De hele wereld filmt in het boerengat

Filmen in de zon, voor een habbekrats? In Zuid-Afrika kan het. Sterren komen graag en veel. Maar kostenexplosies lijken daar nu bij te horen. ,,De Kaap overvraagt.''

Het gaat maar net goed als het Russische Antonov An-225 transportvliegtuig landt op de broodmagere landingsstrook van het dorpje in Sierra Leone. Het landingsgestel mist op een haar de spelende kinderen op het asfalt. Piloot en wapensmokkelaar Yuri Orlov veegt het zweet van zijn voorhoofd als de kist vol munitie in een rookgordijn tot stilstand komt.

Deze scène uit de Amerikaanse speelfilm Lord of War die straks over de hele wereld kassen moet laten kraken, is je reinste volksverlakkerij. De West-Afrikaanse jungle waar Yuri Orlov (gespeeld door ster Nicolas Cage) zijn lading wapens dropt, is in werkelijkheid de achtertuin van het boerengat Robertson, anderhalf uur rijden van Kaapstad, Zuid-Afrika.

Andere voorbeelden? Zo gaat het Kaapse buitenwijkje Pinelands in de film Ask the Dust door voor een jaren dertig achterbuurt in Los Angeles. En zo tuit Angelina Jolie in Beyond Borders niet op de Ethiopische laagvlakten haar volle lippen, maar in de Kalahari Woestijn.

Hollywood heeft de zuidelijke punt van Afrika ontdekt.

Kaapstad is dit jaar uitgeroepen tot een van de vijf favoriete filmlocaties buiten de VS. Vorig jaar werden alleen in Kaapstad al 35 speelfilms opgenomen, net zoals ruim zevenhonderd commercials. De drie verklaringen voor dit succes zijn simpel, denken de Zuid-Afrikaanse producenten: klimaat, landschap en kosten. Zuid-Afrika biedt negen maanden van het jaar onbewolkte hemels. Het gevarieerde landschap kan even makkelijk op Napoleon's Sint Helena lijken als op een vismarkt in Hongkong. En Zuid-Afrika is tot tientallen procenten goedkoper dan Europa of Australië.

Zuid-Afrikanen weten inmiddels hoe het moet, produceren. ,,De filmindustrie in Kaapstad is in tien jaar tijd volwassen geworden'', zegt Terry Linn, de Zuid-Afrikaanse producent van Lord of War. ,,Nick doet alleen maar films met enorme budgetten.'' Na vier weken filmen met Nicolas Cage mag producente Linn Nick zeggen. ,,Hij zei net nog dat de infrastructuur hier hetzelfde is als in Hollywood, misschien zelfs beter.''

Vijftien jaar geleden was Kaapstad nog een benauwend vissersdorpje op de zuidpunt van Afrika, in slaap gewiegd door de verstikkende apartheid. Zonder grondstoffen had de Kaap de economie van toen niets te bieden. Film en televisie waren voor het conservatieve regime een no-go-area. Televisie werd in Zuid-Afrika pas in 1976 toegelaten omdat de Nasionale Partij geloofde dat het kastje het blanke en zwarte brein zou bederven.

Nu staan op meerdere plekken in de omgeving regisseurs te gillen naar acteurs en loopjongens. De filmindustrie biedt naar schatting honderdduizend Zuid-Afrikanen werk en is inmiddels goed voor 1,75 procent van het bruto binnenlands product.

Plezierig voor Kaapstad, en daarmee voor Zuid-Afrika. Maar onder de oppervlakte van het welslagen heeft een van de zeven zonden de kop opgestoken: hebzucht. Volgens een berekening van adviesbureau McKenzie & Rudolph stegen de productiekosten in de Kaap de afgelopen jaren jaar exponentieel. Binnen vijf jaar tijd werden hotels, autohuur, locaties, vliegtickets, acteurs en productieassistenten 100 tot 150 procent duurder. Ook het lokale gemeentebestuur doet mee. Huurde je in 2000 nog een politieagent voor vijf euro per uur, nu kost hij het viervoudige.

Vooral de Zuid-Afrikaanse productiehuizen voor reclamefilmpjes kregen daardoor zware klappen. Ze verloren aan het begin van dit jaar gemiddeld veertig tot vijftig procent van de opbrengst ten opzichte van het jaar ervoor. Zo week de Nederlandse producent Endemol voor de opnames van Fear factor na twee seizoenen Kaapstad uit naar Buenos Aires – ook goedkoop.

Volgens Martin Cuff van de Kaapse Filmcommissie is die trend deels te wijten aan het sterke herstel van de Zuid-Afrikaanse rand. In december 2001 was een euro nog 12 rand waard, nu acht. ,,Maar er is vooral kortzichtigheid in het spel. De hele Kaap is gaan overvragen. Het buitenland zag het aanvankelijk niet omdat de rand zo goedkoop was. Nu hebben we het lid op ons neus gekregen. En dat is maar goed ook.''

De paniek in de Kaap leidde de afgelopen maand tot spoedoverleg tussen de Zuid-Afrikaanse productiehuizen, het gemeentebestuur van Kaapstad en de lokale toeristenindustrie. De strekking van dat overleg: de prijzen moeten omlaag of Zuid-Afrika verliezen de slag met de andere continenten. Hotels reageerden snel en bieden inmiddels speciale 'filmtarieven'. Acteurs en producenten kunnen soms voor 60 procent goedkoper overnachten dan voorheen.

Personeelskosten zijn gedaald, soms met de helft. Ook de Zuid-Afrikaanse regering heeft stappen ondernomen. Dure internationale producties krijgen belastingvoordelen.

Het bestuur van de westelijke kaapprovincie investeert bovendien 7,5 miljoen euro in de Zuid-Afrikaanse versie van Hollywood. Om de hoek van uitdijende krottenwijk Khayalitsha verrijst volgend jaar een complex met filmstudio's, Dreamworld City. Het biedt werk aan achtduizend man en maakt Kaapstad twaalf maanden per jaar filmklaar.

Volgens de architect van het plan, regisseur en producent Michael McCarthy zullen de studio's Zuid-Afrika's status als filmland definitief maken. ,,Je stelt niks voor zonder studio's. Dit is als honing voor de bijen.''

McCarthy voorziet ook belangrijke gevolgen voor de Zuid-Afrikaanse geschiedschrijving op film. Met de filmmakers komen nu ook de schrijvers die in apartheid inspirerende verhalen zien. Het vermaarde boek van Antjie Krog over de waarheidscommisie is inmiddels verfilmd. Inclusief hoofdrollen voor wereldsterren. ,,Er gaat nog veel meer volgen'', voorspelt McCarthy. ,,Dit verhaal is nog lang niet uitgeput.''

    • Bram Vermeulen