Schaakduel met tijd om na te denken

Twee `onbeweeglijke objecten', Vladimir Kramnik en Peter Leko, schaken de komende weken om `het klassieke wereldkampioenschap': partijen van zeven uur zijn weer mogelijk.

Twee maanden nadat de Oezbeek Roestam Kazimdzjanov het wereldkampioenschap won van de wereldschaakbond FIDE, krijgen we de komende weken het alternatieve wereldkampioenschap. Morgen spelen de Rus Vladimir Kramnik en de Hongaar Peter Leko in Brissago, een stadje aan de Zwitserse kant van het Lago Maggiore, de eerste partij van hun match om wat ze het `klassieke wereldkampioenschap' noemen.

Klassiek betekent in dit geval dat de partijen zeven uur kunnen duren, zodat er tijd voor serieus nadenken is, maar vooral dat Kramnik en Leko zich beroepen op een oude traditie die in 1886 begon, toen de eerste officiële match om het wereldkampioenschap schaken werd gehouden tussen Steinitz en Zukertort. Sindsdien werd iemand wereldkampioen door de vorige in een tweekamp te verslaan, totdat de FIDE haar frivole knock-out toernooien begon te houden. Met alle respect voor FIDE-kampioen Kasimdzjanov, hij staat 54ste op de wereldranglijst en niemand beschouwt hem als de koning van het schaken, wat een wereldkampioen eigenlijk zou moeten zijn.

Kramnik verdiende zijn plaats in de lijn die in de negentiende eeuw bij Steinitz begon doordat hij in 2000 Gari Kasparov in Londen in een tweekamp versloeg. Leko is uitdager doordat hij in 2002 een kandidatentoernooi in Dortmund won.

Het is met die wereldkampioenschappen nog steeds een chaotische bende. In 2002 was er in Praag een vergadering om tot een verenigd kampioenschap te komen. Kasparov, die bijna tien jaar lang de FIDE hard had bestreden, keerde als verloren zoon in die organisatie terug omdat hij zijn eigen wereldkampioenschap was kwijtgeraakt. Hij zou een match spelen tegen de FIDE-kampioen van dat moment, Roeslan Ponomariov. Kramnik zou spoedig een match om zijn eigen wereldkampioenschap spelen, de winnaars zouden tegen elkaar uitkomen voor het verenigde kampioenschap en tegen die tijd zou er ook een solide systeem van kwalificatietoernooien zijn opgezet, zodat de andere grote schakers ook mee konden doen.

Er kwam niets van terecht. De match tussen Kasparov en Ponomariov ging niet door. Kramnik en Leko zochten jarenlang naar een sponsor die het prijzengeld wilde betalen dat ze verlangden. Tenslotte vonden ze de sigarenfirma Dannemann, die een miljoen Zwitserse frank als prijzengeld beschikbaar stelt. Het is maar goed dat in Zwitserland niet de Nederlandse regels gelden die sponsoring door tabaksfabrikanten verbieden, want anders waren ze nu nog aan het zoeken.

Het systeem van kwalificatiewedstrijden, dat een garantie zou moeten zijn voor een betere toekomst, kwam niet van de grond, waarschijnlijk door welbewuste sabotage door de FIDE, die niet wilde dat andere organisatoren zich op hun erf bewogen.

Nog steeds zijn er plannen voor een verenigd wereldkampioenschap. Kasparov moet nu tegen Kazimdzjanov spelen en als hij wint, waar niemand aan twijfelt, vervolgens tegen de winnaar van de match tussen Kramnik en Leko. Of dat ook echt zal gebeuren is zeer de vraag. Voor de match tussen Kasparov en Kasimdzjanov, waarvan de winnaar al vrijwel vast staat, is nog geen sponsor gevonden. Kramnik en Leko zijn heel vaag over hun verdere plannen na de match die morgen begint. Ze benadrukken dat die match niet gezien moet worden als de eerste stap naar iets hogers, maar als het enige echte wereldkampioenschap.

De grote afwezige bij dit alles is de Indiër Anand, die de afgelopen jaren de meest succesvolle schaker van allen was. Hij mengt zich zo weinig mogelijk in de onverkwikkelijke verwikkelingen van de schaakpolitiek en beperkt zich er toe om het ene belangrijke toernooi na het andere te winnen.

De beste schakers van nu zijn Kasparov, Anand, Kramnik en Leko. De match in Brissago zal in ieder geval een waardig wereldkampioen opleveren. De partijen zullen diepzinnig zijn en van hoge kwaliteit, maar of ze ook de harten van de schaakliefhebbers zullen verwarmen is nog de vraag.

Er wordt wel eens gesproken over een botsing tussen een onweerstaanbare kracht en een onbeweeglijk object. Anand varieerde daar enigszins vilein op door de match tussen Kramnik en Leko een strijd tussen een onbeweeglijk object en een onbeweeglijk object te noemen.

Ze zijn inderdaad allebei moeilijk omver te kegelen. Ze verliezen bijna nooit, ook niet tegen elkaar. Van de 24 partijen met lange bedenktijd die ze (sinds 1995) tegen elkaar hebben gespeeld, zijn er drie beslist. Leko won er twee, Kramnik één.

Op grond van het verleden zou je kunnen berekenen dat er van de veertien partijen die ze nu gaan spelen slechts twee beslist zullen worden, maar zo deprimerend kalm hoeft het niet te gaan. In een tweekamp gelden andere wetten dan in een toernooi en de spanningen kunnen zo hoog oplopen dat ook twee onbeweeglijke objecten omver kunnen vallen.