Mannen houden van Bush

In 2000 strandden de Amerikaanse presidents- verkiezingen bijna door problemen met het tellen van de stemmen. De verkiezingen van 2 november worden daarom door internationale waarnemers gevolgd. Het kiessysteem is uniek, maar niet in alle opzichten een exportproduct. Een handleiding.

Lang niet iedereen mag stemmen

Alleen geregistreerde kiezers mogen op 2 november stemmen. Beide grote partijen doen hun uiterste best mogelijke kiezers tot registratie te verlokken. De ervaring leert dat wie eenmaal staat geregistreerd, meestal wel gaat stemmen. In verschillende staten kunnen mensen die eens wegens een misdrijf zijn veroordeeld nooit meer stemmen. In 2000 bleken in Florida duizenden mensen ten onrechte op die `felons'-lijst te staan; het merendeel van die geweerde kiezers waren Afrikaanse Amerikanen. De gouverneur van Florida, Jeb Bush, heeft een geheel nieuwe opstelling van die lijst beloofd. Mensenrechtenorganisaties maken zich in verschillende staten zorgen over deze zwarte lijsten.

Niet de meeste stemmen tellen

De Amerikanen kiezen hun president via een getrapt stelsel. De kiezers wijzen in hun eigen staat de kiesmannen aan die ruim een maand na de verkiezingen op 13 december in het `Electoral College' de president kiezen. Een staat heeft evenveel kiesmannen als het aantal senatoren (altijd twee) plus het aantal leden van het Huis van Afgevaardigden van die staat (en dat is afhankelijk van het inwonertal). Door het gelijke aantal senatoren bevoordeelt dit systeem staten met weinig inwoners: een kiesman in New York vertegenwoordigt 550.000 kiezers; in South Dakota 232.000.

De presidentskandidaat die de meeste stemmen in een staat krijgt, krijgt alle kiesmannen van die staat. Kiesmannen zijn slechts in 26 van de 50 staten verplicht te stemmen op de `winnaar' in hun staat, maar het gebeurt hoogst zelden dat op een andere dan de `winnende' kandidaat wordt gestemd. Dit jaar heeft één waarschijnlijk aanstaande kiesman gedreigd dat wel te doen.

Alleen een meerderheid in het Electoral College (538 leden) is doorslaggevend. Zo kon de Democratische kandidaat Al Gore in 2000 landelijk de meeste stemmen krijgen, maar geen president worden. Dit was al drie keer eerder voorgekomen: John Quincy Adams (1824), Rutherford B. Hayes (1876) en Benjamin Harrison (1888). Deze presidenten dienden alledrie één termijn. Op www.electoral-vote.com is op basis van peilingen te zien hoe de verhoudingen op dit moment in het Electoral College liggen.

Het gaat om meer dan het presidentschap

Het Amerikaanse congres bestaat uit twee Huizen: de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Alle 50 staten kiezen twee senatoren. Inwoners van het District of Columbia (de hoofdstad Washington) hebben van oudsher geen kiesrecht voor Senaat en Huis van Afgevaardigden, een unicum voor een westerse democratie. In november stemmen de Amerikanen ook voor een derde van de 100 Senaatszetels en alle 435 zetels in het Huis van Afgevaardigden. Op dit moment hebben de Republikeinen de meerderheid in beide Huizen. De Senaat bestaat uit 51 Republikeinen, 48 Democraten en 1 Onafhankelijke (die vaak met Democraten meestemt). Het Huis van Afgevaardigden telt 228 Republikeinen, 205 Democraten, 1 Onafhankelijke en 1 vacature.

Veel verkiezingen zijn al een gelopen race

In de Senaat moeten 34 zetels opnieuw worden gevuld. Senatoren zitten zes jaar. Alleen als de Democraten zich in hun zuidelijke zetels weten te handhaven en in het westen winst boeken, maken zij een kans de meerderheid te heroveren. Tegenover een hoogst waarschijnlijke winst in Illinois (de veelbelovende Barack Obama), staat een verwacht verlies in Georgia. Een ruime overwinning bij de presidentsverkiezing brengt vaak enkele zetels voor `de partij van de president' in de Senaat met zich mee.

Voor het Huis van Afgevaardigden moeten alle 435 zetels worden herverkozen (iedere twee jaar), maar volgens een berekening van Congressional Quarterly wordt in slechts 29 districten echt strijd gevoerd. De grenzen van de overige districten zijn, meestal door beide grote partijen in nauwe samenwerking, zo getrokken dat de partij die zo'n zetel nu bezet, vrijwel zonder tegenstand wordt herkozen. Deze vorm van opportunistisch herdefiniëren van districten heet `gerrymandering'. Zittende leden winnen daardoor meestal met het soort ruime marges die bekend zijn in vroegere Oostbloklanden. In een kleine 70 districten is dit najaar geen tegenkandidaat.

Er zijn ook referenda

Op 2 november staan ook allerlei functies op lokaal en staatsniveau op de stembiljetten. In veel staten zijn verder referenda georganiseerd (zie www.ballot.org): in Californië wordt gestemd over een voorstel stamcel-onderzoek (belangrijk voor ziektes als Alzheimer) mogelijk te maken (bijna helemaal verboden door de regering-Bush). In Maine wordt het recht op beren te jagen in stemming gebracht. Er zijn altijd staten waar een verbod op het verhogen van belastingen wordt geprobeerd. Dit jaar testen verschillende staten (onder meer Oregon, Missouri en Michigan) een verbod op het homohuwelijk in de staatsgrondwet. Colorado is de eerste staat waar gestemd wordt over het idee om bij de presidentsverkiezing niet langer de regel toe te passen dat de kandidaat met de meeste stemmen alle kiesmannen van de staat krijgt. Als het wordt aangenomen, krijgen Bush en Kerry daar in deze presidentsverkiezing al kiesmannen evenredig aan het aantal stemmen dat op 2 november op hen wordt uitgebracht.

Mannen houden van Bush

Amerikaanse verkiezingen lijden, ook in het jaar dat een president wordt verkozen, onder een relatief lage opkomst: iets meer dan 50 procent. Tot nu toe stonden meer Democraten dan Republikeinen geregistreerd, maar Republikeinen gaan trouwer stemmen.

De Democraten zijn beter vertegenwoordigd onder arbeiders, mensen met middelbare school en mensen met meer dan een `college'-opleiding en in de grote steden. Republikeinen doen het goed onder mensen met alleen een college-opleiding, op het platteland en in de voorsteden. Hoe vaker kiezers naar de kerk gaan, hoe groter de kans dat zij op een Republikein stemmen. Vrouwen stemden van oudsher in groter getale op Democraten dan mannen; in de laatste peilingen is John Kerry die voorsprong bij vrouwen kwijt, terwijl Bush zijn voorsprong onder mannen heeft vastgehouden.

Gedoe rondom uitslag kan nu weer

Na de wijdverbreide problemen met het uitbrengen en tellen van de stemmen in 2000 heeft het Congres in 2002 via de `Help America Vote Act' 3,9 miljard dollar uitgetrokken om de staten te helpen hun stemtechniek te moderniseren. Eenderde van de kiezers zal nu elektronisch gaan stemmen, ondanks protesten van diverse groepen die een nog grotere chaos dan in 2000 vrezen (zie votescam.com/home1.php, eff.org, verifiedvoting.org). Belangrijkste bezwaren: de techniek is omstreden, de meeste stemmachines produceren geen papieren kopieën, hertelling is onmogelijk, de methodologie en de software zijn geheim en de directie van het bedrijf dat de meeste machines heeft geleverd (Dieboldt) steunt de Republikeinse partij.

Florida (waar de beruchte ponsrondjes half uit de stembiljetten hingen) heeft districten met elektronische stemmachines ontheffing gegeven van de noodzaak hertelling mogelijk te maken in geval van gerede twijfel. De rechter heeft die maatregel onwettig verklaard. In een aantal staten, voornamelijk in het midden-westen, wordt met de hand op papier gestemd, waarna die biljetten optisch worden gescand en de resultaten door de computer berekend. Daar is hertelling mogelijk.

Juristen zijn al volop actief

Beide partijen hebben een legioen juristen aangetrokken om eventuele problemen met de uitslag agressief te kunnen aanpakken. In 2000 werd tot in december gevochten voor rechtbanken in Florida, op regionaal niveau en tot voor het Supreme Court in Washington, dat uiteindelijk de knoop doorhakte en hertelling van de stemmen in een aantal districten in Florida verbood. Daarmee won George W. Bush die staat en het presidentschap.

Duizenden juridische vrijwilligers zijn ingeschakeld om in hun staat regels aan te vechten in de verkiezingsreglementen die het bepalen van de uitslag lastig kunnen maken. In Florida en andere staten hebben Democratische juristen hun uiterste best gedaan op procedurele gronden Ralph Nader van de stembiljetten te weren. Deze derde presidentskandidaat ontnam volgens veel Democraten Al Gore in 2000 de overwinning door kostbare progressieve stemmen aan te trekken. Nader is nu geen kandidaat namens de Groenen; in sommige staten is hij een `onafhankelijke' kandidaat; in Florida namens de `Reform Party', die in '92 en '96 Ross Perot en in 2000 Pat Buchanan als kandidaat had.

Geldstroom moeilijk in te dammen

Bijna iedere twee jaar gaan stemmen op dat er te veel geld omgaat in Amerikaanse verkiezingen. Dat geld zou invloed kopen. Na heftige debatten is in 2002 de `campaign finance reform'-wet van de senatoren McCain (Republikein) en Feingold (Democraat) aangenomen. Die probeert vooral `soft money' (ongereguleerde donaties aan partijen en kandidaten) uit te bannen. Een Republikeinse juridische actie om de wet ongedaan te maken strandde voor het Supreme Court. Dezelfde lagere rechter in Washington DC die Microsoft bevrijdde van het vonnis dat de software-gigant wilde opsplitsen, heeft sindsdien in een andere rechtszaak 15 van de 19 bepalingen van de wet onhoudbaar verklaard. Intussen blijkt dat beide campagnes recordbedragen binnenhalen volgens de nieuwe regels en nog hogere bedragen door het opzetten van zogenaamde `527's', stichtingen die een politiek doel nastreven zonder direct voor een kandidaat te pleiten. De kolkende geldstroom wordt naar vermogen in kaart gebracht door websites als opensecrets.org, publicintegrity.org en fundrace.org.

Het stemmen is al begonnen

De Amerikaanse verkiezingen zijn al begonnen, althans in Iowa. In Arizona mag vanaf 30 september worden gestemd en men verwacht dat de helft van alle kiezers dat daar vóór verkiezingsdag 2004 doet. Steeds meer kiezers vragen `absentee ballots', verschillende staten stimuleren het vroegtijdig per post stemmen zonder opgaaf van redenen. Volgens sommige schattingen zal een derde van de Amerikaanse kiezers vóór 2 november stemmen. Dat betekent dat de politieke sfeer in het land nu en in de komende weken zwaar telt, en een `eindsprint' van een kandidaat minder effect kan hebben. Dat geldt ook voor de presidentiële debatten (30 september, 8 en 13 oktober).