Geen psychisch onderzoek Murat

Murat D., de jongen die onderdirecteur Hans van Wieren van het Terra College in Den Haag heeft doodgeschoten, hoeft niet in het Pieter Baan Centrum (PBC) te worden onderzocht. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag vrijdag beslist.

Ter voorbereiding op de behandeling in hoger beroep oordeelde het gerechtshof over de wensen van openbaar ministerie en verdediging. Volgens het hof heeft het openbaar ministerie, dat om een nader psychologisch onderzoek had gevraagd, niet voldoende duidelijk gemaakt waarom dat nodig is. Acht van de elf door advocaat A. Moszkowicz gewenste getuigen en deskundigen zijn door het hof afgewezen. Alleen drie pyschiaters die Murat al eerder onderzochten, zullen in hoger beroep opnieuw als deskundige optreden.

De rechtszaak, die op 9 december wordt voortgezet, zal openbaar zijn. Normaal gesproken zijn publiek en pers niet welkom bij een proces tegen een minderjarige verdachte. Belangstellenden kunnen het proces via een videoscherm in een andere zaal in het paleis van justitie volgen.

De 17-jarige Murat D. werd eind april volgens volwassenrecht veroordeeld tot vijf jaar celstraf en tbs. De rechtbank achtte moord bewezen en koos op grond van de ernst van het delict voor een veroordeling volgens volwassenenrecht.

Voorafgaand aan de voorzetting van de rechtszaak zal een van de deskundigen bekijken wat voor behandeling Murat zou moeten krijgen, mocht hij opnieuw als volwassene veroordeeld worden. Het openbaar ministerie moet uitzoeken wat de mogelijkheden zijn om Murat in een jeugdinrichting te plaatsen voor het geval het hof hem tbs wil opleggen.

De twee andere deskundigen wordt verzocht om toe te lichten waarom zij vinden dat Murat gestraft moet worden volgens het jeugdrecht en niet als volwassene behandeld moet worden. De medeverdachte van Murat, de man die het wapen zou hebben geleverd waarmee Van Wieren werd doodgeschoten, wordt als getuige gehoord. Murats vader, die een celstraf uitzit omdat hij een moordpoging gedaan zou hebben, wordt opgeroepen om bij de zaak van zijn zoon aanwezig te zijn. Vrijdag zag hij af van dat recht.