Uitbundige Gatti

De Italiaanse dirigent Daniele Gatti (42), een van de meest gevraagde dirigenten van zijn generatie, is muzikaal directeur van het Royal Philharmonic Orchestra en het Teatro Comunale. Pendelend tussen Londen en Bologna stopt hij ook in Amsterdam, waar hij het Concertgebouworkest deze week voorgaat in een romantisch programma.

Gatti maakte er in april een succesvol debuut met een instrumentaal operaprogramma rond Strauss en Wagner. Ook gisteravond koos hij voor een uitbundige benadering en een grote, soms wat overdadig aandoende klank.

In de Passacaglia op. 1 van Anton Webern, een laatromantisch werk dat de gemiddelde duur van Weberns latere werken zo'n zes keer overtreft, koos Gatti voor een perspectief vanuit verleden én toekomst. Door het uitlichten van dominante, dissonante koperblazers leek de breuk met de latere Webern hier minder extreem dan gebruikelijk. Maar in brede klankstromen liet hij óók horen hoezeer Webern hier nog wortelt in het laatromantisch idioom.

De glanzende orkestrale klank die Gatti in april realiseerde, bereikte nu in het Pianoconcert van Schumann niet dezelfde graad van verfijning. Zowel Gatti als solist Gianluca Cascioli vestigden vooral de aandacht op de rebelse kanten. Cascioli beschikt over een gemakkelijke, terloops ogende techniek, en zo ook klonk zijn benadering van Schumann; virtuoos, maar tamelijk koel. Uiterlijk is Gatti met zijn breed cirkelende bewegingen een dirigent van het uitbundige type. In Brahms' Vierde symfonie leidde zijn aanpak tot mooie momenten in de houtblazers en verschillende markante, enerverende momenten. Maar in warmte, ritmische precisie en klankbalans kan deze uitvoering vanavond en zondag nog aan intensiteit winnen.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest. Gehoord: 23/9 Concertgebouw, Amsterdam. Herh. 24 en 26/9, aldaar.