Varen over de Bijlmermeer

Zeventien jaar na verschijning is de populairste roman uit de Nederlands-Surinaamse literatuur nog altijd Hoe duur was de suiker van Cynthia Mc Leod. De historische roman over een achttiende-eeuwse plantage werd gekocht door één op de vijftig Surinamers en liet tienduizenden lezers kennismaken met een vaak vergeten stukje van hun geschiedenis: het reilen en zeilen van Jodensavanne. Deze koloniale nederzetting aan de Surinamerivier was gesticht door joods-Portugese immigranten, en kon bogen op de oudste synagoge van het westelijk halfrond. Meer dan anderhalve eeuw nadat het gebouw door brand verwoest werd (1832) is het een lieu de mémoire voor de joodse basis van de tegenwoordig door Hindoestanen en Creolen gedomineerde Surinaamse samenleving.

Ook in de eerste roman van Ellen Ombre (Paramaribo 1948), speelt Jodensavanne, of liever de keuze `tussen jodendom en negerschap', een belangrijke rol. Hannah Dankerlui, de hoofdpersoon van Negerjood in moederland, is de dochter van een zwarte Surinamer en een negerjoodse vrouw. Als puber is ze met haar familie naar Nederland verhuisd, waar ze zich vooral bewust is geworden van haar joodse wortels – aanvankelijk door haar bijbaantje in een joods verzorgingstehuis, daarna door haar huwelijk met een joodse antropoloog, en later door een reis naar Suriname en Jodensavanne. Niettemin worstelt Hannah met haar identiteit: ze is joods én zwart, Surinaams én Nederlands, dochter maar (door een chlamydia-infectie) geen moeder. Anno 2000, aan het begin van de roman, bevindt ze zich zelfs in een crisis: moe van de escapades van haar chronisch ontrouwe echtgenoot Chaim, en voor de zoveelste keer vernederd door haar moeder, pakt ze haar koffers en gaat ze naar een vriendin in de Bijlmer.

Gespleten, verscheurd en worstelend met haar identiteit – Hannah is een personage zoals we dat kennen uit de verhalenbundels Maalstroom, Vrouwvreemd en Valse verlangens waarmee Ombre in de jaren negentig bekend werd. Op weg naar Amsterdam-Zuidoost trekt in de vorm van flashbacks Hannahs hele leven aan haar voorbij. `Ze wilde werkelijk dat ze een streep onder het verleden kon zetten', denkt ze uiteindelijk, `maar waar zou die streep moeten lopen? Onder Chaim? Haar moeder? Moest zij de herinnering aan hun bestaan annuleren? Een streep zetten zou betekenen een streep door jezelf halen.'

Hannahs reis door het verleden levert aardige scènes op: zaterdagen met vader in koloniaal Paramaribo, een Hollandse jeugd tussen de verlokkingen van de jaren zestig en de eisen van een streng-burgerlijke moeder, een open marriage in de naïeve jaren zeventig. Het mooist zijn de vignetten van de Surinaamse kijk op Nederland, zoals wanneer Hannahs `ouma' tijdens haar vakantie een bezoek brengt aan Blaka Foto (`Zwartenstad'), in Nederland beter bekend als de Bijlmermeer: `,,Het is alsof ik op de Surinamerivier vaar'', zegt ouma wanneer ze langs de dreven van de nieuwe wijk rijdt. ,,De weg is het water, met aan de kanten een wal van woudreuzen.'' [...] Op de Karspeldreef prevelde ze, te geestdriftig om stil te lezen: ,,Kempering, Kleiburg, Koningshoef.'' Sprekend plantagenamen volgens haar.'

Maar niet alle herinneringen van Hannah bieden verrassende perspectieven. Te vaak blijven de discussies over goed en fout, of over Suriname versus Nederland, hangen in clichés; wat verergerd wordt door Ombres weinig subtiele stijl, met veel korte zinnen, onwaarachtige dialogen en meisjesboektaal in de trant van `Wat is dit afschuwelijk' en `Dat zij de aandacht had getrokken van zo'n mooie jongen!'. Soms dikt Ombre de tegenstellingen in haar boek ronduit karikaturaal aan. Zo stapt Hannah al op de eerste bladzijde van de roman in de taxi van een kaalgeschoren chauffeur met een davidster op zijn borst die bij het inladen van haar bagage bromt: `Oprotten, die hele allochtonenzooi.'

Het onderwerp van Ombres romandebuut is interessant genoeg, net als de hoofdpersoon; het is de literaire vormgeving die achterblijft. Op de laatste bladzijde van het boek geeft Ombre een lijst van geraadpleegde literatuur over de joodse geschiedenis van Suriname. De lezer ziet haar in Negerjood in moederland als het ware worstelen om al die informatie door te geven – met behulp van lange historische uitweidingen en schoolse discussies. Het resultaat doet een beetje denken aan de geschiedenisboeken van wijlen Jaap ter Haar, die geromantiseerde anekdotes afwisselde met goed gedocumenteerde historische overzichten. In een populair non-fictieboek kan dat goed werken, in de meeste romans is het de dood in de pot.

Ellen Ombre: Negerjood in moederland. De Arbeiderspers, 192 blz. €17,50 (geb.)

    • Pieter Steinz