Kleine jager

In het seizoen van de westerstormen drijft de kleine jager af naar de Noordzee- en Waddenkust. Jagers, behorend tot de familie van de Stercorariidae, heten de rovers van de zee. Het zijn valkachtige vogels die meeuwen en sterns achtervolgen tot deze hun voedsel laten vallen. Piraten heten ze ook wel, kapers, parasieten. Vanaf een van de Wassenaarse duinen zag ik de kleine jager (Stercorarius parasiticus) zwenken en duiken langs de vloedlijn. De jachtmethode van de kleine jager is spectaculair: hij weet dat een zeevogel die wordt aangevallen zijn prooi loslaat om snel te vluchten. De jager verdient mooiere bijnamen, want zijn slanke, sikkelvormige en gestroomlijnde verschijning is onvergetelijk. Hij is goed te herkennen aan de verlengde middelste staartveren, recht en puntig. In de lichte fase heeft de kleine jager een donkere kruin en bovenzijde, geelwitte wangen en hals. De donkere fase is effen zwartbruin. Het is een solitair jagende vogel. Soms vormen het mannetje en vrouwtje een doeltreffende combinatie. De ene schrikt een broedende vogel op terwijl de ander het nest leegrooft. Ze broeden in arctische streken en brengen de winter boven de zee door. Langs onze kust is hij een doortrekker in de herfst.

freriks@nrc.nl

Illustratie: Rein Stuurman

(Zien is kennen!)