De Turken zijn de Chinezen van de Europese economie

Turkije wordt het China van Europa, voorspelt het Duitse weekblad Wirtschaftswoche. Het komt woorden te kort om de lof te bezingen van de Turkse economie, alsof het de laatste twijfel over de Europese aspiraties van het land wil wegnemen. Met nauw verholen verbazing constateert het blad dat het juist de islamitische politici van de religieuze AK-beweging zijn die in Turkije hebben klaargespeeld wat westerse ondernemers en economen graag zien: een onafhankelijke centrale bank, een agrarische sector die nauwelijks subsidie krijgt, vestigingsvrijheid voor bedrijven en een begrotingstekort van 8,5 procent. Dat is voor Turkse begrippen gematigd, meent het blad, en ook geen ramp, omdat de economie dit jaar naar verwachting minstens 7 procent zal groeien. In het tweede kwartaal groeide de economie zelfs 13,4 procent.

,,Turkije is al lang niet meer de producent van goedkope spijkerbroeken en uniformen.'' Het land produceert 30 procent van de beeldschermen die in Europa worden verkocht. En momenteel zijn het juist de hightech bedrijven die investeren in Turkse fabrieken. Het Duitse bedrijfsleven steunt daarbij op een lange traditie die dateert uit de nadagen van het Turkse sultanaat. Siemens bijvoorbeeld heeft al 150 jaar een vestiging in Istanbul, en legde de verlichting aan in het paleis van de sultan. Maar Turkije is volgens het blad vooral belangrijk voor de auto-industrie. Dit jaar lopen er bijvoorbeeld 755.000 Mercedessen van de lopende band aan de Bosporus.

In het kielzog van de grote bedrijven volgt het Duitse midden- en kleinbedrijf. Een op de vijf Duitse bedrijven heeft een vestiging in Turkije, schrijft het blad. Het management van die vestigingen is vaak in handen van Duitse Turken die in Duitsland hebben gestudeerd of aan een van de gerenommeerde Duitse of Oostenrijkse onderwijsinstellingen in Istanbul. Zoals Turkije profiteert van het Duitse bedrijfsleven, zo profiteert Duitsland van Turkije, meer dan enig ander Europees land, schrijft het blad. Dat komt doordat er in Duitsland twee miljoen Turken wonen, waarvan er 60.000 zelfstandig ondernemer zijn.

Maar in Oost-Duitsland zijn ze niet welkom bij de extreem-rechtse winnaars van de verkiezingen in Saksen. Want deze wijten de sociaal-economische ellende in het oosten van Duitsland aan de immigranten. Met die ellende valt het trouwens wel mee, meent het Amerikaanse weekblad BusinessWeek, optimistisch als immer. Het grootste probleem van de economie van Oost-Duitsland is de bouwsector, die nog steeds lijdt aan de gevolgen van de overinvestering in het begin van de jaren negentig. Als je de bouwbranche niet meetelt, doet Oost-Duitsland het zelfs beter dan West-Duitsland. Daar groeide de economie vorig jaar nauwelijks, terwijl die in het oosten toch nog met 1,6 procent toenam. Het meeste succes is weggelegd voor die gebieden die voortbouwen op hun industriële traditie, bijvoorbeeld in het maken van machines.

Daar komt bij, preekt het blad, dat de werknemers in Oost-Duitsland gewend zijn om per jaar 100 uur meer te werken dan hun collega's in het westen, terwijl de arbeidskosten er lager zijn. Volgens het blad is het wel zaak om de 89 miljard euro die de regering per jaar in de Oost-Duitse economie pompt niet te besteden aan onrendabele megaprojecten in de bouw, maar aan onderwijs en onderzoek. Maar het grootste probleem van Oost-Duitsland is West-Duitsland, meent het blad. De hoge belastingdruk en de rigide arbeidswetgeving remmen de groei, ook in het oosten. De regering van de deelstaat Saksen streeft er weliswaar naar om de nationale arbeidswetgeving opzij te zetten. Maar dat heeft alleen kans, meent het blad, als de groenlinkse regering in 2006 plaatsmaakt voor een centrumrechtse.

De hervormingen van de groenlinkse regering zijn geslaagd als de werkloosheid daalt. En dat kan alleen als de economie voor langere tijd 1,5 procent per jaar groeit, erkent Wolfgang Clement, minister van Economische Zaken, in gesprek met het Duitse weekblad Die Zeit. Een groei van die orde is volgens hem zelfs goed voor volledige werkgelegenheid: ,,In een land waar volgens schatting zes miljoen mensen zwart werken moet het lukken om twee of drie miljoen legale arbeidsplaatsen te mobiliseren.'' Want, zo doceert de minister, als je het arbeidspotentieel volledig benut, kun je meer groeien.

Dat zal ook wel moeten, meent het Britse weekblad The Economist in een special over de Europese Unie, want ,,de huidige combinatie van lage groei en hoge sociale uitgaven is niet houdbaar''. De Belgische hoogleraar economie André Sapir schetst in een recent rapport dat hij maakte in opdracht van de Europese Unie, hoe de Europese economie vastzit in een vicieuze cirkel: ,,Lage groei leidde tot hogere werkloosheid, die leidde tot hogere sociale uitgaven, die weer leidden tot hogere belastingen en dus tot lagere groei.'' Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, OESO, is 40 procent van de Europeanen die kunnen werken economisch niet actief. In Amerika blijft dat beperkt tot 29 procent. Vroeger waren het de Duitsers die in dit soort situaties een cheque uitschreven. Maar die tijd is volgens het blad voorgoed voorbij.