`Ik heb het erg getroffen als student'

Studenten lenen steeds meer geld om rond te komen, zo werd onlangs bekend. Ook hebben ze meer moeite om die schuld af te lossen na hun studie. Hoe ziet het financiële leven van studenten er anno 2004 uit? Vandaag deel 5 in een serie: de kapitaalkrachtige student.

Marijke Laverman realiseert zich best dat ze verwend is, zegt ze. ,,Ik ken wel studenten die nóg meer van hun ouders krijgen, maar ik heb het erg getroffen.'' Laverman (24) moet nog een paar weken hard werken aan haar scriptie en dan is ze, na zes jaar studeren, klaar met haar studie communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Al die jaren betaalden haar ouders het collegegeld van 1.500 euro en haar studentenkamer in Amsterdam. ,,De eerste maand dat ik studeerde, pendelde ik heen en weer tussen mijn ouderlijk huis in Barendrecht en Amsterdam. Daarna vond ik via mijn studentenvereniging een kamer in onderhuur.'' Na wel tien verhuizingen in twee jaar vond ze via studentenhuisvesting haar huidige kamer: 12 vierkante meter voor 180 euro. ,,Dat is niet veel voor Amsterdamse begrippen. Ik heb altijd in redelijk goedkope kamers gewoond. Mijn ouders stelden een financiële grens en daar ben ik nooit boven gekomen.''

Haar ouders hebben wel eens gesproken over de mogelijkheid om een huis voor hun dochter te kopen, vertelt Laverman. ,,Maar dat stuitte op praktische bezwaren. Mijn broer studeert in Delft en mijn zus in Utrecht. Als ze dan voor mij een huis zouden kopen, zouden ze dat voor hun andere kinderen ook moeten doen. En dat ging niet.'' Ook heeft Laverman onderzocht of ze, met een garantie van haar ouders, niet zélf een huis kon kopen. ,,Als je namelijk je propedeuse hebt, kun je een forse lening afsluiten. En als je ouders garant staan, kun je nóg meer lenen.'' Ook dat plan ging niet door: Laverman wilde niet vastzitten aan Amsterdam.

Haar studieboeken betaalde Marijke Laverman zelf. ,,Die wilden mijn ouders ook wel betalen, maar dat was zo'n gedoe met bonnetjes. Bovendien vond ik dat ik al genoeg van hen profiteerde.'' Laverman had ook de middelen om zelf haar boeken te bekostigen: drie jaar lang werkte ze bij het Amsterdamse rondvaartbedrijf Canal Company. ,,Ik heb gewerkt als serveerster, ik heb achter het kaartjesloket gezeten, ik ben gids geweest. Ik heb eens tijdens één rondvaart 250 gulden fooi opgehaald. Maar dat was extreem, hoor!''

Twee jaar geleden, toen ze er vier studiejaren op had zitten, stopte haar studiefinanciering. ,,Toen ik begon met studeren, was ik net achttien. Ik was van plan om het netjes in vier jaar af te ronden, totdat een vriend tegen me zei: realiseer je je wel hoe lang je dan moet werken tot je pensioen?'' Toen besloot Laverman iets langer de tijd te nemen voor haar studie en haar derde jaar in Amsterdam grotendeels te besteden aan bestuurswerk voor haar studentenvereniging. ,,Toen mijn basisbeurs stopte, kon ik dat nog opvangen door een hele zomer te werken.'' Haar ouders stelden voor om haar toelage te verhogen, maar dat wilde ze niet, omdat haar vader, die als chemicus een hogere managementfunctie had in een kunstmestbedrijf, op dat moment werkloos was. Twee jaar lang zat hij zonder werk. ,,Ik vond het te gek dat hij nóg meer voor mij zou betalen, terwijl hij zelf geen werk had.''

De situatie werd nijpender toen ze vorig jaar fulltime stage ging lopen bij de rederij Clipper Stad Amsterdam en nauwelijks meer kon bijverdienen bij Canal Company. ,,Mijn vader had toen weer een baan en is toen wel bijgesprongen.''

Hoewel ze nooit een `arme student' is geweest, let Laverman wel op de prijzen, zegt ze. ,,Ik heb het geluk dat ik niet van winkelen houd, dus kleren koop ik niet veel. Verder heb ik de kredietlimiet op mijn rekening op 500 euro gesteld, dan kan ik niet al te erg rood komen te staan. Maar eigenlijk komt het nooit voor dat ik zó veel rood sta.''

Laverman krijgt nog tot 1 oktober geld van haar ouders, daarna is het afgelopen. Dan gaat ze een jaar zeilen over het westelijk halfrond: van de Canarische eilanden naar de Caraïben en via New York en Engeland terug. ,,Ik word matroos in opleiding op de driemaster Stad Amsterdam, waar ik stage heb gelopen.'' Rijk wordt ze er niet van, maar dat geeft niet. ,,Ik krijg een vergoeding van 200 euro per maand en als ik doorstroom naar de functie van lichtmatroos ga ik meer verdienen, al weet ik niet eens hoeveel.'' Ze gaat in elk geval een jaar op reis, ,,maar misschien blijf ik wel een poosje hangen op St. Maarten, een van de havens die we aandoen''.

Daarna zou Marijke Laverman best wel eens een baan kunnen gaan zoeken in de zeilwereld. ,,Want ik zie mezelf niet van negen tot vijf op kantoor zitten.''

Financiële eisen heeft ze niet ten aanzien van een toekomstige baan. Maar hoe het ook uitpakt, haar ouders zullen dan niet opnieuw bijspringen. ,,Nee, die hebben vóór ik aan mijn studie begon gezegd: zes jaar en niet langer.''

Volgende week in de serie `student en geldzaken': de buitenlandse student