De Broncode

Herbert Blankesteijn probeert in de wetenschapsbijlage van zaterdag 18 september antwoord te geven op de vraag of Jan Sloot een werelduitvinding had gedaan. Je merkt al snel dat hij zich ergert dat hij het antwoord – of ten minste een `educated guess' – niet in mijn boek De Broncode terug heeft kunnen vinden. `Check het niet kapot, Eric,' laat hij een denkbeeldige hoofdredacteur zeggen die op het zelfde moment in een bureaulade naar sigaren tast en een vriendin in bedwang probeert te houden. Blankesteijn doet maar, hij is een tikkeltje verbeten maar naar iemand die ook met goede argumenten komt, zal ik altijd luisteren. Helaas, Blankesteijn laat niet alleen zien hij niet helemaal begrijpt wat een journalistieke reconstructie is, hij toont ook nog eens aan dat hij een slecht lezer is. De nullentjes en eentjes-expert van `NRC Handelsblad' schrijft dat hij in mijn boek de `analyse' mist die duidelijkheid verschaft over het realistische gehalte van de uitvinding van Jan Sloot. Om te beginnen: in een reconstructie is de analyse geen dwingende noodzakelijkheid. Het tegendeel is waar, durf ik te stellen. Gebruik makend van enkele verhaaltechnieken heb ik getracht de gebeurtenissen zo feitelijk mogelijk weer te geven zonder me daarbij aan interpretaties te bezondigen. Die laat ik liever aan de lezer over. Desalniettemin zal het de oplettende lezer onmiddellijk zijn opgevallen dat ik betreffende de `echtheid' van de uitvinding meerdere duidelijke handreikingen geef. In de literatuurlijst staat bijvoorbeeld het boek `Feynman lectures on computation' van de niet geheel onbekende natuurkundige Richard P. Feynman vermeld. Hoofdstuk 1 begint met een citaat van deze man. Wie het boek van Feynman leest zal begrijpen dat Sloot een onmogelijke uitvinding heeft gedaan. Dat beschrijf ik dan ook vele malen in mijn boek. (in de epiloog noem ik met name Claude E. Shannon, de wiskundige die 56 jaar geleden een tot op heden onweerlegde theorie over compressie op papier zette) In een bijlage laat ik Jan Sloot zelf aan het woord over zijn uitvinding en daar valt veel uit op te maken (zelfs voor Blankesteijn). Wat Blankesteijn geheel over het hoofd ziet (wil zien) is dat ik in bijlage 4 (pag. 293) een artikel plaatste uit het Technisch Weekblad. Daarin legt professor Jan Biemond – expert op het gebied van compressietechnologie – in detail uit waarom de uitvinding van Sloot onmogelijk is. Biemonds conclusie gaat zelfs beduidend verder dan Blankesteijns zwak onderbouwde eindoordeel dat `de meest plausibele mogelijkheid is dat de uitvinding niet werkte'.