Dwalen door de streek van George Sand

Twee eeuwen geleden werd de schrijfster George Sand geboren, in Parijs. Maar ze voelde zich het meest verbonden met de landelijke streek de Berry. Renate van der Zee gaat op zoek naar Sands kasteel.

De sigaren rokende, in mannenkleren gehulde vriendin van Frédéric Chopin. Zo is de Franse schrijfster George Sand (1804-1876) de geschiedenis ingegaan. Helaas. Want ze was veel meer dan dat. George Sand was een fascinerende, energieke vrouw die meer dan zeventig romans schreef, waarvan de meeste als schandalig golden vanwege thema's als de vrouwelijke seksualiteit. In ontelbare artikelen en pamfletten kwam Sand op voor de rechten van de verdrukten en die van de vrouw. Ze schreef tientallen toneelstukken en liet een verbijsterend omvangrijke correspondentie na van veertigduizend brieven. En dat waren brieven aan de groten der aarde, die ze tot haar vrienden rekende: Alexandre Dumas père en fils, Alfred de Musset, Henri James, Victor Hugo, Sarah Bernhardt en Heinrich Heine, om er een paar te noemen.

Het is dit jaar tweehonderd jaar geleden dat George Sand als Aurore Dupin werd geboren in Parijs. In Frankrijk zorgt de bicentenaire inmiddels voor een stortvloed aan activiteiten rond de schrijfster. Epicentrum van de orkaan ligt in de landelijke streek de Berry. George Sand is daar opgegroeid en heeft er een groot deel van haar leven doorgebracht op het château dat ze van haar grootmoeder had geërfd: Nohant.

DONKERBRUINE OGEN

Het château de Nohant bestaat nog steeds en is nu een charmant museum dat de grote stroom bezoekers dit jaar nauwelijks aankan. De Berry, gelegen in Centraal-Frankrijk, is een rustige streek waar eigenlijk nooit iets gebeurt. Maar de bicentenaire van George Sand heeft de Berrichons in beweging gebracht. Wie dit jaar dit lieflijke gedeelte van Frankrijk bezoekt, zal zich voortdurend gevolgd weten door Sands grote donkerbruine ogen die hem aanstaren vanaf talloze portretten en affiches in winkels, bushokjes en andere openbare gelegenheden. Het stadje La Châtre is opgetuigd met een woud van banieren waarop Sands romanhelden zijn afgebeeld. Je kunt er horloges met het portret van Sand kopen of een kopie van het servies waarvan zij en haar illustere vrienden aten op Nohant.

Het bescheiden landhuis is nog steeds een heerlijke plek om te bezoeken. De tuinen, waarin Sand haar ziel en zaligheid legde, zijn goed onderhouden en de kamers zijn mooi ingericht. Betreed de in pasteltinten geschilderde hal en bedenk dat hier ooit het pianospel van Chopin weerklonk. Treuzel in de eetkamer en haal je voor de geest welke beroemdheden deelnamen aan de conversatie van Sands tafel. Gustave Flaubert was een graag geziene gast. Maar ook Toergeniev en Liszt logeerden hier. Delacroix had zelfs een eigen atelier op Nohant.

Het is ontroerend om het kleine bureautje te zien waaraan Sand elke nacht haar vijfentwintig pagina's schreef. Want ze schreef 's nachts, nadat ze zich overdag had beziggehouden met het bestieren van het huishouden, wat ze net zo'n belangrijke taak vond. Behalve voor haar kinderen en later kleinkinderen, zorgde ze als een moeder voor haar minnaars, gasten, buren en de zieke boeren in de buurt. Om van middernacht tot zes uur 's ochtends kettingrokend achter die bescheiden secretaire te zitten.

BESNORDE FLAUBERT

Het leven op Nohant was vol jolijt. Er waren verkleedpartijen waarbij de zwaar besnorde Flaubert poseerde als Spaanse schone en Chopin verrassend rake imitaties ten beste gaf. Gasten liepen het risico dat ze om twee uur 's nachts werden gewekt met een serenade of plotseling een emmer water over hun hoofd kregen, maar er werd goed voor hen gezorgd. Sand had een passie voor koken en maakte op majestueuze wijze haar eigen pruimenjam – veertig pond.

Op Nohant is nog steeds het huistheater te zien waar bewoners, gasten en personeel de toneelstukken van George Sand opvoerden voordat ze in Parijs in première gingen. Ook het prachtige poppentheater, gebouwd door zoon Maurice, is er nog steeds. De poppen gaan gehuld in kostuums die Sand zelf met veel gevoel voor details heeft genaaid.

,,Ik houd van Nohant met een soort tederheid als van een wezen dat steeds kalmerend, sterkend en heilzaam is geweest'', schreef Sand over haar château. Als je er rondloopt, begrijp je dat meteen. Maar nog heilzamer was Sands huisje in Gargilesse, waar ze zich in 1857 terugtrok met de kunstenaar Alexandre Manceau. Het is gelegen in een van de mooiste dorpen van Frankrijk, in de spectaculaire vallei van de Creuse. Ook dit huis is een museum, en wie door de kleine kamertjes dwaalt kan zich goed voorstellen waarom Sand er graag vertoefde. Hier, in de prachtige natuur rond Gargilesse, vond ze rust. Hier maakte ze lange wandelingen en joeg ze op vlinders. Ook dit was haar geliefde Berry.

Wat een schok trok er door het dromerige landschap van de Berry, toen vorig jaar bleek dat in Parijs plannen werden gesmeed om het lichaam van George Sand bij te zetten in het Panthéon. Sand is min of meer het enige wat de Berrichons bezitten en de mogelijke `panthéonisation' van hun heldin leidde tot verhitte discussies. Sommige lieden vonden het een geweldige eer, maar de meeste Berrichons meenden dat George Sand van hen is en dat ze thuishoort in de Berry.

Dat zou ze zelf ook gevonden hebben, want Sand had niets met roem. Ze liet zich nooit voorstaan op haar succes: boeken schrijven, dat deed ze allereerst om geld te verdienen. En dat was een bittere noodzaak nadat ze haar man, baron Dudevant, had verlaten om een leven als vrije vrouw te leiden. Er ging veel geld doorheen met al die kinderen, ziekelijke minnaars en illustere gasten op haar geliefde Nohant. Gelukkig ligt George Sand daar nog steeds, op het familiekerkhofje, temidden van de mensen die haar dierbaar waren. En daar ligt ze goed.

    • Renate van der Zee