Klompengolf

Het oude gezegde `kalm aan, dan breekt het lijntje niet' lijkt de basis van een trend die is overgewaaid uit Noord-Amerika onder leiding van Carl Honoré, Canadees journalist en auteur van In Praise of Slowness. Het NRC-katern Leven &cetera schreef er zaterdag 11 september over: het recht om sloom te zijn, pardon slow. Langzaam eten, breien, werken, praten en natuurlijk langzame seks, want zonder seks verkoop je tegenwoordig niks meer. Op het punt van seks biedt het streven van de vakbeweging om eerder dan eerder te mogen stoppen met werken vitale prepensioentrekkers een zee aan tijd. En het kost je geen cent. Op allerlei terreinen remmen mensen af. Niet alleen qua tempo, maar ook qua status, merkartikelen, goederen en diensten.

Een opmerkelijke trend is bijvoorbeeld het goedkope klompengolf, zoals dat onder meer wordt gespeeld in de binnenlanden van Kamerik, bij Woerden. (Zoek via Google de hotste golfweiden in Nederland en kijk eens onder `hooivorkwerpen'). Klompengolf is het slaan met een klomp aan een steel in een weiland vol koeien en schapen over achttien holes. De agrarische variant van het wat dure, bekakte golf. Boerengolf speel je tussen verse koeienvlaaien – en een kudde van twintig dames poept heel wat af op een dag. Daar zijn schapen kleine meisjes bij. Vandaar deze tips: speel altijd in je oudste kleren en douche goed na afloop, anders kom je er thuis niet meer in.

De nieuwe, saaie, slome, onopgesmukte trend past uitstekend in de persoonlijke financiële planning. Wie zijn geldzaken niet zo aanpakt, blijft heen en weer hollen tussen de aanbiedingen in de financiële wereld. Daar regeren de verkopers en die hebben geen belang bij rust en lange termijn. Zij willen actie, iedere week een nieuw product aanprijzen, anders vergeten de consumenten je. Dus de korte termijn.

Daar komt de tegenstelling tussen verkopers en kopers duidelijk naar voren. Kopers willen het sense and simplicity (nut en eenvoud) van Philips, maar daar is de financiële wereld nog niet aan toe. Er zijn producten die alleen de bedenkers ervan begrijpen, waardoor je de risico's nooit bondig en helder uiteen kan zetten in een bijsluiter. Arme koper.

Neem de beleggingsfondsen, oorspronkelijk bedoeld om het relatief beperkte geld van beleggers te kunnen spreiden en om te profiteren van de deskundigheid van de fondsbeheerder. Je hebt er hooguit vier nodig, wereldwijd werkend. Een aandelenfonds, een obligatiefonds, een onroerendgoedfonds en een vreemdevalutafonds. Laat de beheerders maar uitzoeken welke landen, sectoren of ondernemingen het meest opleveren.

Maar zo'n beperkte opzet is een gruwel voor verkopers, want na een maand leest niemand je advertenties meer. Daarom worden de fondsen opgedeeld in tientallen fondsen voor de verschillende werelddelen, landen, sectoren, ondernemingen, indexen enzovoort. Daar kan een verkoper wat mee. Zoals het fonds van de maand aanprijzen (`tijdelijk zonder instapkosten'). Het idee van een (super)markt. Zo verschuif je ongemerkt het moeilijke keuzeprobleem van de deskundigen naar ondeskundige deelnemers, wat heel gemeen is. Het is niet nuttig en eenvoudig.

De saaiste en sloomste manier van beleggen blijft middelen, het automatisch storten van een vast maandelijks bedrag in een wereldwijd aandelenfonds. Spreiden in de lengte (de tijd) en de breedte. Meer heb je niet nodig. Je blijft baas over je eigen geld en de kosten zijn beperkt.

Enigszins vergelijkbaar is het verkopen van je huis met een flinke overwaarde, op een bepaalde leeftijd, en daarna het huren van een huis. Je ruilt je krakkemikkige eigen huis uit 1930 in voor een prachtig huurhuis van de 21ste eeuw, waar je makkelijk uit kan wanneer dat nodig is. Zo spek je bovendien je bankrekening. Wie doet dat? Een eigen huis is toch het toppunt van wonen? Dat is een leugen op klompen.

Een laatste voorbeeld is de saaie annuïteitenhypotheek, waarop je periodiek aflost en geleidelijk je schuld vermindert. Levert weinig provisie op voor bemiddelaars en komt daarom zelden ter sprake. Maar toch.

Zo kan je allerlei saaie producten bedenken die goed zijn voor de koper, maar slecht voor de verkoper. Dat voel je met je klomp.

    • Adriaan Hiele