Dove kinderen splitsen complexe begrippen op

In de ontwikkeling van een eigen gebarentaal door kinderen in een dovenkindertehuis in Nicaragua zijn duidelijke fasen te onderscheiden, die mogelijk zicht bieden op de evolutie van taal in het algemeen. Leden van eerste generatie gebruikers van die taal (inmiddels al lang volwassen) blijken voor samengestelde beweging één vloeiend gebaar te maken, net als niet-doven doen. Maar de latere gebruikers, die een al weer verder ontwikkelde taal leerden, blijken zo'n beweging in onderdelen op te splitsen, hetgeen niet-doven nooit doen. Die opdeling in basisbegrippen is belangijk voor flexibel taalgebruik omdat die basisbegrippen op veel meer manieren zijn te combineren dan dan wanneer voor ieder begrip complex begrip een apart gebaar bestaat. Dit blijkt uit een onderzoek onder drie generaties inwoners van het dovenkindertehuis Melania Moreles in Nicaragua. (Science, 17 september).

Het kindertehuis is al sinds begin jaren negentig beroemd onder taalkundigen omdat er kennelijk zonder hulp van buiten door kinderen een eigen gebarentaal is ontworpen. Een Amerikaans-Brits-Nederlands team van onderzoekers vroeg aan drie verschillende generaties doventaalgebruikers en een controlegroep van niet-doven een tekenfilmpje aan een leeftijdgenoot na te vertellen. Vervolgens werden de gebaren voor bewegingen met een extra eigenschap (rollen van een berg, klimmen op een muren, stuiteren van een trap) geanalyseerd. Niet-doven maakten altijd één gebaar bij die samengestelde beweging: bijvoorbeeld een diagonale en golvende handbeweging voor het stuiteren. Bij de oudste doven was dat 70 procent en bij de jongste dove kinderen was het nog geen veertig procent. Zij gebruikten in plaats daarvan veel vaker een opgedeeld gebaar: eerst het gebaar voor vallen en dan het gebaar voor stuiteren bijvoorbeeld. De onderzoekers zien in dit proces een duidelijke aanwijzing voor een aangeboren, autonoom taalinstinct omdat de kinderen het kennelijk allemaal helemaal zelfstandig hebben bedacht.