De lange tentakels van Brussel

Angers heeft een bureau voor plantenrassen, Lissabon een centrum voor drugs, Londen een medicijnenagentschap. De invloed van Brussel waaiert uit.

De wanden en vloeren zijn van marmer. De portier zetelt in een enorme, vrijwel lege hal. De ingang van 7 Westferry Circus, het adres van het Europese Medicijnen Agentschap, mag er zijn. Ze kan prima concurreren met die van voorname buurlieden als Barclay's Bank, Citygroup of Olgilvy. Hun wolkenkrabbers bepalen het uiterlijk van het hypermodern ingerichte Londense zakenkwartier aan Canary Wharf.

De lift zoeft van de begane grond naar de vierde verdieping en hoger, de eigenlijke werkplekken van het Medicijnen Agentschap. Die zijn aanmerkelijk soberder en efficiënter ingericht dan de begane grond. ,,We moeten het hier wel efficiënt aanpakken, want we barsten bijna uit onze ruimtes'', zegt de 29-jarige Belgische Heidi Janssen, één van de managers bij het Medicijnen Agentschap, in de lift. Enthousiast vertelt ze hoe het agentschap steeds meer werk kreeg, en daarom steeds nieuwe etages nodig had. ,,We zijn inmiddels op de achtste aangeland.'' Werkruimtes werden bijgebouwd voor de meer dan 300 medewerkers, ontvangstruimtes ingericht. Met de taken groeide het gezelschap dat belang stelt in het werk van het agentschap: lobbyisten van de farmaceutische industrie die hun producten willen laten registeren om toegang te krijgen tot de Europese markt; of patiënten- en artsenorganisaties die daarover hun mening geven.

Brussel is niet meer de enige `place to be' voor iedereen die het Europese beleid wil beïnvloeden. Daarvoor moeten ze ook naar Londen, Alicante, Keulen of Parma. Daar zetelen de Europese agentschappen die oordelen over producten of diensten, de milieubelasting van vliegtuigonderdelen, of de veiligheid van bepaalde genetisch gemanipuleerde voedselsoorten. Hoewel de Europese Commissie formeel de besluiten over de toelating van de produkten op de markt neemt, leunt ze in de praktijk sterk op de adviezen uit de genoemde plaatsen.

In het geval van het Medicijnen Agentschap worden deze adviezen geformuleerd door enkele tientallen experts uit de vijfentwintig lidstaten, vaak ambtenaren van nationale agentschappen. Ze komen maandelijks bijeen in Londen om voorgedragen producten te toetsen op veiligheid, kwaliteit en werkzaamheid. De lijst van medicijnen waarover ze moeten oordelen, desnoods bij meerderheid van stemmen, wordt steeds langer. En daarna is het niet afgelopen. De afdeling van Janssen bijvoorbeeld, heeft de taak de goedgekeurde medicijnen vervolgens op de Europese markt te volgen: Zijn de bijsluiters overal hetzelfde? Doen zich onverwachte bijwerkingen voor die tot actie nopen?

Het groeiend werk van agentschappen zoals in Londen bewijst dat Brussel op de decentralisatietoer is gegaan. En dat is best opvallend, zegt prof.dr. Ellen Vos (39), hoogleraar Europees Recht aan de Universiteit in Maastricht. Vos is één van de weinigen in Nederland die gegrepen is door het wetenschappelijk wat buitenissig onderwerp van Europese agentschappen. In haar werkkamer in de Rechtenfaculteit aan de Maastrichtse Bouillonstraat, zegt ze: ,,Een paar jaar geleden leek de Europese Commissie juist van regelgevende agentschappen af te willen. Voorzitter Romano Prodi zei kort na zijn aantreden in het Europees Parlement dat hij bang was voor fragmentatie van macht in Europa.''

Inmiddels lijkt van reserves nog weinig sprake. Niet alleen werden de uitvoerende taken van sommige bestaande agentschappen uitgebreid. Op voorstel van de Europese Commissie gaven de regeringsleiders eind vorig jaar hun zegen aan een reeks nieuwe organisaties (zie kaart) die overigens wel onder toezicht van de Europese Commissie blijven.

Vanwaar de ommekeer? Vos vertelt: ,,Die is mede te danken aan de val van de vorige Europese Commissie van de Luxemburger Jacques Santer.'' De Commissie was in 1999 afgetreden na beschuldigingen van fraude en vriendjespolitiek. Vos: ,,Eén van de lessen van de onafhankelijke commissie die in 1999 de gevallen van fraude onderzocht was dat verantwoordelijkheden beter onderscheiden en waargemaakt moesten worden.'' Een scheiding tussen beleid en uitvoering kon daaraan bijdragen.

Verder hoopte de Commissie dat de agentschappen de kloof tussen de EU en de burger zouden verkleinen. Door de uitvoering van delen van het beleid te verplaatsen van de anonieme directoraten-generaal in Brussel naar aparte organisaties met een herkenbaar onderwerp (voedsel, medicijnen) konden die als een herkenningspunt voor maatschappelijke organisaties en lobbyisten functioneren.

Het werkt, constateert Vos. ,,Het Medicijnen Agentschap is daar een goed voorbeeld van''. In zijn bestuur zetelen niet alleen vertegenwoordigers van de lidstaten, de Europese Commissie, en het Europees Parlement, maar binnenkort ook afgevaardigden van patiënten-, en artsenorganisaties. Zij zien toe op onder meer de onafhankelijkheid van de beoordeling.

Dat de agentschappen weinig in het nieuws komen, kan ook positief worden uitgelegd, vindt Vos. Een van de laatste keren dat dat bijna gebeurde was in 1997, toen een voetbalteam van de Europese organisatie van farmaceutische bedrijven een wedstrijd speelde tegen een team van het Agentschap. Kort erna werd een protocol van kracht met strenge gedragsregels om elke schijn van belangenverstrengeling te vermijden en kritische stukken in de pers te voorkomen. De farmaceuten wonnen trouwens de voetbalwedstrijd met 5:1.

Dit is het eerste deel van een tweeluik over Europese agentschappen. Deel twee verschijnt volgende week.