De regelzucht van `RVD-Academie'

De strakkere regie van de Rijksvoorlichtingsdienst moet de `eenheid in beeldvorming' bewerkstelligen in de hoop het geschonden vertrouwen van de burger in de overheid terug te winnen. ,,Het is bittere noodzaak.''

Gerard van der Wulp, sinds begin dit jaar directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD), houdt er niet van publiekelijk teveel over zijn eigen werk te vertellen. Alleen dit voorjaar, vlak nadat hij zijn voorganger Eef Brouwers was opgevolgd, sprak hij met het vakblad Comma. En hij zei bijvoorbeeld: ,,Wat ik persoonlijk niet zo'n heel goede gedachte vind, is dat departementen zichzelf apart gaan profileren. Dat zegt de burger niks.''

Het is het soort uitlatingen waar directeuren voorlichting van de vakdepartementen hun wenkbrauwen bij fronsen. Tussen hen en de RVD bestaat een langjarige vete over wie de baas is over het voorlichtingsbeleid van de overheid. De voorlichtingsdirecteuren zien het juist als hun taak om het eigen departement te profileren.

Dit competentiegeschil is nu beslecht, op papier althans. In de toelichting bij de begroting van het ministerie van Algemene Zaken, waarvan de RVD deel uitmaakt, staat dat de Rijksvoorlichtingsdienst controle gaat uitoefenen over de communicatie door de vakdepartementen. Hiertoe richt de RVD bijvoorbeeld een `strategische unit' op met mensen die ,,op de werkvloer'' bij de verschillende directies ,,een coördinerende taak bij communicatie over rijksbrede thema's'' krijgen. Controle kan de Rijksvoorlichtingsdienst verder ook uitoefenen via de in te voeren ,,communicatietoets'': beleidsambtenaren moeten in de fase van de beleidsontwikkeling al gaan nadenken over de ,,communiceerbaarheid'' van de plannen. De RVD gaat de toets ,,in nauwe samenwerking'' met de directies communicatie volgend jaar ,,bevorderen''. In samenhang hiermee streeft het kabinet volgens minister-president Balkenende in zijn toelichting op de begroting, behalve naar eenheid van beleid naar ,,eenheid in beeldvorming''.

De plannen vloeien voort uit het rapport van de Commissie Wallage die in 2001 een lijvig advies uitbracht over de toekomst van de overheidscommunicatie. De aanbevelingen van die commissie kwamen erop neer dat de overheid meer `pro-actief' direct met de burgers moet gaan communiceren. Minister Thom de Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) draagt deze gedachte in zijn programma Andere Overheid tegenwoordig uit. Tijdens een toespraak tot voorlichtingsambtenaren eerder dit jaar zei hij: ,,[..] De overheid moet veel meer zelf actief met openbaarmaking van informatie bezig zijn en daarvoor nieuwe media en eigen kanalen gebruiken. Want [...] in de communicatie moet de overheid minder afhankelijk worden van de media.'' Dit is volgens De Graaf nodig om het door het papagaaiencircuit van politici, ambtenaren en journalisten geschonden vertrouwen van de burger terug te winnen. ,,Het is bittere noodzaak. De revolte van de burger is, als we niet oppassen, nog niet voorbij,'' aldus De Graaf.

In 2001 omarmde het toenmalige kabinet-Kok II de voorstellen van Wallage. Er kwam al snel een Plan van Aanpak dat door de ministerraad werd vastgesteld. De Tweede Kamer heeft tot nu toe geen belangstelling getoond voor een operatie die de grootste reorganisatie van de overheidsvoorlichting sinds de Tweede Wereldoorlog beloofd te worden. Ambtelijk werd ondertussen hard doorgewerkt. Vorig jaar werden de directies voor communicatie van de vakdepartementen doorgelicht door het adviesbureau Berenschot. Dat stelde vast dat iedere directie een eigen visie heeft op zijn taken. Zo kiezen de afdelingen voorlichting bij Justitie, VROM en Sociale Zaken voor ,,een neutrale omschrijving'' met nadruk op ,,informatieoverdracht'' en ,,begeleiden en adviseren van bewindslieden''. Maar, zo schrijft Berenschot, ,,ander directies kiezen duidelijk stelling ten aanzien van de rol die communicatie moet spelen. Zij zien communicatie als beleidsinstrument (Binnenlandse Zaken), willen het beleid ,,optimaal laten landen'' en zo mogelijk doelgroepen overtuigen van nieuw en staand beleid (Verkeer en Waterstaat)''. Bij Verkeer en Waterstaat is zelfs een `missie' geformuleerd: ,,Uit te groeien tot de beste directie Communicatie van de rijksoverheid''.

Berenschot bracht verder aan het licht dat er kennelijk niet veel enthousiasme bij de vakdepartementen om informatie te leveren voor de regeringswebsite www.regering.nl. Verwijzend naar de RVD directeur-generaal noemde een van de directeuren voorlichting die site ooit spottend ,,de Van der Wulp-Pravda''. Maar uit het onderzoek van Berenschot valt ook af te leiden dat de directeuren voorlichting, mogelijk ten gevolge van de nieuwe eisen die aan communicatie worden gesteld, in een identiteitscrisis zitten: ,,De vraag speelt wie eigenlijk de rol en positie van communicatie bepaalt.''

Op die vraag werd een antwoord gevonden, dit voorjaar, in het interne rapport Wisselwerking. De plannen die nu in de begroting van Algemene Zaken zijn bekendgemaakt werden hierin voorgekookt. Wisselwerking stelt verder voor om de raad van directeuren communicatie (Vora), die wordt voorgezeten door RVD directeur-generaal Van der Wulp, een belangrijke functie te geven in de regie.

De leden van de Vora zijn verdeeld over de plannen van de RVD. Er zijn er die de bemoeienis van Algemene Zaken afwijzen met de Grondwet in de hand: constitutioneel staat de minister-president niet boven zijn ministers, en dus kan zijn dienst ook niet de dienst uitmaken bij de directies voor communicatie van die ministers. Eén van de directeuren noemde de plannen in Wisselwerking ronduit ,,een scheet in een netje van de doctorandussen van de RVD-Academie''. Anderen omhelzen de gedachte van een meer gestroomlijnde overheidscommunicatie. Frank Janssen, directeur voorlichting bij VROM, voorspelde in een interview met Comma, dat alle communicatiedirecteuren over vijf jaar in dienst zullen zijn bij Algemene Zaken en gedetacheerd worden bij de ministeries. ,,Het wordt nu echt tijd meer regie te voeren op de eenduidige presentatie van het regeringsbeleid.''

    • Frank Vermeulen