlijdt. Niet alleen omdat vrouwen ouder worden dan mannen, maar ook omdat zij meestal jonger zijn dan hun partner. Verbeet: ,,Dat is mijn grote angst: een toekomst vol arme, oude vrouwen. Het beleid is gebaseerd op economisch zelfstandige vrouwen, maar de realiteit is helaas heel anders.''

    • Wilma van Hoeflaken