Knevelen in de zorg is tornen aan de rechtsstaat

Recent werd het vastbinden en opsluiten van thuiswonende bejaarden onder de aandacht gebracht. Maar liefst 68 procent van de thuiszorgorganisaties erkent het gebruik van beperkende maatregelen bij dementerende cliënten in de thuissituatie. In reactie op vragen van verontruste Kamerleden heeft staatssecretaris Ross (VWS) inmiddels toegezegd te komen met een nieuwe regeling voor de toepassing van vrijheidsbeperkingen bij thuiswonenden met dementie of een verstandelijke handicap.

Volgens de staatssecretaris vloeien de problemen niet voort uit hiaten in de huidige wetgeving. In geval van professionele thuiszorg zou namelijk de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst van toepassing zijn. Dit is onjuist. Bij thuiszorg is geen sprake van geneeskundige behandeling. Aan thuiszorg ligt een zorgverleningsovereenkomst ten grondslag en thuiswonenende bejaarden kunnen zich beroepen op het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, zoals dat is vastgelegd in de Grondwet en in tal van internationale verdragen waarbij Nederland partij is, en dat onder meer wordt beschermd door strafrechtelijke verbodsbepalingen. Alleen op basis van de wet kan het zijn toegestaan dat op dit grondrecht inbreuken mogen worden gemaakt. Op het terrein van de gezondheidszorg zijn die wetten er wel. Men denke aan de diverse beperkingen die de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Bopz, dwangopname en -behandeling) mogelijk maakt. Maar op thuiszorg is deze wet niet van toepassing.

Met andere woorden, elke beperkende maatregel die in deze situatie wordt genomen, is onrechtmatig. Het is zeer bedenkelijk dat in plaats van aan verbodshandhaving gedacht wordt aan een regeling die dit soort van maatregelen moet legaliseren, omdat hun toepassing in de praktijk al gebruikelijk is. Een dergelijk soort pragmatisme is onverenigbaar met de rechtsstaatgedachte. Ook aan de rechtsstaat hangt nu eenmaal een prijskaartje. Het is fundamenteel onjuist om in het tornen aan grondrechten de oplossing te zien voor het ontbreken van adequate zorg voor een groeiende groep van zorgbehoevende mensen. Welbeschouwd getuigt een voornemen dat in de beknotting van de bewegingsvrijheid van de kwetsbare medemens het goedkopere alternatief ziet voor de enige echte oplossing, namelijk het wegnemen van de armoede in de zorg, niet van pragmatisme, maar van cynisme.

    • Martin Buijsen