Pramoedya Ananta Toer: Renaissance-man

Begin oktober wordt bekend wie de Nobelprijs voor Literatuur krijgt. Welke taal is aan de beurt? Ons vijfde voorstel: het Bahasa Indonesia.

`God heeft de goede mensen alleen voor de goeden geschapen. En de bozen alleen voor de bozen'', schrijft de Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer (Midden-Java, 1925) in zijn boek Guerrillafamilie. Deze observatie is kenmerkend voor Toer, die zijn leven heeft gewijd aan het schrijven én de strijd voor het goede, voor mensenrechten. Deze twee zijn met elkaar verbonden. Door de decennia verzette hij zich tegen schrijvers die literatuur voor de schone letteren bedreven, de l'art pour l'art-auteurs. Toer heeft het schrijverschap in dienst gesteld van een humanistisch ideaal, hij noemt zichzelf een mens van de renaissance. Pramoedya Ananta Toer stond aan de bron van de Indonesische eenwording in december 1949. Na de oorlog streed hij tegen de Nederlandse legers die de soevereiniteit van het moederland wilden waarborgen in de zogeheten politionele acties. Hij werd door het koloniale gezag opgesloten in de Bukit Duri-gevangenis in Jakarta.

Het gekozen citaat lijkt eenduidig, maar is het natuurlijk niet. Deze woorden spreekt het ene zusje tegen het andere. Het is oorlog en dat betekent bij Toer het gevecht van Indonesië tegen de oppermachtige koloniaal, de Nederlander. Hij schrijft: ,,En in oorlogstijd telt alleen de oorlogsvoering en wat daar verband mee houdt. Mensen en menselijkheid verkeren in een staat van grote verwildering.'' Juist in benarde tijden is de grens tussen het goede en het boze, het menselijke en het kwade niet te trekken. Volgens Toer is literatuur bij uitstek het genre om dit schemergebied vorm te geven. In zijn eigen land Indonesië is hij echter een weinig gelezen schrijver, mede door het ontbreken van een echte leescultuur. Ook werden tijdens het bewind van Suharto zijn boeken verboden. Nog altijd is Toer een angel in een door militairen gedomineerde samenleving.

Toer is een productief schrijver. Zijn oeuvre bevat tientallen romans en omvangrijke historische romans, een tetralogie, essays, novellen en pamfletten. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd is hij bekend geworden met zijn epische romancyclus over het ontluiken van het Indonesische nationaal bewustzijn. Deze reeks verscheen onder de titels Aarde der mensen, Kind van alle volken, Voetsporen en Het glazen huis. Hoewel deze werken in de jaren tachtig werden gepubliceerd en vertaald, gaat de datering ongeveer tien jaar eerder terug. In Aarde der mensen zijn aan het slot de volgende gegevens opgenomen: `Buru. Mondeling: 1973. Op schrift: 1975'. En op de laatste bladzijde van Guerrillafamilie staat: `Bukit Duri Gevangenis, X 1949'.

Buru is een strafeiland in de Molukken, waar de gevangenen dwangarbeid moesten verrichten. Hier verdween Toer onder Suharto, veertien jaar, tussen 1965 en 1979, achter de tralies wegens pro-communistische sympathieën. Het leven was er zwaar en de honger zo groot dat hij weleens een rat of slang heeft gegeten. Gedurende zijn eerste gevangenisjaren in Bukit Duri begon hij te schrijven. Sommige verhalen of romans vertelde hij eerst aan zijn lotgenoten om ze vervolgens aan het papier toe te vertrouwen. Vandaar dat Toer melding maakt van `Mondeling'.

Onthullende roman

Voor de Nederlandse lezer die enigszins vertrouwd is met de acties van de Nederlandse soldaten in de oost is Guerrillafamilie een onthullende roman. De nog jonge schrijver – Toer was vierentwintig – bezit een scherp oog voor details, geeft treffende beschrijvingen van situaties en karakters. Bovendien heeft hij een feilloos gevoel voor drama. De politionele acties staan in Nederland te boek als een vergeefse onderneming, waarin aan `onze' zijde onverwacht zware verliezen werden geleden. Bovendien zou de KNIL, het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger, slecht zijn toegerust met gebrekkig materieel. Toer schetst in zijn jeugdwerk de onwrikbare en zelfs gewelddadige houding van de Nederlandse militairen, die hij regelmatig `naar de hel' wenst. Na de Tweede Wereldoorlog bevindt Indonesië zich in een gewelddadige overgangsperiode van kolonialisme naar onafhankelijkheid. Toer introduceert in Guerrillafamilie een oudere generatie die niet in staat is de maatschappelijke vernieuwingen te aanvaarden. Deze ouderen zijn nog geworteld in het koloniale bestel en missen de kracht tot verandering. Hun kinderen vechten op fanatieke wijze tegen de afhankelijkheid van hun vaders en moeders.

Guerrillafamilie beschrijft niet alleen dit generatieconflict, Toer wil ook een hommage brengen aan commandant Wahab, die in de roman de naam Aman draagt. Hier vervlecht Toer feit en fictie. Aan het einde van 1949 verneemt hij dat Wahab door de Nederlandse militaire rechtbank ter dood is veroordeeld en geëxecuteerd. In vier weken ontstaat Guerrillafamilie als passend rouwbetoon aan de gedode vrijheidsstrijder. Met koortsachtige haast wijdt Toer zich daarna aan de caleidoscopische roman In de fuik, die opnieuw de periode 1947-1949 tot onderwerp heeft. Ditmaal geeft hij een beklemmend beeld van de band tussen de veelal Nederlandse bewakers en de Indonesische gevangenen. In de fuik is een literair werk met de kracht van een aanklacht, gewijd aan alle gevangenen ter wereld net zoals Guerrillafamilie is opgedragen aan de duizenden families die door een oorlog in ellende werden gestort.

Op een van de bekendste foto's van Pramoedya Ananta Toer zit de schrijver met een verouderde, zwarte bril op achter een typemachine. Tegen de wand een reusachtige kast vol boeken en uitpuilende mappen. Hier bewaart hij naar zijn zeggen de documenten die zijn leven hebben gevormd, zowel getuigenissen van maatschappelijke misstanden als oude Javaanse sagen en mythen. Hij is een politiek bewust schrijver van wie de bezittingen meer dan eens door de overheid zijn gestolen. Toer heeft een bewogen bestaan geleid. Zijn lidmaatschap van de communistische partij is hem zwaar aangerekend. Hoewel hij tijdens zijn beide detenties mocht schrijven, waren zijn boeken verboden. Vrienden smokkelden de typoscripten door de poorten naar de vrijheid, waar ze in boekvorm konden worden uitgegeven.

Al bij verschijning van de tetralogie die begint met Aarde der mensen werd Toer als een belangrijke kandidaat voor de Nobelprijs beschouwd. In de cyclus voert hij de Javaanse jongen Minke op, een verbastering van monkey, die op weg naar volwassenheid verschillende stadia doorloopt. Deze zoon van een Javaanse regent krijgt toegang tot de hbs. Dat was een betrekkelijke zeldzaamheid in de koloniale tijd. Hij wordt verliefd op Annelies Mellema, een meisje van gemengde afkomst. Hierdoor komt de zelfbewuste, leergierige Javaanse jongeman in botsing met de apartheidswetten. In zijn verdere ontwikkeling volgt de lezer Minke als journalist en als pleitbezorger voor inlandse belangenorganisaties. Telkens raakt hij betrokken bij situaties die hij als onrechtvaardig of onmenselijk beschouwt, en waardoor hij in aanraking komt met de autoriteiten.

Omstreden

Toer is een veel bewonderd schrijver wegens zijn inzet voor de mensenrechten, in een land als Indonesië waar schending van mensenrechten nog altijd voorkomt. Hij is ook omstreden. Jarenlang bekleedde hij een vooraanstaande plaats in de Lekra, een cultureel instituut dat gelieerd was aan de Indonesische communistische partij (PKI). In die tijd was hij ervoor verantwoordelijk publicatie van boeken tegen te gaan en schrijvers in een kwaad daglicht te stellen als zij de mensenrechten niet ondersteunden of zich niet inzetten voor literair verzet tegen schending van die rechten.

Pramoedya Ananta Toer schrijft in het Bahasa Indonesia, de officiële taal die de meer dan tweehonderd miljoen Indonesiërs, bestaand uit meer dan 350 etnische groeperingen, met elkaar verbindt. In de archipel bestaan naast het Bahasa, gebaseerd op het Maleis, ruim driehonderd dialecten en lokale talen. Pramoedya of Pram, zoals hij naar Indonesische traditie bij zijn voornaam wordt genoemd, heeft zich in de talloze interviews die hij heeft gegeven zelden over zijn literaire overtuigingen uitgelaten. Hij noemt uiteenlopende auteurs als Multatuli, Maksim Gorki en de Vlaamse socialistische schrijver Lode Zielens als zijn voorbeelden. Ook vindt hij zijn inspiratie bij het Mahabharata, het epos over de geschiedenis van het Javaanse rijk en zijn vorstenzonen. Maar allereerst beschouwt hij het als zijn plicht om zijn volk zelfbewustzijn te geven. Hij zegt hierover in een interview met de Los Angeles Times in juni 1999: ,,Het schrijven is zowel mijn persoonlijke taak als van nationaal belang. Ik geloof dat mijn boeken deel uitmaken van de bouw van een natie.''

De boeken van Pramoedya Ananta Toer zijn verschenen bij Uitgeverij De Geus.