Verleidingsdans voor grote concerns

Staatssecretaris van Financiën Joop Wijn (CDA) werkt aan een belastinghervorming en treedt daarmee in het voetspoor van zijn voorganger Willem Vermeend (PvdA). Die stak in 2001 de inkomstenbelasting in een nieuw jasje. Wijn wil in 2006 een modernisering

van de vennootschapsbelasting afronden. Maar het wordt een heksentoer om het succes van zijn voorganger te evenaren. Wat bedreigt de missie van Joop Wijn?

Anders dan de inkomstenbelasting heeft de vennootschapsbelasting veel internationale aspecten. Een particulier woont in Nederland en betaalt hier inkomstenbelasting. Misschien emigreert hij als het hem hier te vol wordt, maar dat is het wel zo'n beetje. Wat grotere bedrijven hebben dikwijls buitenlandse vestigingen, variërend van een eigen vertegenwoordiging tot een complete raffinaderij. Dan is het de vraag waar de winst moet worden belast. Misschien eigenen twee landen ieder op grond van hun eigen systeem van winstberekening zich die belastingopbrengst toe. Duurbetaalde belastingadviseurs moeten dat voorkomen en er als het even kan voor zorgen dat helemaal nergens belasting wordt betaald. Eventuele verliezen schuiven de concerns door naar het land waar die tot maximale belastingbesparing kunnen leiden. Bijvoorbeeld in een land met een hoog tarief zoals Nederland. Ondertussen steken de diverse landen elkaar de loef af met slimme fiscale wetsconstructies. Daarmee creëren ze aan de ene kant fiscale vrijplaatsen voor nieuwe investeerders terwijl ze aan de andere kant hun bestaande belastinginkomsten afschermen. Dat gebeurt via afwijkende fiscale regels voor grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten. Ook de Nederlandse vennootschapsbelasting staat er bol van.

Daar treedt de Europese rechter tegen op. Die waakt er over dat bedrijven in Nederland en in andere Europese landen fiscaal gelijk worden behandeld. Financiën heeft zich een paar keer lelijk laten verrassen door corrigerende uitspraken van het Europese Hof van Justitie. Dat heeft de schatkist miljarden euro's gekost. Nieuwe juridische zeperds dreigen en Wijn wil op voorhand de schade beperken. Hij moet daarvoor hoe dan ook sommige regels in de vennootschapsbelasting verbeteren. Daarvoor bestaan verschillende opties. De narigheid is dat welke mogelijkheid Wijn ook kiest, er altijd wel een bedrijfstak is die er slecht van af komt. Is het niet de bankensector dan zijn het wel productiebedrijven. Omdat de belastingschade in die sectoren in de honderden miljoenen euro's loopt, wordt grote druk op de staatssecretaris uitgeoefend. Zowel rechtstreeks als via belangenorganisaties als via belastinghoogleraren met commerciële bindingen; een wijd verbreid verschijnsel. Wijn maakt voor het eind van het jaar zijn keuzes bekend. Vervolgens verplaatst het slagveld zich naar de Tweede Kamer. De Kamerleden hebben niet de deskundigheid deze zeer specialistische materie te doorgronden waardoor ze afhankelijk zijn van dezelfde lobby die nu Joop Wijn bestookt. Overigens hebben de parlementariërs nauwelijks de tijd een fundamenteel andere richting in te slaan. Het Europese hof zit de

Nederlandse wetgever op de hielen. Vertraging in het strakke tijdschema van Wijn (zie http://vpb2007.minfin.nl) kan de schatkist opnieuw miljarden

euro's kosten en is dus geen reële

optie.

Mondiale complicaties zijn nog lastiger dan de Europese. Er gaapt een cultuurkloof rondom de winstbelastingen. De Europese landen hanteren bij de fiscale winstbepaling een methodiek die fundamenteel afwijkt van het systeem in de Verenigde Staten. Daar verdeelt men eenzijdig de wereldwinst van een concern aan de hand van een verdeelsleutel (een formule) over de landen waar het concern vestigingen heeft. Daaruit volgt de Amerikaanse winst. Zo'n verdeelsleutel gaat per vestiging uit van objectieve factoren als de loonsom, de omzet en de waarde van gebouwen. Dat is een grove maar effectieve methode waarbij de Amerikaanse fiscus er trouwens goed van af komt. Het Europese systeem berekent de winst boekhoudkundig door de kosten van de omzet af te trekken. Dat oogt heel verfijnd maar het is een hele klus om binnen een concern de winst per vestiging precies vast te stellen. Waar wordt de winst van een uitvinding gemaakt; waar de innovatie is uitgedokterd of waar de productie plaatsvindt? Met banktegoeden die makkelijk de wereld omzwerven is er net zo'n probleem: welk land mag de rente belasten? Voor de Amerikanen met hun simpele formules is dat geen probleem, voor Wijn wel. Bovendien ziet het er naar uit dat Europa de economische en politieke macht mist om het hier verfoeide Amerikaanse systeem blijvend buiten de deur te houden.

Naast die internationale kanten zit Wijn bij het herzien van de vennootschapsbelasting met een binnenlands probleem. De vennootschapsbelasting is niet onze enige winstbelasting. Zelfstandigen en firma's vallen net als werknemers onder de inkomstenbelasting. Voor de belastingaanslag mag het niet veel uitmaken of een winst door de inkomsten- of de vennootschapsbelasting wordt getroffen. Er bestaat daarom tussen beide heffingen een subtiel evenwicht. Veranderingen in de vennootschapsbelasting kunnen dat evenwicht verstoren. Wijn moet dat met wetgevend kunst en vliegwerk zien te voorkomen. Dat is niet makkelijk. Voor je het weet verplaatsen problemen zich van de vennootschapsbelasting naar de inkomstenbelasting.

Aanpassingen in belastingregels leveren altijd winnaars en verliezers op. De effecten voor de gedupeerden worden vaak verzacht met doelgerichte maatregelen die hen enigszins tegemoet komen. Daar is smeergeld voor nodig. Vermeend kreeg van minister Zalm voor de herziening van de inkomstenbelasting bijna drie miljard euro smeergeld. Wijn krijgt geen cent. Hij moet zijn belastingherziening zelf maar zien te financieren door geld bij het bedrijfsleven weg te halen. Voor het naar Nederland lokken van buitenlandse investeerders moeten aan Nederland gebonden bedrijven opdraaien. In de praktijk zullen vooral het MKB en startende ondernemingen de kosten opbrengen voor het repareren van naar Europese normen krakkemikkige belastingregels en voor de fiscale verleidingsdans die grote concerns moet behagen.

    • Aertjan Grotenhuis