Stedelijk oneerlijk over Malevitsj

Willem Sandberg had als directeur van het Stedelijk Museum in 1956 grote aarzelingen over de aankoop van de Malevitsj-collectie. Hij was toen al bang voor aanspraken van erfgenamen op deze kunstwerken, zo blijkt uit onderzoek door deze krant naar zijn correspondentie en persoonlijke notities.

Sandberg stelde de aankoop uit om na te gaan of in de Sovjet-Unie erfgenamen van de schilder Kazimir Malevitsj (1879-1935) de collectie zouden kunnen opeisen. De erfgenamen hebben inmiddels een rechtszaak aangespannen.

Het lukte Sandberg ten tijde van het IJzeren Gordijn niet die erfgenamen op te sporen. De gemeente Amsterdam kocht de collectie schilderijen en tekeningen van Malevitsj in 1958 voor 110.000 gulden. De waarde loopt nu in de honderden miljoenen euro's.

Ook voor latere directeuren van het Stedelijk Museum waren mogelijke aanspraken van erfgenamen op de Malevitsj-collectie een permanent schrikbeeld. De geschiedenis van deze collectie is in publicaties van het museum dan ook altijd onjuist weergegeven. Volgens oud-conservator Joop Joosten gebeurde dit om die erfgenamen `niet warm te maken' en hun geen argumenten te geven `om die kunst hier weg te halen'.

Toch kwamen de nazaten van Malevitsj in de jaren '90 in actie tegen de omstreden aankoop. Na enkele pogingen tot een schikking begonnen zij in februari van dit jaar in Washington een rechtszaak tegen Amsterdam. Deze zaak kan nog geruime tijd in beslag nemen.

Ook in de volgende week te verschijnen studie Expressie en ordening. Het verzamelbeleid van Willem Sandberg voor het Stedelijk Museum, 1945-1962 die Caroline Roodenburg-Schadd in opdracht van het museum schreef, wordt de geschiedenis van de collectie onjuist weergegeven. Amsterdam heeft de kunsthistorica verboden een toelichting te geven op haar tekst, voorzover die betrekking heeft op de kwestie-Malevitsj. De gemeente zelf geeft geen commentaar.

Intussen blijkt het dossier-Malevitsj in het Amsterdamse Gemeentearchief spoorloos te zijn verdwenen.

FABEL: pagina 21