`Ik houd niet van haastwerk'

FC Utrecht is tot dusverre de revelatie van het voetbalseizoen. Foeke Booy (42), trainer en technisch directeur van de bijna failliet gegane club, wordt geroemd om zijn tactisch inzicht én zijn slimme inkoopbeleid. ,,Wat is leuker dan spelers beter maken?''

Foeke Booy heeft in tien jaar tijd zo veel meegemaakt bij FC Utrecht, dat hij er ,,een boek over kan schrijven''. In willekeurige volgorde: vijf verschillende functies onder vijf verschillende voorzitters, het komen en gaan van trainers en managers, supportersrellen en straffen van de UEFA, een ternauwernood afgewend faillissement, een vrijwel nieuw stadion en drie opeenvolgende bekerfinales waarvan er twee gewonnen werden. ,,Veel hoogtepunten en weinig dieptepunten'', zegt de optimist die in 2002 ,,slechts een nacht heeft wakker gelegen'' na het uitlekken van het tekort van 22 miljoen euro – en toen heeft hij ,,de knop omgedraaid''.

Het turbulente decennium van Booy bij FC Utrecht begon in 1994, toen hij als speler in de herfst van zijn loopbaan was. In 1995 ging hij de B-jeugd van FC Utrecht trainen. In 1996 werd hij verantwoordelijk voor het tweede elftal, nadat een knieblessure hem had gedwongen te stoppen met voetballen. In 2000 werd hij assistent-coach van het eerste elftal en in 2002 kreeg hij de ondankbare taak de Utrechtse volksheld Frans Adelaar op te volgen als hoofdtrainer. In januari 2004 werd hij benoemd tot technisch directeur. De zware dubbelfunctie lijkt hem goed af te gaan, gezien de stand op de ranglijst en de uitzeges op Ajax en Feyenoord.

Op het trainingscomplex naast de Galgenwaard maakt Booy deze middag een ontspannen indruk. Hij voert overleg met zijn rechterhand Jan Willem van Ede, de oud-doelman en nu technisch manager die hem veel werk uit handen neemt. Hij vertelt over de media-hype die deze week bij FC Utrecht plaats heeft. In het spelershome worden spelers geïnterviewd. In zijn werkkamer neemt hij alle tijd voor een vraagggesprek. ,,Ik houd niet van haastwerk.'' Wie is de man achter het succes van FC Utrecht? Met zichtbaar genoegen vertelt hij over zijn Friese roots. ,,Je moet je afkomst niet verloochenen'', weet Booy. ,,Mijn ouders krijgen al heimwee als ze een weekje op Kreta zitten. Ik heb door het voetbal veel omzwervingen gemaakt en spreek het dialect niet meer. Dat wordt me wel eens kwalijk genomen. Ik kan het nog wel verstaan. Ik ben geen echte Fries meer, woon al 21 jaar ergens anders, zit precies op de helft'', vertelt de 42-jarige arbeiderszoon uit Leeuwarden.

,,Ik ben geboren in een piepklein huisje met een ouderwetse poepdoos. Kan me nog goed herinneren als die houten stinkende tonnen werden gewisseld. We hadden het niet breed, maar als nakomertje had ik het voordeel dat er telkens meer ruimte vrijkwam als een broer of zus het huis uit ging. Ik sliep eerst op een opklapbedje bij mijn broers op de kamer en kreeg aan het eind – toen waren we al naar een flat en later zelfs naar een rijtjeshuis verhuisd – een eigen kamer. Uniek! Mijn vader had altijd een tweedehands autootje, maar die werd wel steeds nieuwer. En tijdens het WK van '74 kregen we een kleurentelevisie, ongehoord! Dat ding had tiptoetsen en telkens als daar een vlieg op zat, ging-ie naar een andere zender. Doodnerveus werd ik van die beesten.''

Booy, vader van twee dochters die hockeyen bij Kampong waar hij regelmatig met zijn schoonvader Nol de Ruiter langs de kant staat, spreekt met liefde over zijn ouders. ,,Mijn moeder werkte als serveerster in de Veemarkthallen. Mijn vader werkte op de flessenafdeling van de Friesche Vlag. Die fabriek stond om de hoek van ons huis. Hij zat in de ploegendienst, ik haalde hem zaterdagmorgen na een nachtdienst vaak op. In die hal was het een indrukwekkend kabaal. Later werd mijn vader chef van de afdeling en nog weer later kreeg hij een kantoorfunctie, nadat hij was afgekeurd voor zwaar lichamelijk werk. Hij kon toen eindelijk een nieuwe auto betalen. Die Opel werd elke zaterdag blinkend gepoetst.''

Om de hoek van de ouderlijke woning ging de jonge Foeke voetballen bij de amateurs van Sportclub Leeuwarden. Bij de junioren werd hij op zijn zestiende gescout door de naburige eerstedivisieclub Cambuur. Een overgang naar het jeugdinternaat van Go Ahead ging niet door, hij wilde de havo afmaken. Hij debuteerde op zijn zeventiende in het eerste elftal. Niet veel later ontmoette hij zijn huidige vrouw Wendy, de dochter van de trainer die De Ruiter heette, geen ongebruikelijke relatie in de voetbalwereld.

,,Ik scoorde meteen met een halve omhaal tegen SC Amersfoort en hielp Cambuur aan de periodetitel. Ik heb mijn hele leven in de spits gestaan, had de pech dat Wim Kieft, Johnny Bosman en Marco van Basten van dezelfde lichting waren. Daardoor kwam ik niet in aanmerking voor Oranje. Voor het WK'90 was ik in beeld. Toen snoepte John van Loen, mijn huidige assistent, mijn plekkie af. Ik bleef een zogenaamde clubvoetballer. Cambuur, De Graafschap, PEC, Groningen, AA Gent, Club Brugge, Kortrijk, AA Gent en last but not least FC Utrecht. Dat was toen nog een heel klein, gewoon cluppie.''

Een halfjaar na zijn aanstelling als hoofdtrainer, in het najaar van 2002, leek FC Utrecht ten dode opgeschreven. De volksclub bleek met een tekort van 22 miljoen euro te kampen. Door de steun van de gemeente, de verkoop van het stadion, een rigoreus saneringsplan en het vertrek van duurbetaalde spelers is de begroting nu weer bijna sluitend. Met dank aan interim-directeur Martin Sturkenboom, de puinruimer die deze week tot directievoorzitter werd benoemd. Booy: ,,Martin en ik hebben geen geheimen. We zijn allebei recht voor z'n raap. Hij heeft de eindverantwoordelijkheid wat de centjes betreft. Ik houd me bezig met technische zaken. Martin heeft de club gered van de ondergang. Hij heeft de zaken rücksichtslos aangepakt. Er was hier een overvloed aan alles. Er waren zoveel managers, dat die alleen zichzelf hoefden te managen. Martin heeft de kerstboom afgetuigd. Er waait hier weer een frisse wind, zonder alle geforceerde poespas.''

Hij vertelt over zijn contractbesprekingen tijdens de eerste bezuinigingsronde. ,,Ik heb twintig procent van mijn salaris moeten inleveren. Daar had ik geen moeite mee, want ik ben een passant en de toekomst van de club stond op het spel. Han Berger, mijn voorganger als technisch-directeur, probeerde mij voor één jaar te laten tekenen, maar dat heb ik geweigerd. Het ging mij niet om het geld, ik wilde alleen de tijd krijgen iets op te bouwen. Berger en ik zaten in een patstelling, ik had de moed al opgegeven. Toen heeft Sturkenboom de knoop doorgehakt en mij een tweejarig contract aangeboden. En hij heeft er ook voor gezorgd dat Van Loen mijn assistent kon blijven. Anders was ik zeker vertrokken. John wordt op de bank wel eens gek van me, ik zit voortdurend te schaken. Hij houdt mij bij de les. Voetbal moet simpel blijven. Ik kan wel een interessante tactiek verzinnen, maar als de spelers het niet begrijpen schiet ik er niks mee op.''

Booy wordt geroemd om zijn tactisch inzicht én zijn slimme inkoopbeleid. Door een leegloop van spelers heeft hij in twee jaar tijd een compleet nieuw elftal moeten opbouwen. Het resultaat is verbluffend. Met technisch verzorgd voetbal is FC Utrecht tot dusver de revelatie van dit seizoen. ,,Het vechtvoetbal moet blijven, deze club heeft het motto van bloed, zweet en tranen hoog in het vaandel staan. Maar we spelen heel bewust minder gauw de hoge bal naar voren. De balans was niet goed, het verschil tussen uit- en thuiswedstrijden was veel te groot. We zijn nu minder naïef, genuanceerder gaan aanvallen. We spelen met meer variatie, meer over links ook. Lijkt me logisch als je beschikt over een linksbuiten met de beste voorzet van Nederland: Dave van den Bergh. Daarom spelen we altijd met buitenspelers, herkenbaar voor het publiek.''

Minder bekende grootheden als de Belg Hans Somers, de Fransman David di Tommaso en de Surinamer Darl Douglas stelen bijna wekelijks de show. ,,We hebben bij de scouting bewust gekeken naar jongens die bij de nieuwe speelwijze passen.'' De Belgische oudgediende Stefaan Tanghe is de nieuwe leider van het elftal. ,,Die jongen is zó goed en zó belangrijk. Hij zat in België in wel honderdduizend preselecties zo noemen ze dat daar. Hij kan er onderhand zijn huis mee volhangen. En nog is hij geen volwaardig international, ongelooflijk! De Belgische pers begint hem nu ook te ontdekken. Stefaan kan bijna alles: passen, scoren, knokken. Hij verstopt zich ook nooit. Als het slecht loopt, doet hij een tandje erbij. Hij is voor ons net zo belangrijk als Shinji Ono voor Feyenoord, alleen zal ik dat nooit hardop uitspreken'', verwijst hij fijntjes naar de persconferentie van zijn collega Ruud Gullit, die afgelopen zondag in De Kuip de 3-0 nederlaag tegen FC Utrecht verklaarde door het uitvallen van zijn Japanse spelverdeler. ,,Daarmee deed hij de andere spelers tekort.''

De seniorenscouting bij FC Utrecht staat onder leiding van zijn schoonvader, die als een rode draad door zijn leven loopt. ,,Die benoeming van Nol kwam uit de koker van Sturkenboom'', ontkent de schoonzoon elke vorm van vriendjespolitiek. ,,Ik heb er mee ingestemd, omdat Nol voor mij een ideaal klankbord is. Hij heeft een schat aan ervaring én een groot netwerk. Er dreigde weer een leegloop, dus moesten we snel en zo goedkoop handelen. Voor de komst van Nol misten we een netwerk dat door ons zelf gezeefd werd. We kregen spelers aangeboden van derden, zonder dat we wisten wie we precies in huis haalden. Nu worden de tips door een Utrecht-bril gescreend. Wat voor een mens is hij? Past een speler qua karakter bij de club?''

Een andere schakel in de voetbalketen is Rob Druppers, de oud-atleet die al meer dan tien jaar de kracht -en conditietraining verzorgt. Hij doet ook de warming-up voor de wedstrijd. De spelers van FC Utrecht lijken fitter en sterker dan hun tegenstanders, ze springen vaak ook hoger. ,,Wij schromen niet zonder bal te trainen'', negeert Booy de voetbalcultuur in Nederland. ,,Van Loen en ik hebben in het buitenland gespeeld en kijken over de grens. Het fysieke aspect van het voetbal wordt hier onderbelicht. Wij doen na elke training testen. Iedere speler is gebaat bij een eigen voedingspatroon, een eigen trainingsintensiteit. Ik wil namelijk het maximale rendement. Spelers beter maken, dat is toch het leukste wat er is?''